vrijdag 26 december 2025

Vers bloed, nieuwe polders


Onlangs was ik op een verjaardag, van mijn achterneefje Mees. Mees was 2 jaar geworden. (Mees is het kleinkind van mijn broertje Aat, en nee Aat vist niet, nooit écht gedaan ook, al had 'ie jaren 70 eerder een zeelt dan ikzelf). Daarboven op is Mees zijn moeder Robin, mijn nicht, samen met partner Robin (ja, het staat er echt) ook nog eens verhuist naar een nieuwbouwhuis in deze omgeving. Dat gaf mij voldoende reden om maar weer eens een kinderverjaardag mee te maken. Ik kwam na wat zoekwerk en gezond verstand, de wijk staat nog niet op google maps, in een afgeladen huiskamer met aanpalende keuken; meest jong volwassenen met hun kinderen, de handen vol met cadeau's. Waar onze Mees al (als een ware) verbinder tussendoor roetsjte, breed lachend en gesticulerend. Heerlijk ventje👌. Hij had de tijd van zijn leven. Al die mensen en al die cadeau's, allemaal voor hem. 


Broer Aat, achterneefje Mees en schoonzus Brenda

Zo heb ik mijzelf ook de afgelopen paar jaar in en vooral om Gouda gevoeld. Overal viswater, overal karper. Waar te beginnen? Al hoewel zelf gulzig van aard toch geprobeerd er als een ervaren whiskydrinker mee om te gaan, met kleine teugjes zo lang mogelijk van genietend. En soms rendeerde dat direct, even soms ook niet. Van die "gevallen" waarin je de code alleen kraken kan als je er fors tijd en energie in stopt. Geeft niks, zo blijft er nog wat te wensen over. Ik tel zomaar 9 wateren waar een eerste vis (en in sommige gevallen meer, in een enkel geval véél meer) uitkwam. Smakend naar het bekende meer dus😉.

Voordeel van centraal wonen is dat je overal voldoende dicht in de buurt woont, en zo door kortere aanrijtijden meer inzicht, noem het grip, verwerft over water. Tegenwoordig ben ik in 20 min. bij Leon, een kippeneindje dus samen vissen is geen straf. Levert me voor drie daar lokale waterstelsels vis op, mooie vis. Plus de nodige inzichten om komende jaren op voort te borduren. Met name de grote spiegel wist van wanten, was maar al te blij toen die in het net lag. En ook hier geldt, elke vis kent zijn verhaal, maar ik kies even voor de grote lijnen. 


Vanaf een heel andere plek dan dat menigeen daar lokaal denkt waar ze 's winters liggen. 

Gegund door mijn maat Leon door weg te lopen van zijn hengels,
maar daar kreeg hij er binnen het uur weer eentje voor terug😎

Zo een waarvan ik niet verwachtte dat ie binnen zou komen, een lang startschot, veel weerstand,
en o zo nipt gehaakt...
Als het dan toch lukt ben je blij, reden voor een tijdelijke roze wolk. 


Ooit kwam ik een piepjonge Andries tegen in een polder, liep te huppelen als een jong veulen, met zijn net zo jonge partner Nienke in zijn kielzog. Hij had net een recordspiegel gevangen en zij had 'm gefotografeerd. Al van verre "schreeuwde" hij me toe wat 'ie gevangen had. Over the moon. Dat was onze allereerste encounter. Wist ik gelijk waar ik aan toe was daar. 
Ik viste daar overigens op dat moment op zeelt, en ik wist ze te vangen ook, we praten over 2003, dat is inmiddels 22 jaar geleden. En toen was een pengevangen zeelt van 50plus een unicum. Ik had er meerdere. 
Die polder had ik op karper al aardig doorkruist, en er leuk vis gevangen. Nooit monsters, al zaten die er zeker destijds. Schubs, zowel edele als wilde. Er zaten ook mooie spiegels, type Valkenswaard. Toen al oude vissen. Hennie ving ze regelmatig, altijd in hetzelfde diepe knikje - En ook nu nog steeds een plek waar zich graag vis ophoudt, al is er veel veranderd, alleen als je het weet is het nog te herkennen- maar zoals dat gaat, je kunt niet overal blijven komen, het niet altijd vasthouden. En zeker als de visstand in neerwaartse spiraal zit (of andere in opwaartse) dan komt er een moment van afscheid. 
En daar wilde ik dit jaar verandering in aanbrengen, in het kader van zoveel mogelijk water in kaart brengen. Mede omdat de toegankelijkheid totaal veranderd is. In algemene zin in mijn nadeel, maar 1 zone bleek beter benaderbaar. En daar gebeurde het, ving er me de pleuris. Prachtige verwilderde schubs. Sterk!!! 
Heb dan de neiging er vaak heen te gaan, maar die neiging wist ik uiteindelijk na een paar keer te onderdrukken. Al te vaak is bewezen dat je de zaak snel "op" kan vissen en in deze polder kan het dan lastig worden gezien de benaderbaarheid. Dus liever uitsmeren. 




