donderdag 18 mei 2017

De Brasemkoning

Dat die brasems 'in mijn bloed zitten' merkte ik afgelopen weken, ging liever op die megadames vissen dan serieus starten met zeelten, ondanks de "planning". Gelukkig is die niet heilig. Mede ook omdat het mooie weer op zich liet wachten, waardoor er extra kansen (lees; tijd) ontstonden door uitgestelde paai voor een paar grote brasems, en de gevangen zeelten nog geen spoortje van kuitaanzet vertoonden. Zo kwam er ruimte om te blijven doen wat goed voelde. Daarbij had ook John er zin in dit voorjaar en dat is niet altijd vanzelfsprekend. Ik vis zonder probleem solo, de meeste sessies eigenlijk, maar met een goeie maat is een en ander minstens zo enerverend, en heeft het een andere dimensie. In dit geval zeker ook omdat hij de laatste jaren serieus geïnvesteerd heeft in wat extra (werp)technieken en accurater, verfijnder vissen, resulterend in meer vangen, mij zo ook weer prikkelend. Chapeau, John!

Die weekendsessie begon met minder weer, met op zijn minst een discutabele flinke noordoosten wind. Volgens de kenners is het dan 'ruk'. Het maakte ons niks uit, we hebben al meer gelijk gekregen.
Op andere wateren zaten gelijkgestemden, maar die moesten warmteminnende karpers gaan vangen. Voor hen zagen we het wat minder rooskleurig in. Hetgeen aanvankelijk klopte, maar omdat de aanhouder wint, kwamen er vanzelf weer prachtexemplaren op de mat. Ik mocht getuige zijn van de vangst van een van de mooiste.



Proost jongens!

Mooi he!

Misschien zet ik 'm nog wel eens op een cover ergens?

Terug naar onze sessie, het is jammer dat ik nog niet over alle beelden kan beschikken, dus dan maar zo (zie eerstkomende foto). John viste mij faliekant naar huis, en over de oorzaken zullen we het nog vele keren onderling hebben, maar een feit is een feit; 14 tegen 1 brasems staat in geen verhouding. En dan was hij er nog een paar kwijt ook... Ik ben een nachtje mijn wonden thuis gaan likken, heb wat veranderd in de aanpak (lees; speelde gedeeltelijk voor copycat) en ben daarna teruggegaan. Resultaat; een aantal bijzonder gewichtige brasems, waaronder eindelijk weer eens eentje van 6 kilo.
Denk dat ik het al met al niet zo slecht gedaan heb, de wind was naast toegenomen ook verder naar het noorden gegaan, met als gevolg dat de temperatuur, toch al niet zo hoog, daalde naar 9 graden overdag. Het voelde aan als herfst. Slechts tegen de middag liet de zon zich zien.
Was al met al blij met het resultaat, had er vijf boven de 5 kilo, en de rest zat daar maar net onder.
Op naar de zeelten!


Mijn brasemheld

Bar en boos voor half mei

Ik zei nog, "doe winterkleding aan; jas, sjaal, dikke broek, idem sokken, een muts en handschoenen..."

Héél even kwam de zon door

Dit is nou een echte Brasem

En deze ook

Een beetje een rare, maar met 4,9 kilo zal ik niet klagen

Twinsister 01...

... en 02

Een mindere foto, geef ik toe,maar mijn camera had kuren. De sluiter gaf een error... billenknijpend momentje

Ingestraald en wel. Zal dat het geweest zijn? 
Als de vissen kwaliteitsvoer krijgen, waarom wij dan niet? 

