dinsdag 21 mei 2024

Socia(a)l(s)?

Al sinds het begin van mijn vissersleven heb ik met anderen gevist, avonturen gedeeld en samen genoten. Al hoewel ik prima alleen ga en kan, is samen in veel gevallen toch net dat beetje meer. In mijn jeugd en op iets latere leeftijd startten je viscontacten logischerwijs aan de waterkant waar je elkaar al vissend trof en het vervolgens eventueel klikte in een gesprek, wat kon resulteren in een keer samen vissen, daarna een tweede keer of meerdere malen, heel soms uitmondend in een vismatenschap, en dat is best een ding. Elkaars vismaat wordt je niet zomaar, daarvoor moet je toch zaken delen, in de beleving van het vissen, maar ook in het praktische aan de waterkant. Daarbij, de maatschappelijke levens moeten niet teveel afwijken, want je moet toch iets van onderlinge herkenning/ identificatie hebben bij elkaar tijdens de gesprekken, het gaat niet altijd alleen over vissen. In tegendeel zelfs eigenlijk,  goed op de keper beschouwd. Je moet je verhaal dus wel aan elkaar kwijt kunnen. 
Vismaten hebben altijd een meer dan wezenlijk en aanzienlijk deel van mijn innerlijk leven uitgemaakt. En net als in het gewone leven komen ze, maar gaan ze soms ook, een heel klein deel beklijft uiteindelijk, al ben ik daar inmiddels (in elk geval aan mijn kant) beter in. Ik heb het nu over een periode van 50 jaar, sowieso al met al een uitdaging natuurlijk, ook voor reguliere vriendschappen. 
Merk ook dat als de klik over is het nog nauwelijks of niet mogelijk is om in een later stadium de zaak weer te herstarten, alsof de puzzelstukjes uiteindelijk toch van andere merken blijken. 

Vanaf de 90er jaren werd ik lid van de KSN en kwam de benodigde klik dan op meetings, landelijk en regionaal, maar de vriendschappen waren er niet minder hecht door, het vissen ook niet. Begin millennium kwam daar de GHV als organisatie bij, heel veel bekenden en fijne contacten, maar qua echte vismaten toch nog wat povertjes. En ook het digitale forum Flitsend Nylon mag niet ongenoemd blijven als bron van goede contacten. 

Eens kijken of ik ze nog weet te herinneren, de echte maten, zo'n beetje in volgorde van verschijnen: Wimpie (alias Kleine Wim aka Biggie), Simonetta (!), Henk, Arie en Maarten, Mario, Ronald P,  Leon DH (eigenlijk meer een alsnog uitgedoofde soulmates forever), Ron (die tegenwoordig Aaron heet, still going strong, mijn oudste maat), Andrew (kijk, nu noem ik je toch, 15 minutes of fame for you),  Joop Dope, Eelco, Frans F (ja die), Leon Wijk (een tijdje Utrecht, nu Woerden), Johan (mijn niet meer vissende beste vriend, inmiddels), Sexy Lexie  en Leo Easy, John en David (dik 20 jaar jongens, en zomaar gone with the wind...), René en Eef, Mark de oude recordhouder, Arne, Michel (RIP), Canada Bob (idem), Leon Cipro, LdB (ja díe), Arjen TTB, Haagse Willem, Arend (met recht een maat), Bas, Andries en Michael, en Dennis als laatste.

Mensen met wie je destijds zeer regelmatig contact had; langsgaan, bellen, wekelijks, dagelijks, later mailen en inmiddels appen. Mannen van wie ik allemaal gehouden heb, of nog steeds doe. En heb vertrouwd (oei, soms deed dat echt pijn achteraf). Laat ik dat dan maar de inner circle noemen, daaromheen een grotere schil van gewone visvrienden (iets anders dan een vismaat, lastige scheidslijn*), bekenden en kennissen. Met name in de KSN-tijd legio contacten, die nog steeds ergens in de periferie zweven. Mannen als Joris, Huub vd L, Willem P.  In de huidige GHV-tijd, en met name in het Goudse, nog veel meer prettige makkers en vrinden, teveel om te benoemen, voelde als thuiskomen in een warm bad, bedankt! Een deel daarvan zal zeker zijn echte vismatenplek gaan krijgen, maar daarvoor is het nu nog te vroeg. 