Hèt bewijs dat deze polder ook nog eigen aanwas kent


Dat Schelpenpad, rode lijn in veel blogs van Andries door de jaren heen is voor het tweede najaar onderwerp van gezamenlijk vissen geweest. En voor het tweede najaar heb ik daar het nakijken. Het gekke is, er zit ruim voldoende karper, en die laat zich ook voldoende zien. Maar vangen... dat gebeurd slechts op 2 stekken. Terwijl we een dikke veelvoud daarvan bevissen. Je begrijpt, dat zijn niet "mijn" stekken. Andries is hier aangever geweest en zo groeit vanzelf de stekvoorkeur. Ik weet, desgewenst mag ik er vissen, slechts door dat aan te geven, maar zo doen we dat niet onderling, dat voelt wat geforceerd. Helaas pindakaas. Dat noopte mij deze zomer al tot een uitwijken naar een ander deel van deze uitgestrekte polder, na een welkome tip, en inderdaad, daar vond ik karper, waar ik er vervolgens met veel moeite een wist te verschalken. Díe karper was meer dan welkom. En extra leuk, een wilde resident. Ondanks alle pogingen zomer en najaar bleef het er bij ééntje. Zorgt er in elk geval voor dat ik zwaar aangehaakt blijf. 
Heb er zeer recentelijk een wandeling gemaakt en me gerealiseerd dat ik met name in het voorjaar wel wat heb laten liggen her en der. Er is nog veel meer water dat redelijk bereikbaar is met wat omdenken en een beetje voorbereiding. 


Een ander deel van de uitgestrekte polder bezoeken was een verstandige keuze

Het leverde hoogzomer, en bij laatste licht, een mooie vis op

Langs het Schelpenpad zelf de code nog geenszins gekraakt



Soms kom je ergens en dan weet je, dit is interessant. Mooie lange sloten, gedeeltelijk vol plompen, maar ook open stukken. Spreek ter plekke een local. Klaagt erover dat "men" een jaar of wat de meeste vis verwijderd (karper, brasem) heeft. Ja lullig. 
Gelukkig kun je nooit alles afvangen, en wat overblijft groeit als de spreekwoordelijke kool.  En niet alleen dat, zorgt ook voor nageslacht. Dat blijkt uit mijn vangsten. Een mooie wetering, over het hoofd gezien door de massa. 

Over die massa gesproken. Ergens dit najaar vlak na mijn zomervakantie bij Andries langsgeweest, zonder hengels, gewoon alleen even voor het gevoel. Hij vangt een karper, zelfde formaat als die van mij. Niks bijzonders, maar zo ben je lekker bezig. Even op de foto en door naar een andere aangevoerde stek. Daar een bruisplakkaat van jewelste, maar het aas oppakken ho maar. In dat spannende proces komt er achter ons een setje aanlopen, ons negerend, op dat moment nog niet zo opvallend. De man in kwestie heeft een emmertje beet en dat zwaait hij zodanig naast zich dat het van links naast hem bungelend terwijl ze de bocht ronden vóór hem beland, mij zo proberen te belettend dat het mij opvalt dat hij een aasemmertje draagt, die wil niet gezien worden. Verderop gaat gevoerd worden, zoveel is duidelijk. Nou liepen ze ons in de rug, dus zonder mijn omkijken had eea makkelijk ongezien gebleven. Ik hou het wat in de gaten en op een gegevens moment komen ze weer aanlopen, nu vanaf de zijkant links, stukken minder onopvallend. Bijna alle wandelaars zeggen wat, al is het maar goedendag, maar dit stel kijkt strak de andere kant op, neuzen omhoog, samen, simultaan, van tevoren zo bepraat dat is duidelijk. Ze zullen er vast een stijve nek aan overgehouden hebben. Andries en ik schieten onbedaarlijk in de lach, wat een aanstellerij. 


Ga je hier nou druk over doen, of weten wij niet alles? 


In een verhaal over nieuwe wateren mag het beschrijven van laatste Zeeuwse penvisdag op Walcheren in oktober niet ontbreken. Zou er met Andries samen vissen. Voor mij volslagen onbekende Zeeuwse polders, plus de vestinggracht van Middelburg
Ten eerste; zag aanvankelijk wat tegen de reis op, solo, maar de trip ernaar toe viel niet tegen. Via de nieuwe Van Blankenburgtunnel (sloper van het beste brasemwater van NL) reed ik er in krap 1,5 uur naar toe vanuit Gouda. Heel goed te doen zo. Mijn opa heeft zijn laatste levensjaren in Middelburg gesleten eind jaren 70. Kan me herinneren dat de trip destijds een mijl op zeven was. Had mijn vader ook weinig trek in. Ik zag mijn opa dus maar weinig. 

Aankomst en welkom bij eerste licht. Hans Eshuis, organisator, is zo vriendelijk ons digitaal een beetje op het juiste spoor te zetten. Waarvan akte. Resulteerde in een gedeelde derde plek voor ons beiden, met ieder 7 karpers. Waarbij ik nog 2 lossers had, en Andries zelfs 3. Wie ging winnen was tot het laatste half uur nog spannend, er bleven vissen via whatsapp binnen rollen. Uiteindelijk waren de nummers 1 en 2 met 9 en 8 gevangen karpers spekkoper. Wat voor mij telde, je komt in een onbekende omgeving, wat ga je dan doen? Precies als Andries al een keer of wat heeft aangestipt heeft elke penvisser zijn visuele voorkeuren: bruggetjes, duikers, rietpollen, zijsloten, kortom onderbrekingen van het normale. Die preoccupatie ontkwamen wij ook niet aan. Zelf had ik daarnaast 2 stekken gemaakt ergens op het wijd, en laten die nou het meeste vis opleveren. Elke keer neerstrijken levert een aanbeet op. Ook niet zo gek: typerend voor water waar veel vis zwemt, hoe meer je stek van alle kanten benaderbaar is, hoe meer en sneller vis. En Andries observerend overkwam hem hetzelfde.  