dinsdag 9 mei 2017

Even lekker uitwaaien

Wanneer ik naar de tandarts voor een echte behandeling moet neem ik de dag verder vrij. Niet uit selectieve luiheid, maar omdat ik nooit weet hoe de anesthesie gaat uitpakken. Ooit na aandringen van mijn tandarts een allergietest bij een gespecialiseerde kliniek ondergaan om uit te vogelen welke van de gebruikte middelen geen reactie zou geven, hetgeen tot dat moment rijkelijk gebeurde, tot ziek naar bed moeten toe. En omdat nog ergere (serieuze) reacties ook kunnen, was het zaak dingen uit te vogelen. Van de drie doorgaans aanwezige soorten(?) in zo'n tandartspraktijk was er 1 waarbij ik geen reactie vertoonde, hetgeen in de huidige dagelijkse praktijk wordt bevestigd met een beter gevoel na een bezoek aan de smoelsmid. Maar toch, ik neem geen risico meer. En zeg nou zelf, alhoewel ik het niet nodig heb, is er toch niets mooier dan een goed excuus te hebben te gaan vissen?
Mijn tandarts is niet in de buurt, maar wel in de buurt van mooi viswater, waaronder dat wat ik dit voorjaar al een keer of wat heb bevist, op zoek naar Haagse uitzetvis. Tot nog toe heeft het niet heel erg mee gezeten, lijkt wel of er minder vis dan andere jaren zit. Hetgeen zomaar kan, het stelsel zal 10/12 kilometer lang zijn, minimaal. Of ik kan niet vissen, altijd een mogelijkheid.

In de ochtend wat voorgevoerd, daarna door naar de tandarts. Weer een kroon vervangen. Daarvan heb ik er negen inmiddels. En mijn broertje heeft geen gaatje, ondanks dezelfde opvoeding en voedingspatroon. Wanneer dat gedaan is ga ik even bij een plaatselijke Lidl langs, die heb ik in mijn eigen buurtje niet. Ik mocht gelijk weer eten, dus dat Frans aandoende croissantje laat ik niet liggen. Dan op mijn gemakje terug naar het viswater. Het zal niet vaak meer vanaf de kant kunnen, het riet wordt te hoog en de lelies zijn bijna geheel boven, daarmee dadelijk 90% van het oppervlak vullend. De eerder op de blog geïntroduceerde snoekdobber- en inlinemethodfeeder systemen laat ik even voor wat ze zijn. De eerste is niet meer zo nodig, omdat de bladeren veel hoger in het water, of al bovenop aan het oppervlak, liggen. Met veel minder kans op lijnzwemmers. En de tweede omdat de niet zonder een extra bakje of emmer aan grondvoer gaat, en ik even geen zin om te sjouwen heb. Dat komt wel weer, ik ben er nog niet klaar mee. Nu gewoon even klooien met een worm en een maiskorrel onder een simpel pennetje, en genieten van de rust ter plekke. De koude straffe noordenwind die recht op de kant staat doet daar wel wat afbreuk aan. Te koud, al met al, behaaglijk is anders...

Recht op de kant die noordenwind

En achter het riet onderaan het talud weer behaaglijk, windstil

Op alle drie de stekken ligt vis, al duurt het bij de ene stek wat langer voor de dobber onder gaat dan bij de andere. Maar bij alle drie de stekken mag ik een schepnet in het water stekken en een fotomomentje creëren. Wat kan klein geluk toch groot zijn.
De grootste karper van de twee lijkt mij een hele oude krijger, die niet alleen het grootste deel van zijn rugvin mist (zie je meer bij polderkarpers, iemand vertelde me eens dat dat komt omdat ze in die ondiepe polders soms in het ijs vastvriezen? Ik heb er mijn twijfels over, maar zelf geen dekkende oplossing), maar ook aan beide kanten zwaar gehavend is geweest. Ondanks dat moest ik alle zeilen bijzetten om deze vis te landen. Samen hebben we alle leliebladen die in een straal van 15 meter rond de stek opkomen bekeken, van onder en van boven. Pfff... hard werken. En genieten! Maar met een voldoende dikke lijn (!) is het geen enkel probleem. Ik kan me niet heugen er een vis door verspeeld te hebben. Ze komen altijd los en lijnbreuk is eigenlijk niet meer van toepassing. Vandaar dat ik met het volste vertrouwen tussen de lelies vis.

Ouwe rakker

Iets te sportief aan het paaien geweest?

Daarnaast vang ik weer een grote Giebel (MOAG), de derde dit jaar en deze heb ik gewogen en gemeten.Voor mijn Engelse vrienden bij Drennan. Die giebels zijn daar sowieso een topic omdat ze de kroeskarpers zouden verdringen (hetgeen goed kan) of hybridiseren (hetgeen iets minder aannemelijk is, gezien de specifieke voortplanting van de giebel, maar ik wil het kort houden). Maar goed, in het land waar het verbeteren van je PB een ware volkshype is, vinden ze zelfs een nuisancefish van recordformaat interessant. Naast de 48 cm die ik dit jaar al eerder haalde (de derde nu, en 49 zou ook mijn PB-verbetering zijn...) blijkt de vis 2850 gram zwaar te zijn. Dat is omgerekend 6,3 lbs. Een waar monster, zeker gerelateerd aan de daar aanwezige kroezen (4 lbs en een beetje als top). En zelfs aan de brown goldfish (de Engelse naam voor onze giebel) want de grootste daarvan topt overzees 5,7 lbs. Feestje!