Een speciale plek heeft Jelle, mijn neefje. Al hoewel neefje, inmiddels een Viking, compleet met baard en het postuur om een groot zwaard heen en weer te meppen, voor een paar uur... Het is al 20 jaar geleden dat ie voor het eerst mee mocht, en dat zijn we blijven doen. En hoewel Jel door omstandigheden niet in staat is zelf te vissen weet ik dat het mijn meest trouwe vismaat ever is; terug naar het bloed (vrij naar Tom Wolfe).  

Vroeger ging je samen vissen, smeedde je plannen, was je samen zenuwachtig voor de eerste dag van het seizoen. Later werd dat verlegd naar zenuwachtig zijn, of beter, opgewonden, voor de eerste Franse sessie op onbekend water. Samen voeren met zoete mais, of gaan korsten in het donker, met de aardappel en een rol alufolie, de eerste bollen draaien en alles wat dat teweeg bracht...

Inmiddels heet dat samen vissen (in bepaalde kringen dan, voel je aangesproken of niet) een social. Heeft voor mij toch teveel de kleffe smaak van een niet echt serieus te nemen vistrip, waarbij het bijkletsen centraal staat, centraler dan het vissen, al dan niet in combi met een goed glas van het een of ander. Herken ik mezelf niet in, ik ga altijd voor 100% vissen, en verwacht dat van de ander ook. Wat dat betreft een anti-social. Lees dan van die (commerciële) artikelen over zo'n trip en denk daar dan het mijne van. Maar dat is ook maar een mening, dus vooral doorgaan met je behoeften. Maar het doet me teveel denken aan een ander fenomeen waar Nederlanders erg goed in zijn, bijlullen tijdens een muziekconcert, ondanks de meer dan forse prijs voor een hedendaags kaartje. Ga de kroeg in samen, als je elkaar zoveel te vertellen hebt! Afijn, we dwalen wat af... 

In het heden voel ik me rijk met mijn sociale hengelsport-omgeving. Aan socials doen we dus niet. We gaan vissen, zoals dat hoort. En ja, alles is perceptie. 
Helen claimt altijd dat ik een loner zou zijn, zelf ervaar ik dat niet zo, maar je moet de signalen uit je omgeving niet altijd geheel terzijde leggen. Wellicht heeft ze een punt, al wordt dat naarmate ik ouder wordt beslist steeds minder. Ik hou van samen vissen, op het goede moment en de goede plek.
Als ik kijk naar de afgelopen vijf maanden van dit jaar heb ik met alle huidige maten en veel fijne vrienden wel minimaal 1 sessie gemaakt, tot genoegen! Het fotografisch bewijs volgt hier beneden. 
Prettige wedstrijd deze komende zomer! 

* De scheiding tussen een echte maat en een visvriend annex bekende is niet zo heel groot, meer een gevoel, maar toch wel te illustreren met een verschijnsel, dat van de van de Waar-is-dat?-visser. Die reageert op een vangstfoto doorgaans als eerste met de vraag waar een bepaald water is, nog vóór de felicitaties, àls ze al komen. Met zo'n mentaliteit kan dat nooit een maat worden. Een maat vraagt niet waar iets is, dat interesseert hem niet (of minder😋), die is blij voor je; samen genieten staat voorop. En accepteert dat nou eenmaal niet altijd alles te delen is. In theorie dan, want juist met mijn maten deel ik daarom heel veel, en daar waar het kan alles. 



Mijn eerste vismatenfoto ever. Hans en Kleine Wim in 1977. Moest er even naar zoeken...
Doet me wat. Memories will be lost like tears in the rain (met dank aan Rutger H). 

Zomaar even op bezoek, en daar dan 40 km voor rijden, kijk dàt is een maat!

En los... Michael en ondergetekende stonden erbij en keken ernaar...

Man met de juiste mentaliteit


Marijn moet nog 8 worden, maar met een waar vissershart



Een unieke foto, in vele opzichten




Jel, mijn held!

Moest 3 x kijken voor ik mezelf zag... 