Alles op het Rapiertje, superfoto!! Dank. (Overkomt me maar weinig helaas). 

Het was me een waar genoegen, jongens en meisjes van de Zeeuwse klei. 


Altijd weer op zoek naar nieuwe plekken om vis uit te zetten voor de vereniging kom ik wel eens op wateren die ik in eerste instantie over het hoofd had gezien. En ik had het kunnen weten, heb er 5 dec 2000 gevist, gevangen en een uur later toch nog een zeperd gehaald, toen mijn toenmalige vriendin Eveline aangaf niet verder te willen, en vervolgens een portiek verder ging wonen... geen leuke tijd. Wat ik toen niet wist is dat dorpswatertje onderdeel van een heus polderstelsel was, waar destijds leuk karper zwom. Om nu te bepalen of het zinvol (want het poldersysteem zit in de GHV-GH vergunning) was er een kleine kwaliteitsinjectie met spiegels op los te laten moest ik er ook gaan vissen.  De eerste keer gelijk twee prachtige spiegels met een moderne schubbenpatroon. Hoe kwamen die hier nou? Het zoveelste bewijs dat er toch wel hier en daar flink wordt gerommeld met uitzettingen, we komen het op meer plekken tegen. Zoals een polder die alleen voorzien is van spiegels door de jaren heen maar die nu grossiert in minischubjes met hoge bouw. Het gekke is, je ziet er nooit iemand, en ook niet gek want slecht benaderbaar. Wie heeft hier dan baat bij gehad? De aanpalende polder heeft deze donatie niet ontvangen, anders hadden we ze daar ook wel gevangen. Sterker, daar vangen we nog zelden wat... Maar terug naar het stelsel met de onverwachte spiegels. Nummer 1 zal ik hier tonen, nummer 2 gaat mee in een volgende blog om moverende redenen, en nummer 3 (zeer recent gevangen) is er zo één waar je stijf je kaken van op elkaar moet houden. Een totaal onverwachte superafsluiter van het jaar. Waarvan akte😶. 


Spiegel van moderne snit? 


Dit voorjaar meegedaan met Ben's Haagse penvisdag rond Wateringse Veld, waarbij ik zowaar een karper ving. Dat hele verhaal al via een persoonlijk artikel in het GHV-GH magazine verteld. Wat voor hier van belang is, is dat ik er destijds veel kwam, 40plus jaar geleden. De polders van destijds zijn opgegaan in een grootstedelijk gebeuren waarbij vele waterwegen langs de tuinderijen uit die tijd nog intact zijn, als onderdeel van het huidige geheel. En aan oevers en bomen is dat als je er oog voor hebt nog goed te zien. Hier trip had voor mij nog een zeer persoonlijke rafelrandje, maar dat is voor hier nu even geen onderwerp. 
40plus jaren terug is voor mij zolang geleden dat ik voor mezelf deze wateren ook als maagdelijk beschouw, en daarmee hebben de daar gevangen vissen voor mij ook een plekje op deze plaats verdiend. 
Met Andries en Micheal de inmiddels traditionele decembersessie gemaakt. Even dubben waar, puur luxe eigenlijk, maar door de uitgesproken gezamenlijk wens kwamen we weer in dat Wateringse Veld uit. Maar waar te starten? Daar had ik wel een goed beeld van, er niet veel vissen zegt nog niks over het al dan niet in de gaten houden. Er valt een beste vis te vangen, al moet het mee zitten. Zonder geluk vaart niemand wel. Andries heeft alleen maar misgeslagen, Michael had een paar barsems, en ik?, ik was spekkoper met twee karpers en drie mooie giebels. De grotere schub kon ik meer dan gebruiken, zat een beetje op een dooie dit najaar. Los van de Franse trips wilde er maar weinig lukken, er zat de klad in, de bekende antiflow, al was dat niet geheel waar. Dus deze vis tilde mij boven het maaiveld uit en kondigde weer een betere tijd aan. 


Wat was ik blij met jou, al zeg ik het zelf, DIK verdiend. 


De cirkel weer rond; terug naar Gouda. In Gouda zelf krijg ik ook steeds meer vast voet aan de grond, al valt het om de dooie dood niet mee, het is echt vissen, meer geen resultaat dan wel, maar dat houdt me scherp, en heel langzaam komt er toch wat grip op de zaak. Kwestie van regelmatig even gaan kijken, om wat voeling met het water te krijgen. Had Andries zover gekregen een keer niet samen de singels te bevissen laatste Goudse GHV-GH penvisdag in september, maar het buiten die zone te zoeken. Ik wist zeker dat dat een juiste keuze was, hetgeen resulteerde in drie vissen voor hem en binnen de tijd eentje voor mij. Buiten mededinging (na het eindsignaal) kwamen daar voor mij nog twee beauties bij, alles van dezelfde stek, net iets dieper dan de rest, heel opvallend. Dat waren eerlijk gezegd niet de eerste vissen, dit voorjaar had ik er al eens een hele fraaie kleinere spiegel gevangen.



Niet normaal hoe hard het kan groeien hier

En net als je dan denkt dat je het doorhebt kom je er achter dat je toch niks weet, ben nu diverse keren naar de in mijn ogen enige zone geweest waar wintervis kan liggen, maar er slechts een zeelt gevangen. Van karper geen spoor... kan me niet voorstellen dat ze op het ondiepe zijn blijven liggen. Deze winter wil ik dat nootje kraken, was het motto. Totdat de kerstperiode aanbrak. Lasogen!!! Moet dus wachten tot "ze" weer verwijderd zijn.  Aan een eindblog kom ik dit jaar niet meer toe, dat gaat wachten tot in januari, maar dan is het dan ook je autoriem goed vastmaken, ik voorspel een vliegende start. 