Net zo breed als ie hoog is.

dinsdag 25 april 2017

MOAG!

De brasem kriebelt momenteel het hardst, en omdat onze gewone stek nog niet veel heeft opgeleverd, ondanks "midden in het seizoen", denk ik er slim aan te doen eindelijk eens een van de andere wateren op de altijd aanwezige "het leven is te kort"-bucketlist te gaan bevissen. Die info is al wat jaren oud en eigenlijk moet je er direct na de tip naar toe, de natuur veranderd dermate hard dat de situatie een paar jaar later volledig omgedraaid kan zijn. Zeker daar waar het grote brasems aangaat, dat zijn de Laatste der Mohicanen van hun soort op vele wateren in Zuidwest Nederland. Sterven deze brasems, dan is het grotendeels over met deze soort. Nakomelingen zijn stelselmatige opgeruimd. Klinkt wat dramatisch, maar dat is het ook. Combinatie van helder wordend oppervlakte water en de intensieve en effectieve groepsjacht van onze Japanse exoot, de zwarte aalscholver. We zullen het er mee moeten doen, want van overheidswege blijven alle acties uit, ondanks de vele signalen. De zeelt neemt overigens op veel plekken de ontstane ruimte in, dus alle "nadeel hep se voordeel".

Afijn, ik wurm me door de files heen, duidelijk te merken dat het beter gaan met BV NL, pffff... zelfs midden op de dag mag je aanschuiven. Maar ach, wat klaag ik, ik MAG vissen.
Eerst even een verkenningsronde, mede omdat ik een tent zie staan op de door mij geambieërde stek. Het blijkt een lokale karpervisser met een terdege waterkennis, volgens zichzelf. En nee, hij heeft niks gezien en nee, hij denkt ook niet dat ik wat ga vangen. Brasems of niet, die hier trouwens niet kleiner zijn dan 60 cm, maar ook niet groter dan 70. Hij meet namelijk alle vis. Da's dan wel weer aardig. De "winkel" hier zou al vanaf 05.30 open zijn geweest, dus wat kom ik nu nog doen? Ik laat dat maar zo, discussiëren over visgedrag met onbekenden is een vrij zinloze bezigheid gebleken. En met bekenden wordt het eigenlijk ook steeds minder zinvol. Sign of the Times? Overigens gaat hij dadelijk inpakken, ik mag zijn stek overnemen. Dacht het niet, want als hij niks gezien heeft de hele dag kan dat heel veel betekenen, maar onder andere ook dat er wellicht niet zo heel veel vis in die sector zit? Daarbij, weet ik veel hoeveel en waarmee hij gevoerd heeft? Ik ga dus op een heel ander stuk zitten, we zullen zien.

Ik houd van okselvissen, daar is niks kinky's aan, zal dat nog eens uitleggen. Op vele vierkante wateren, of wateren waar rechte hoeken voorkomen, komen twee taluds samen, ergens onder water. Ik houd er van om op dat talud te vissen, in de oksel, er bovenop, halverwege of onderaan. Er bevind zich vaak vis in zo'n sector, mijn ervaring.
Hengel links gaat aan de onderkant van het talud in de oksel. Dat heb ik dan natuurlijk eerst even uitgepeild. En daar leg ik dan dmv een marker vrij nauwkeurig een voerplek neer. Daarna de gemarkeerde hengel. Ik houd niet van lijnen achter lijnclips, althans moet je bij Shimano niet doen, beschadigd de lijn veel te veel. Werk dus met topelastiek, en dat voldoet in ruime mate. Zie foto. Het staat nauwkeurig vissen toe. In combi met de voerboot erg exact. Vissen doe ik met maden.
Hengel rechts gaat het wijd op, temeer daar ik weet van de karpervissers die mij tipten dat zij hun ongenode gasten vingen als zij ad random een boiliezone à la een half voetbalveld aanlegden. En het zouden loebassen zijn, met hoge ruggen, dikke staarten en vette buiken, mind you?!  Een brasem van 60/65 cm kan dan in deze periode makkelijk 8/9 pond of nog zwaarder wegen. Het voer drop ik ook iets verspreider. Inclusief een methodfeeder met een opvallende boilie. Kijken wat het best werkt.