Laat Leon Wijk maar schuiven


Sommige mensen hebben vissersgenen

Al 54 jaar samen




Nee, ik begrijp het ook niet😎





maandag 29 april 2024

In het Land van Schub en Honing

Waar ik vorig jaar na een verplichtte afwezigheid van drie maanden om deze tijd nog wat onwennig het visjaar opstartte huppel ik nu geroutineerd polder in, polder uit. Niet dat alles goud wordt, maar over het algemeen hoef ik niet te klagen dit jaar, ook niet de afgelopen drie weken van te koud weer, met op papier verkeerde winden en temperaturen. Na een acclimatisatie van een paar dagen waren de karpers gewoon weer in de voorjaarsvreetmodus, iets anders kan ik er niet van maken, want met name de laatste periode weinig blanks. 


Mijn favoriete tijd van het jaar


Onlangs nog, donderdag 25 april, was ook al zo'n dag dat het liep, anders dan verwacht. Al hoewel de wind éindelijk draaide van noord en oost naar zuidwest bleef de temperatuur toch achter, we hebben de 9 graden niet aangetikt. Ondanks dat feit liep de pen toch al na 5 minuten na ingooien parmantig weg, en op de volgende stek nogmaals. Het is dat de niet te negeren slagregens roet in dat eten gooiden anders had ik er echt nog wel eentje bijgevangen. Mijn inschatting qua voerhoeveelheid en inweektijd bleek ook hier de juiste. 


Grote kop, grote staart, ingevallen flanken; duidelijk een oudere vis op zijn retour.
Mijn blijdschap was er niet minder om. 


Voor mij zijn een paar zaken wel van belang in deze pre-lenteperiode: nog steeds spaarzaam voeren, net als in de winter. Pas met watertemperaturen boven de 14 graden wil ik er meer dan een (1) daadwerkelijke handvol ingooien, dus tot die tijd altijd minder. En liefst pas in de namiddag voeren en vissen. Beter 1 uurtje in de namiddag dan de hele ochtend. De zon moet zijn heilzame werking kunnen doen. Té vaak heb ik succesloze ochtendsessies mogen noteren, dus ik stink er niet meer in, ondanks die specifieke veelbelovende lenteochtend-sfeer aan de waterkant. Al zijn er ook hier uitzonderingen op die regel, er zijn polders, weer of geen weer, waar het na 10/11 uur echt lastig wordt. 


De pre-lentemiddag na wat zonneschijn is primetime

Die veelbelovende lenteochtend-sfeer, maar het duurde tot de middag voor er vis in het net kwam