Exact in het midden mijn pen. Maar desondanks niet te doen. Lasogen!

De zonnewende ook weer een feit. Uphill!!


dinsdag 4 november 2025

Het eeuwige Heilige Graal zoeken

Ken je dat gevoel, dat er visplekken zijn die zo vertrouwd zijn, zo goed aanvoelen dat alleen al het er zijn voldoende is? Waar je het langer volhoudt, en wellicht dáárom vrijwel altijd wat vangt, mede omdat de zelf opgelegde (krappe) tijdfactor ontstaan door de gehanteerde hit&run-methodiek wegvalt? Ik zet doorgaans vaak echt "de wekker", kwartier vissen en weer door, enige manier om systematisch en binnen voerwegvreettijd vele stekken te bevissen en daarmee het resultaat wat op te schroeven zonder echt te moeten voorvoeren: maximaal kansen creëren. Niet rustig vissen, dat niet, en zen al helemaal niet. 

Ik realiseer me dat ik gevoelig ben voor die bijzondere stekken, ze geven het vissen, het er zijn, extra dimensie. 
En ik realiseer me ook dat ik er mijn hele vissersleven al naar op zoek ben, naar van die speciale plekken die iets extra's hebben. Ben daarin niet de enige, kan me uit het verleden herinneren dat iconen als Chris Yates en George Sharman veel aandacht hadden voor hun zoektocht naar het bijzondere water in hun schrijfsels in de jaren 80, mij zo al vanaf de start van dit heerlijke vissersleven meenemend in deze behoefte. En zeker met Yates deel ik dan de behoefte zoiets slechts voor mezelf te hebben, of hooguit zeer select te hoeven delen. 




De behoefte aan zo'n speciale plek kan zelfs zo sterk zijn dat ik onlangs op weg naar huis na een mindere sessie (dat draait uiteraard om verwachtingen) - alhoewel minder; ving een aardige 30 ponder, een van de grootste vissen uit de omgeving (let wel: ik heb het over polders), maar omdat het reeds voor de derde keer was deed alleen de heftige dril me echt wat. Desondanks natuurlijk toch blij, en achteraf na het zien van de bijzonder geslaagde foto's nog wat meer - nog even een uurtje een speciaal plekje meepak om zo een compleet gevoel te krijgen. En als de pen dan binnen 5 min wegloopt en je in staat bent een mooie jonge edelschub te vangen is het plaatje rond. Tevreden naar huis. 






Dat soort stekken zijn er niet veel, maar elke polder heeft er wel minimaal eentje. Op zich gevaarlijk, want het goeie gevoel leidt tot regelmatig bezoek en naar gebleken is kun je een stek kapotvissen. Sneller dan je denkt. Waarna het niet meer goedkomt
Dan zit je met je goeie gevoel wel uren te maken, maar komt er geen vis meer uit. Ik zou het niet geloven als ik het niet zelf al een keer of wat meegemaakt heb. 

Ik heb voor mezelf trachten te definiëren hoe het komt dat sommige stekken zo goed voelen, dat je er extra blij van wordt er te zitten. Paul Weller zong het al: "you do something to me, somewhere deep inside". Kortom, niet direct rationeel even beredeneerbaar. Niet goed te verwoorden ook. Dus ik laat het verder. Soms schieten woorden tekort.






Kijkend naar de schilderkunst dan zie ik Leonardo da Vinchi die de theorie van de gulden snede gekoppeld heeft aan de menselijke maat, daarmee een manier van componeren tot stand brengend dat de mens als compleet, als rustig, als kloppend ervaart, gebaseerd op de verhoudingen van het menselijk lichaam. Architectuur, kunst in al zijn vormen, ontwerpen, you name it, het zit overal in. Die gulden snede gaat nog veel verder terug dan de Renaissance, naar 1200 na Christus. Goed beschouwd is het een rekeneenheid. Maar dan wel een bijzondere omdat er vele vormen in de natuur dezelfde verhoudingen kennen, ontstaan zonder die door mensen geformuleerde rekeneenheid. Er zijn zelfs wetenschappers die beweren dat eea ook opgaat voor de vorm van het heelal. Ik wil maar zeggen, niet het allerminste. Het universele van de gulden snede leert heden ten dage ook elke student Kunstgeschiedenis of aanverwanten. Ik moet zeggen dat ik als fotograaf vaak gespeeld heb met dit gegeven, automatisch zelfs vaak toegepast, totaal geïntegreerd in mijn zijn. Of juist niet toegepast, afhankelijk van wat je op wilt roepen. Maar dat we en gros een bepaalde mate van kloppendheid kunnen ervaren in wat we zien is mij wel duidelijk. En dat gegeven en omdat het zo ingebed zit ook als gevoel, heb ik ook toegepast kijkend naar die visstekken, zittend op de plek. Alsof ik mij in een visueel kloppend schilderij of andere afbeelding bevind. Alles wat ik zie en ervaar past op zijn plek, zijn juiste plek, prettig om er onderdeel van te zijn. Mijn gevoel van welbevinden kan dus zeker in die hoek gezocht worden.  


Da Vinci's ideale maten

 

Laatst las ik in het 4 maandelijks magazine van Natuurmonumenten een verhaal over ook zo'n bijzondere plek met impact voor wie er gevoelig voor is; het landgoed van Henriëtte Roland Holst (en partner). Schijfster en dichteres start 20e eeuw. Bewoonde een prachtige bosplek (De Oude Buisse Heide) die inspiratie en bezieling gaf.  En niet alleen voor haar, maar ook voor gasten en bezoekers. Inmiddels beroemde gasten, zoals Van Gogh. En nu opnieuw, want herontdekt, hergewaardeerd en opgeknapt. Grappig hoe het dan in je hoofd werkt; was al bezig met het onderwerp en dan komt er opeens iets langs dat bevestigend of versterkend werkt. En daar hebben we die verduivelde syncronicity weer.



Kom via mijn werk op veel van dit soort groene plekken. Kleine en grotere lusthoven waar het goed toeven is, voor de eigenaars soms een heilige plek. En ook daar ervaar je dat de mens universele belevingswaarden heeft, vandaar dat de gulden snede nog steeds niet aan kracht en waarde ingeboet heeft. Een ultieme waarheid waar we allemaal aan (vol)doen.  Het goddelijke in de mens. 

Vandaag bevind ik mij op zo'n plek. Alles binnen mijn blikveld op zijn plek. Gelukkig is het een heel eind stiefelen anders zou ik in de verleiding komen er te vaak te komen en de zaak op vissen. Temeer als zo'n visplek je dan zonder al teveel moeite ook nog eens mooie vis oplevert des te mooier. Moet mezelf bijna geweld aan doen niet heel snel terug te gaan. Te makkelijk, te voorspelbaar ook vertel ik mijzelf. Zonde om het te verpesten. Bij gedoceerd gebruik kan ik er lang plezier van hebben. Laten we het maar duurzaam vissen noemen.








(Dit geheel in tegenstelling tot sommige statische vissers die een water kiezen, niet vanwege de schoonheid van het uitzicht, al mag het als bijzaak, vooruit maar, maar vanwege het formaat van haar bewoners. En dat d.m.v. flink, ik bedoel FLINK, voeren zo snel mogelijk willen leegrossen, zodat ze door kunnen naar het volgende snelle project X. Ik veroordeel het niet, ieder zijn meug als onderdeel van een behoefte, maar mij ligt dat niet. Aaron zegt altijd; "je hebt vissers en vangers".) 

En hoewel bovenstaande mijn gewaardeerde vissersrealiteit is, en iedereen die mij kent denkt dat er nog een leuk en gevoelvol verhaal gaat volgen over zo'n superstek - en inderdaad, ik heb er vele dit jaar - is het op deze plek hier eigenlijk een metafoor. Een metafoor voor een andere kant van het leven: de liefde. 

Ook daar superstekken, en supervangsten. En ook daar het verschijnsel van een mooie stek uiteindelijk geheel op kunnen vissen door teveel van iets, van wat dan ook. Totdat hij echt geheel doodvalt... en het ook daar daarna niet meer goed komt. Er zelfs bordjes komen te staan; "eigen weg", "verboden toegang".
Gelukkig zijn er altijd andere polders met superstekken voorzien van stille wateren en diepe gronden, uiteraard alleen als je ze toe gaat laten als zodanige nieuwe mogelijkheid, met open blik en warm hart. Free your mind and the rest will follow, kennen we allemaal. Dat is voor het hart niet anders. 


En ik dus de mijne... mijn weg. En ik weet van mezelf: weg is weg... letterlijk, figuurlijk.






dinsdag 9 september 2025

"Vous êtes une aventurier?"

Het kleine meisje houdt zich met beide handen vast aan het gaashek van haar oma. Een waar engeltje; hoogblond, ernstig gezichtje, intense blik (zo jong al) en klassieke trekken. Bijna Engels. Dat zie je maar weinig in Frankrijk. Ze vraagt me de oren van mijn hoofd, deels niet te volgen, want ook rap van de Franse tong, te rap voor deze nog wat verbaal roestige slechts tijdelijke Fransoos. Of ik een avonturier ben? Ik zeg maar ja, en ook karpervisser, en nee toch geen bohemiën ondanks dat ik 's nachts buiten slaap... Dat vissen vindt ze prachtig. Ik laat haar wat foto's zien van karpers van de afgelopen nachten en ze is verkocht, blijft maar aan haar kant van dat hek staan, vragen op mij afvurend. Pappi (opa) had gezegd dat er hier geen karpers zitten, en ze was er niet van te overtuigen dat dat anders was. Zelf wist ik van 30-ponders, voor mij goed genoeg. Op een gegeven moment wordt ze naar binnengeroepen. Oma begrijpt dat de visser niet alleen voor haar kleindochter komt. Oma had ik al even eerder gesproken omdat ik toestemming wilde om er de nacht door te brengen. Al hoewel openbare zone toch onderdeel van iemands persoonlijke ruimte, zo vlak achter de tuin, hek of niet. 


Tussen de buien door

Voor mij niet meer dan normaal, zo'n vraag. Bijzondere dame, bijzondere kleindochter. Het zal een generatie overgeslagen hebben, zoals zo vaak, want op een later moment zie ik ook de moeder, en dan snap je niet dat daar zo'n engeltje uit voort kan komen. Deze subjectieve constatering is uiteraard geheel voor mijn rekening. 