Maar ook de vroege avond mag voor mij


En dat er niet teveel gevoerd wordt bewijst wel het vele malen herhaalde ritueel van binnen 5 minuten beet krijgen en een vis vangen in deze periode, vaker wel dan niet eigenlijk, de teller houdt niet bij twee handen op. Dat kan alleen maar als een aanzienlijk deel van het voer verdwenen is. En dat aanvoelen is zelfs zo sterk dat ik op 80 % van de stekken al na een paar minuten weet of er vis ligt of niet. En als er niks ligt kun je net zo goed door tot je een stek treft met wél vis. Meters maken dus. Het is de dunne lijn tussen net voldoende voeren en net lang genoeg wegblijven om snel beet te kunnen krijgen. Voer je teveel, duurt het scharrelproces te lang, met een toenemende kans op slaan op een lijnzwemmer, en daarmee een verkeken kans. Blijf je te lang weg dan is het voer weg en de vis weg... Maar hoe schat je dat in? Want je kunt niet onder water kijken. Het is in mijn hoofd dan ook altijd een druk verkeer tussen dit soort gedachten, bovenstaande kan me een groot deel van de sessie bezighouden. Dus in die zin geen rustgevende bezigheid dat vissen. En al helemaal niet als ik langer de tijd heb, en niet alleen vier/ vijf/ of zes stekken maak op water A, maar dat ook nog doe op water B, en als het moet C. Direct na elkaar aangevoerd, of water C op weg naar water B? Nooit iets zonder reden, of 'zomaar'. Het kan allemaal, en als je een plan hebt, en de voer-/ aasmaterie begrijpt/ kan inschatten, dan is het binnen de kortste keren bingo en op de volgende stekken ook. Daarbij is het ene watersysteem het andere niet, bepaalde algemeenheden gaan op, maar over het algemeen hebben ze allemaal hun eigen nukken. Polder A start vroeg, de ernaast gelegen polder B is pas drie weken later zinvol om te bezoeken. En daar kom je maar op 1 manier achter, uren maken, en voortdurend analyseren wat er aan de hand is. En dat tegen het licht houden tov het resultaat van anderen, vandaar dat betrouwbare en mededeelzame maten van onschatbare waarde zijn (wat dat betreft begrijp ik die commerciële teams wel, die spelen elkaar maximaal de bal toe). Wat me vaak genoeg gebeurd is dat het niks is (lijkt?) op water A, en op water B opeens twee, drie vissen op de kant. Ondanks al die opgebouwde kennis, in combi met water- en wheathersense zijn er nog zoveel variabelen waar wij weinig tot geen kennis over hebben, die mede bepalend zijn voor al dan niet succes. En over niet succes gesproken, dat kan ook. Wilde aan het eind van een goed besteedde koningsdag met vrijmarkten in DH en Gouda nog even mijn dopamineshotje scoren, en koos voor een makkelijke polder. Maakte vier stekken, en kwam een uur later terug. Op drie van de vier stekken een of meerdere vissen, maar geen aanbeet, wel veel lijners. Ik was simpelweg nog te vroeg, het voer was niet voldoende op, en/of ik had alsnog teveel gevoerd. En ik had ook geen mazzel (merk doorgaans dat de combi zoete mais/ worm er toch vlot tussenuit wordt geselecteerd, maar niet altijd, defacto ook een punt van mee zitten/ mazzel) dit keer. En te weinig tijd om het uit te zitten, met b.v. een lichtpen. Ergo, 20 karpers gezien, gehoord ook, maar niet één keer hoeven slaan op een positieve aanbeet. 


Te donker om de pen nog goed te kunnen waarnemen, zonder 'lampje'


De factor mazzel net al genoemd. Onlangs met Andries een sessie gemaakt aan een goed bevolkte vaart in deze specifieke periode. Resultaat voor mij drie karpers, en voor Andries in drie rondes met 5 stekken met heel veel moeite uitéindelijk eentje. Maar andersom komt minstens zo vaak voor, heb ik het nakijken. Wij weten dat het samen penvissen op dit soort wateren een soort van prijsschieten is, want om de beurt een stek aanvoerend plusminus zo'n 100 meter uit elkaar, waarbij die vaart nauwelijks een afwisseling qua stekken kent. Er steken op 2 km slechts een paar features boven de reguliere stekken uit. Doorgaans zijn die goed voor een aanbeet, maar dit keer niet, maar 1 van de drie rendeerde. Het al dan niet vangen (opvangen van de vis) op zo'n water berust op toeval, en de mazzel hebben de kans niet te verkloten door te vroeg (mis) te slaan. 
Ik ken mening statisch visser bij wie gelijk de onzekerheid zou toeslaan. "Tjesus, hij heeft er al drie, wat doe ik verkeerd? Wat is zijn aas, wat zijn zijn rigs?" En maar weer sleutelen aan de presentatie. Menig artikel is er op gebaseerd. Onzekerheid verkoopt. Terwijl het hem daar helemaal niet aan schort. 

Ook zo'n ding, waar voer/ vis je? Ik ken wel (nu weer over pen-)vissers die nooit verder dan 30 cm uit de eigen kant vissen. Zelf ben ik van het midden, (wel een beetje gerelateerd aan de watertemperatuur hè, wel je verstand blijven gebruiken), en het watertype, ik heb het over sloten en vaartjes tot max 12 meter breed. Maar mij zal je nooit in de kant zien peuteren, tenzij met een heel speciale reden die zich ter plekke openbaart. Ik zoek kruisingen van sloten op, of zijsloten (altijd even uitpeilen, waar loopt het talud? Ook de windstroming en (richting van) bemaling zijn cruciaal bij het kiezen van de plek waar ik ga vissen en voer achterlaat, het zijn eigenlijk miniriviertjes met ook ondiepe binnen- en diepe buitenbochten, geultjes, neringen.
Dus op nieuw water met het eerste voeren ook een penhengel mee, als peilhengel, al te vaak voorgekomen dat een stek in optische zin veelbelovend oogst en onder water zonde van je tijd blijkt), en altijd zoveel mogelijk wat diepte. Van een meter wordt ik heel blij. Het zijn toch de plekken waar de grotere exemplaren zwemmen. En natuurlijk, die azen ook wel heel dicht onder de kant, maar ik ervaar toch dat je ze midden op in een sloot moet zoeken, in centrale delen. En het mooie is, doorgaans zijn ze daar niet alleen, die kantazers wel. Waar ik ook blij van wordt zijn ondiepe plaatjes met oplopend talud aan de uiteinden van ondiepere zijsloten, daar waar ze in de hoofdvaart uitmonden. Door jarenlange bemaling is er sediment uit de sloten meegekomen en bezonken in de monding van dat slootje, zo een mooi plaatsje vormend. Lentestekken! 