Het engeltje had ik verteld dat het zou gaan regenen. "Mais non, monsigneur, pas possible." Dat waren in korte tijd al twee verschillen van inzicht, naast de ontbrekende karpers dus ook al dan niet regen. Die avond en nacht breekt de pleuris uit, qua hemelwater dan, de wind blijft achterwege. Voor een visser die net een hittegolf te verduren heeft gekregen met temperaturen van 38, 37, 39, 38 graden niet zo erg. Ik verlang wel naar afkoeling. En de vissen ook: kan niet anders, het moet gaan lopen. Al hebben we voldoende goed gevangen ondanks die hitte, Arend zelfs afsluitend met 24 stuks.  De uitdaging zat 'm meer in andere zaken als toegankelijkheid water en het aanwezige wier. Sprak nog een carpist die letterlijk aan het water woont. Had ik van het voorjaar leren kennen, aardige vent, heel open.  Het bij hem voor de deur liggend stukje kanaal zou au cet moment très compliqué zijn. Trop chaud. Ik heb dan al 2 dagen gevoerd en al de nodige activiteit gezien. Zit vlak bij een zone waar onder de sluis door water doorgepompt wordt, zorgend voor stroming en zuurstof. Resultaat midden op de dag paar uur later: in 3 uur tijd 4 runs. Absolutement très compliqué🤷🏻‍♂️. Het zijn geen monsters, maar wel karpers. Toch brengt de natte nacht bij het pand van het engeltje en haar oma geen vis op de desondanks doorweekte mat. Als ik naar het weerbericht kijk dan weet ik genoeg: wegwezen naar drogere oorden of naar huis. Aanvankelijk voel ik voor dat tweede, ben al 10 dagen onderweg en de max is wel weer bereikt, de rek is er wat uit. Daarbij is Arend gister solo (op afspraak) naar huis gegaan, dus ik ben alleen. Even wennen.  Heeft ook voordelen, want zo kan ik 3/4 maal schakelen zonder irritatie daarover van anderen. Ik besluit straks oostwaarts te rijden naar een andere uitdaging, zo te zien daar grote kans op droger weer.  Daarbij... met het desbetreffend water in mijn hoofd heb ik nog een appeltje te schillen. Dus als je er dan toch in de buurt van bent?! (T.o.v. Nederland is alles in de buurt natuurlijk.)

Terug naar het ochtendmoment achter de tuin aan het charmante kanaaltje. Het engeltje heb ik binnen al zien scharrelen, bij eerste licht al. Met haar neus tegen het raam gedrukt, om de 5 minuten zwaaiend. Ze mag vast van oma nog niet naar buiten, nog een te natte boel. Op een x-moment is het inpakken aan mijn kant klaar, moet ik afscheid nemen. We zwaaien zonder woorden naar elkaar. In gedachten zeg ik; "je opa had gelijk!". 


Voorlopig even noodweer

"Je opa had gelijk!"

Eerder die sessie gestart onder Nancy. Ook al solo. Arend zou ik later gaan zien. Mooi rustig kanaaltje. Beetje vergeten visgebied. Behalve karpers zwemmen er ook lelijke pussycats, van die grote. En laat ik er in het holst van de nacht er daar nou een van aankrijgen. Kolere, wat een geweld, meter na meter wordt van een per ongeluk veel te strak staande slip afgerost. En toch gaan, en gaan, en gaan. Het beest vlecht zich door alle wiervelden die het kan vinden. Zonder pauzeren. En dan opeens knalt de lijn door, de spanning wordt te groot. Had sowieso niet de illusie gehad dit monster te kunnen gaan vangen, niet in deze wierrijke omstandigheden... maar lullig blijft het. Hoe ik weet dat dit een meerval geweest moet zijn? Paar jaar terug had ik exact dezelfde ervaring. Dacht toen nog naïef mijn nieuwe karperrecord aan het drillen te zijn. Dat ik destijds die vis wist te vangen had meer met mazzel (en een toegesnelde vismaat, ja weer die Arend) dan met kunde te maken. Verder niks de 48 uur daarop, ondanks verkassen naar een ander pand. Nadeel van geen kennis en geen tijd (om de vis op het voer te zetten).


Tres grosse silures, pas beaucoup des carpes... wist ik veel


2020, op net zo smal nietszeggend kanaaltje

Later die week tref ik Arend in een heel ander deel van het land. Voorwaarts, op naar een gezamenlijk groots avontuur! Maar niet te snel, bloedverziekend heet vandaag.  En de dagen erop ook, heb echt 37, 38, 36, 39 voorbij zien komen. En echt rustig achterover leunen wordt het niet, elke dag 2 stekken aanvoeren, en bijna elke dag verkassen. In die hitte moet je dat wel met enig beleid doen. Het is zelfs zo heet dat we stekken in functie van de bomenbeschutting zoeken. Als eerder vermeld desondanks toch vis gevangen, op alle momenten van deze sessie. Zowel in de avond, nacht als vroege ochtend komen ze er uit. Arend draait series: 7 stuks, 5 stuks, etc. Ik start met een blank, maar daarna gaat het gestaag, elke nacht wel een of meerdere vissen, en dat loopt door tot het afscheid. Arend naar huis en ik nog een kleine week verder. Maar wat is wijsheid, in heel Midden Frankrijk code rood voor een paar dagen? Pleurisweer op komst. Ik trek mijn conclusies, blijf niet in dezelfde streek hangen, maar rijd wat omhoog. En dan wordt het zoeken. Persoonlijk pionieren. Uiteindelijk resulterend in de blanknacht bij het engeltje. 


Voeren, voeren, voeren

Prettig weerzien

Zoals hij zelf zegt, een gouden k**p.

Aan de sfeer ontbreekt niks

Op zijn Bassie's...


Hier kwam ik voor

Lekker in de schaduw

Met grote regelmaat draai je het zo in. Kansloos.

De variatie is groot


Een bekende voor Arend, maar niet voor mij. In elk geval in de pocket. Blij!

En daarna vanzelf het nog een appeltje mee te schillen-water, ken het al ginds 1993, want opgenomen als apart hoofdstuk in het eerste Nederlandse boekje van Lion Hoegendiek. Nu ruim 30 jaar later nog steeds zwaar bevist, dagelijks, op de geijkte hoerenstekken. Gelukkig is de stek die ik ambieer desondanks vrij, ondanks dat ik dan ingesloten zit tussen Fransen links (4 man, 16 hengels), en Fransen rechts (2 man, 6 hengels). Maakt me vandaag niet uit, ik ga diep vissen. Ik weet van een eerdere keer dat hier een geul van tegen de 4 meter diep ligt. Weet vrij zeker dat ze daar doorheen komen. Onderkant talud op 3,5 meter ipv strak tegen de bomen van het enige eiland zoals alle anderen het hier doen. Het is deze nacht een alles of niets move, mede bedoeld om zo droog mogelijk deze periode door te komen. En dat lukt, slechts een paar stortbuien terwijl om mij heen de Franse pleuris is uitgebroken. Als ik de volgende dag zonder beet wakker word voelt dat prima, voor de verandering (in mijn ogen: als je 's nachts blankt heb je een compleet verkeerde inschatting van de situatiegemaakt, derhalve reden tot licht chagrijn). Normaliter partir c'est mourir un peu. Maar vandaag niet, het is goed zo. Weer een water van de shortlist af. Bij indraaien blijken twee van de drie onderlijnen kansloos te hebben gelegen. Het zal wel. Passend afscheid horend bij deze voortdurende en dagelijkse gangbang. Op naar andere oorden. Echt vissen. 


Adieu, tot nooit

Twee onderlijnen gebroederlijk naast elkaar, rechts de mijne...

Met 2 van de 3 stokken vast... 

Andere oorden... Daar aangekomen via uiteraard de Bison Futee valt me de rust in de streek én langs het kanaal op: heel weinig volk, nauwelijks boten, geen vissers (over 50 km). Ik heb nog 3 nachten en zie deze als diepte-investering voor komende jaren. Rijd gedurende de dag een leuk stuk van het kanaal af. Wat opvalt, veel toegankelijker dan datgene waar ik eerder deze trip met Arend was. Biedt toekomstperspectief. Het staat op vele lijstjes, maar desondanks geen hond hier. 


Nergens mensen te bekennen, geen bewoners, geen vissers, zelfs geen kapiteins van huurboten

Op een wat langer pand maak ik 2 voerstekken, die ik beide komende dagen afvis. Ik kan dus dadelijk vissen op een stek waar 1 x extra voer is gedropt, en een waar dat zelfs 2 x is gebeurd. Effe een Bas vd Broekie doen. Maar nu eerst naar een vertrouwd stuk, waar ik vorig jaar zomer (2024) in de reservenacht instant 2 mooie schubs had. Fijn is dat je op vrijwel alle Franse kanalen wel mag nachtvissen, zolang de VNF er maar langs kan. En reken maar dat die actief rijden. 

Deze nacht levert geen schubs op, maar 2 spiegels. Ik moet er lang op wachten, pas om 05.00 de eerste. Als je dan weet dat het hele stuk 600 meter is dan kun je er uit opmaken dat ze nooit heel ver uit de buurt zijn. Eigenlijk had ik eerder resultaat verwacht. Ben blij met deze 2 vissen, een mooie toevoeging aan wat er al op de mat geweest is. Dan op mijn dooie gemak teruggereden naar stekken 02 en 03. De eerste om nog eens te voeren, de tweede om neer te strijken. Waarvan akte. Beetje een hoerenstek, ken diverse vissers die ook hier gevist hebben. Het bestand is goed te noemen, maar omdat dit pand 20 km lengte heeft kunnen ze overal uithangen, vandaar ook een tweede stek in hetzelfde stuk. Ad ramdom prikacties eigenlijk, ik weet niks. 