Typisch zo'n water waar vroeg starten wel loont, bij zonsopgang rond 06.00 lag het voer er al in


Nog zoiets: heb diverse penvisclinics gegeven, voor zowel gevorderden als beginners. Wat opvalt is de relatieve inertheid van de gemiddelde penvisser. Die denkt "laat die vis maar naar mij komen", want niet alleen maken ze maar 1 of 2/3 (max) stekken, ze blijven er ook nog uren op plakken. Dan doe je jezelf dik tekort (op het leisure element na dan, het is wel maximaal zen, maar no offence, daarvoor ga ik niet vissen, althans ik niet), en begrijp je de kracht van mobiel penvissen niet. Juist als je weinig bij je hebt kun je makkelijk en daardoor veel verplaatsen, op zoek gaan naar de vis, en de volgende etc... Meter maken, kansen creëren. 

Terug naar de titel. Want zo begon het in mijn hoofd, en dan neemt de vrije associatie het vanzelf over. Wat opvalt is het grote contingent aan betere schubs dit jaar. Ik geef toe, vis momenteel op water waar ze zwemmen, maar dat ze er in zo'n hoeveelheid en verscheidenheid uit zouden komen was niet ingeschat. Waar ik doorgaans afgelopen jaren 60-40% doe in de verhouding spiegel-schub is het nu andersom. Helemaal niet erg, in tegendeel, allemaal karaktervissen. Wat dat betreft zijn we het stadium van de zoveelste identiek ogende 25% wildbroedhybride wel te boven. Al hadden die, met de wijsheid van het heden, ook wel wat. Op sommige plekken zwemmen ze nog, en zijn ze uitgegroeid tot gewichtige en bijzonder mooie exemplaren. 

Hieronder een selectie van de meest markante. In volgorde van vangen. Aan de kleding is goed te zien dat er tot nog toe weinig zonder-jas-dagen zijn geweest. Maar niet gemerkt dat het uitmaakte. Het leven is goed in het Groene Hart: het Land van Schub en Honing. 

En; ik moet op vrijwel alle 'selfies' lachen, zie ook wel eens anders, want blij met elke vangst. 
We vissen toch voor ons plezier? 











Als enige niet op de pen gevangen, en qua dril zeker de grootste uitdaging







zaterdag 13 april 2024

Op fietse!

Refrein in Op Fietse, van die Hollandse wereldband van Daniel Lohues, Skik

Ooit, in een ander leven, bezat ik een bus. Een bestelbus, een echte. Zo een met drie stoelen voorin, zodat het gezin (bestaat nog steeds, maar van drie-eenheid naar drie eenheden) van destijds lekker op vakantie kon, de fietsen én kampeerspullen mee. Aan binnenruimte dus geen gebrek, en ergens in die periode kocht ik een vouwfietsje. Officieel voor het werk; heb er stad en land, maar vooral stad mee afgefietst. Camera om mijn nek en gaan.  Bijzonder handig. Al snel bleek dat vouwfietsje ook erg handig met vissen; voeren en observeren, ik kwam overal, en in no-time. Maar zoals dat gaat was dat fietsje op een x-moment versleten en was ik er klaar mee, inclusief geen zin meer om op te knappen. Heb 'm persoonlijk in de kraakcontainer geflikkerd, even een traan latend. En daarna over en uit.

In het heden vanaf 1 maart is er in het Haagse deel van mijn leven een parkeeruitdaging. De zone waar Helen woont is ontdaan van parkeerautomaten, er zijn slechts dagkaarten à € 50,00 te krijgen. En via de bezoekersvergunning komt maar 300 uur. Dat lijkt veel, maar in het centrum tik je 17 parkeeruren per etmaal weg, en  dan gaat het snel. En je wil toch regelmatig bij elkaar zijn... want waarvoor heb je anders die relatie? Een oplossing diende zich aan in wederom een vouwfietsje. De hedendaagse auto is kleiner, dus hij neemt voor het mooie nu teveel ruimte in, maar er valt mee te leven. Het mooist zou zijn geweest een elektrische, maar dat heb ik nog even uitgesteld, zelfs de goedkoopste een serieus dure aanschaf, en wat heb je dan? En het werkt, door een onhaagse situatie (lees: de burger wordt eens niet geheel uitgeknepen, of gepest, heeft zo onbedoeld een boffertje) kan ik op enkele reis 10 min fietsen mijn auto gratis kwijt in het weekend, en bij terugkeren naar thuisbasis Gouda direct de snelweg op. Zo sla ik mede de vreselijke wijken over om te doorkruisen, Molenbeek is er niets bij, win/win. Maar eigenlijk is dat allemaal bijzaak voor deze visblog, wat wel telt is het gegeven dat het fietsje me ook gelijk weer de mogelijkheid geeft weer eens op die stekken te komen waar lopen echt te ver voor is, natuurlijk in combi met goed verharde wegen. Voor in de echte polder niet, geaccidenteerd terrein, da's geen doen, het is geen MTB. Zo ben ik afgelopen maand weer op diverse plekken geweest die ik om die reden oversloeg, en heb ik wat nieuwe gebieden ruim verkend en bevist. En gevangen. Dus met dank aan het fietsje. 



En leeg gefietst!

Zonder fietsje een te lange trippel

En gevangen door inzet van het fietsje


Bijkomend positief gevoel, niks is heerlijker dan in zo'n startend voorjaar door een ontluikend weids  polderlandschap te rijden, grutto's en kieviten boven in het zwerk, begeleid door hun karakteristieke herrie, en de eerste zwaluwen ook al gespot. Geluksmomentjes. 



Voor Andries (blog 9/4) een nieuwe polder, ik kom er al 'even'. Sfeer inderdaad en overal stekken. 

Lullige sloten, maar ze wemelen van de vis als het voorjaar start. 

Oostenwind, we hadden het kunnen weten, maar wat dondert het, lekker met de neus in de wind geweest. En op elke stek had het gekund. 

Een paar van deze en je dag is geslaagd, karpervisser of niet. Beet is voor mij het leukst, je reinste leitmotif, ongeacht de soort, het gaat om het "wat zal het zijn?"-moment vlak voor aanslaan. 

Zo mooi, en allemaal gratis


In dat kader past zo'n positief liedje als Op Fietse van Skik zeker, dat je kunt genieten van de kleine en ogenschijnlijk vanzelfsprekende zaken. Dat liedje ademt voorjaar, fris en nieuw, zoals in het heden (en dat het daarin heel specifiek over de laatste mooie zomerdag van het jaar gaat wisten jullie nog niet, en negeren we daarom gewoon).

Dit voorjaar is sowieso anders dan alle anderen. Voel me geborgd, omringd door mogelijkheden. En pak ze één voor één. Heel langzaam me een weg banend door de vele nieuwe uitdagingen. Soms met succes, soms nog niet. Maar niet meer (zoals vorig jaar) met iets van paniek, destijds als een kind in Intertoys en maar een uur om er te mogen spelen, "ja, alle dozen mogen open", en ontdekken maar. 


Waar het 2023 wat stroef ging is het voor dit jaar alsnog makkelijk gebleken, mijn nieuwe thuishaven en omgeving. 

En als je dan dit op de mat hebt liggen, is het even feest in huize Moolenaar. Waarschijnlijk de grootste structureel 20 pond wegende (en daarmee de eerste) Goudse singelspiegel. Veegt alle geploeter van 2023 van tafel. En slechts voorbode van groter gevangen 'wild', later die week. 

Karper 35 van dit jaar op 2 minuten van mijn huis. Met de fiets, wat dacht je!?