Bekend terrein

In de reservetijd, was al aan het inpakken

Zal rond 13.00 uur vissend weer geweest zijn. Verwacht nog geen vis, wel lekker zitten, en de map met onderlijnen eens nalopen. Beetje eten, kopje thee, dat werk. Niet lang nadat ik zit twee Franse jongetjes, jaar of 9/10, vissers. Op MBT en step. Duurt niet lang voor ze op me afkomen, beetje schuchter, de auto met NL-nummerbord is niet te missen. Ook hier de nodige rappe vragen, net als bij het engeltje. Nee, niks gevangen (ik vang nooit iets, zelfs met nat net en idem onthaakmat vlak naast me), en ja ik blijf de hele nacht. Of ik verres de terre heb. Even sta ik met de mond vol tanden, euhhh? Achteraf makkelijk, aardwormen... de gastjes gaan ook vissen, verderop, netjes rekening met mijn lijnen houdend. Werphengel met plugje, vaste hengel, vermaken zich de hele middag. Wat een leven, opgroeien naast het viswater. Ze wonen naast le Marie. Op een gegeven moment komt er een derde bij, ietsje ouder. De twee eerste knapen zitten bij de brug, er onder eigenlijk. De derde blijft hoog en gaat heel onschuldig ongezien steentjes in het water gooien, het lijkt wel een jaren 50-film. Zo anders dan onze jeugd. Op een x-moment wordt 'ie toch betrapt, grote hilariteit. Vanaf dat moment verdelen ze de hengels. Omdat ze niks vangen gaat vissen vanzelf over in spelen en dat gaat ergens mis die namiddag. Ik hoor krak, hoor een schreeuw en vanaf dat moment een ontroostbare middelste knaap. Heeft zeker 10 minuten onafgebroken lopen snotteren. De twee anderen zijn ook direct stil, en voelen (bijna lijden) mee. De uitgelaten stemming is compleet omgeslagen. Ze druipen langzaam af richting het dorp. In collectieve mineur. In dat proces sta ik op, loop naar het jong van wie de gebroken hengel is, vraag wat er aan scheelt. Het tweede deel van zijn vaste stok (4 of 5 meter) is cassé, gebroken. Ik geef 'm 10 euro en leg uit waar de viswinkel zit paar dorpen verderop. Hij is zo van de kaart dat ie ook zijn trui nog vergeet. Dat kinderverdriet was echt, kwam bij mij ook zo binnen dat ik er ook even last van houd. Deze kinderen waren in vrijwel alles zo anders dan wat ik uit NL gewend ben. Verwende hobbyprojecten. 


Toen was alles nog pais en vree, en werden er nog onschuldig steentjes in het water gegooid

Die nacht levert me maar 1 aanbeet op, wel een mooie vis; schub met karakter. Sterke vis, die er ondanks het warme water als een malle vandoor gaat. Op de kant zie ik een oudere vis, met een ietwat eigenzinnige bouw, geen 13 in een dozijn. Het is zo vochtig dat de frontlens van mijn objectief blijft beslaan, de plaatsjes vallen wat tegen. Van bovenaf gezien lijkt deze vis net zo plat als een brasem. Dus wel de looks, maar niet het gewicht dat er bij zou kunnen horen.  En zoals zo vaak deze sessie, niet van de kant waaruit ik dat verwacht had. Ik vis die dag verder lekker uit. Zonder resultaat. Voor het mooie toch nog wat te heet... water is 23 graden. En dan heeft het al flink geregend. 


Vis met karakter


Dan voor de laatste nacht naar de laatste stek. Heeft al 2 beurten voer gelegen. Levert in elk geval al om 17.00 uur een aanbeet op. Op de rechterhengel. Maar ik zal 'm links landen uiteindelijk, ver achter de stek van de linkerstokken. Wat een power, wat een wildebras... leek op de kleur na wel een Hollandse polderschub. Daarna stil, nou ja stil, veel piepen, de hele nacht door. Het barst er van de kreeft en de poisson chat, voedselconcurrenten van vriend karper. Om de zoveel tijd voer ik na. Maar toch geen serie aanbeten a la Arend, of onze Bassie uit 't oosten... Pas in de ochtend, ben al scharrelend rond de visstek, want straks op huis aan, nog een afscheidsrun (alweer eigenlijk). Prachtige karper, die veel groter oogt dan dat de unster aangeeft. Ook deze heeft van boven een platte bouw. Vermoed dat de kreeften en poisson chats hier een groot aandeel in hebben. Voedselconcurrentie. En net als in ons kikkerlandje komen ze er hier nooit meer vanaf. 


Elke stek zo eigen qua looks, totaal verschillend van de rest

Zo komt het regelmatig terug... kansloos

Laatste vroege vogel van deze sessie

Heb in totaal 14 dagen en 12 nachten gevist, een PB. Op 11 stekken. In die zin hard werken, zeker met die hitte. In die tijd 17 karpers gevangen. Voor mij prima resultaat. Want op 3 van de 4 kanaalstelsels beetgehad. Goedbeschouwd maar 2 nachten zonder aanbeet. Dat is exclusief de circuitput. Die tel ik niet. Ook nog tijd gehad hier en daar een dorpje te bezoeken en even gas terug te nemen op een terras, of met een verse croissant te genieten van de ochtend, naast een vistrip ook nog een broodnodige vakantie. 

Als je dan denk dat ik even genoeg van vissen heb, welnee. De dag na thuiskomst in ons kikkerlandje  door omstandigheden naar Leiden moeten rijden. Mooi dat ik op weg naar huis (flinke omweg) nog even een pennetje uitwerp. Met resultaat. 


In Nederland gaat het gewoon door

Laat die herfst maar komen. Ready to go. Zit goed in mijn vel. Zelfs Hollandse nachtvissessies in voorbereiding. Mag in de krant. Heb in Frankrijk wellicht wat doorbroken (?).

Heet van de naald; die herfst dient zich vroeg aan, althans het bijbehorende vangstresultaat. Lucky me. In 2,5 uur zes runs en vijf gevangen vissen is een resultaat dat ik niet had durven dromen, en dat alleen maar om mezelf iets te bewijzen. En minder dan een week later op dezelfde stek precies hetzelfde, nu vier gevangen vissen op zes beten in eveneens 2,5 uur. Maar dat moet wachten tot een volgende blog. Tenzij er dan wel wat interessanters te vertellen is. 

Overigens, die nachten, ho maar, vette blanks: verkeerde keuzes en licht chagrijn. 


Geen Gouds commentaar