Voor mij de ideale lijnmarkering

Da's een rare brasem?

Om kort te gaan; binnen het half uur al beet op links, resulterend in een forse zeelt. Puntgaaf in de bek. Zo nu en dan wat lijnzwemsignalen, dus er zit nog steeds vis in deze zone. Dat blijkt, want zeelten nummers 2 en 3 dienen zich ook al snel aan. Telkens denk ik met of een grote brasem (feestje!) of een klein karpertje van doen te hebben, niks zenuwachtig heen en weer zwemmen en/of kopschuddend gedrag, zo kenmerkend voor zeelt. Tegen de tijd dat de zon ondergaat komt de eerste brasem aan land. En tja, dat is niet waar ik voor kwam. Met 59,5 cm ook nog eens kleiner dan datgene dat volgens de allesmetende en -wetende karpervisser hier zou rondzwemmen, maar ook nog eens van povere "kwaliteit", niks zware bouw, niks zonder slijm. En wat mij nog meer opvalt, niks geen kuitaanzet of paaipukkels... en dat half april. Het doet me denken aan mijn theorie (of veronderstelling) die je ook bij zeelten ziet; de oudste (langste) exemplaren doen niet meer mee aan het paairitueel, die blijven slank, terwijl de jongere vissen zich vullen met kuit. En waarom niet, dat gebeurd bij andere diersoorten, waaronder onszelf ook. Ben ik hier te laat, is de populatie al te ver heen? Volgens John is dat onzin, zo zwart-wit is het niet, slechts een kwestie van doorvissen om dat te weten te komen. De snoeken hier zijn ook van dezelfde niet-denderende "kwaliteit", dat weten we uit eigen ervaring, terwijl de karpers uit hun voegen barsten. Zegt dus niks. Ik heb mijn twijfels. Maar goed, je komt er maar op 1 manier achter inderdaad...

Qua lengte komt ie wel heel dicht in de buurt van het magische getal

Een goudoranje vriendin

Ik ben er blij mee!

Voor de vorm op de foto. Prachtige vis, maar niet waar ik mijn zinnen op gezet heb, duidelijk op zijn of haar retour.

De zon blijft dalen en omdat de rechter hengel nog geen enkel teken van leven heeft gehad verwissel ik daar de miniboilie voor een boltrig-madenkorf, uiteraard met een trosje maden daarbeneden bungelend. Het duurt niet lang of ook deze hengel gaat 'lopen'. Resulterend in een evenaring van mijn giebelrecord op lengte, en gezien de bouw waarschijnlijk een nieuw PR op gewicht, maar daar ga ik niet meer achter komen, want hij is alleen gemeten. Schat hem zéker over de vijf pond. Al met al was ik onder de indruk, een echte MOAG.

Niet normaal toch?

En omdat ik het wil weten, wel of geen 'echte' brasems hier, ga ik de periode erna nog een paar korte sessies maken, telkens een paar uur in vroege ochtend of middag. En telkens op een andere plek, deels om te leren, deels om niet teveel in de buurt van de dagelijks aanwezige 'circuit'vissers te zitten. Maar dat gebeurd toch, de eerste ochtend blijk ik al op iemand 'zijn' plek te zitten, had net gevoerd, dus dan ga ik niet meer weg, tja lullig... maar hij neemt het niet al te zwaar, er is nog meer viswater in de buurt. Hij blijft even staan voor een praatje. Heeft geen haast, beroepswerkeloze naar eigen zeggen, vist elke dag. Terwijl ik de tweede hengel uitvaar, gaat de eerste al lopen... blijkt een zeelt. Beetje hannessen met alles, boot op het water enzo, nooit handig, maar het lukt me de vis naar de kant te drillen, behalve dat het landingsnet nog opgevouwen zit. Sukkel! Ik geef de beste man de hengel en hij ziet kans hem te lossen. "Ach, een zeelt..." is zijn commentaar. Als ik aangeef dat het me daar om te doen is, of nog liever op de aanwezige grote brasems hoor ik dat het een plaatselijk gebruik is de gevangen zeelten en brasems over te zetten naar het nabij gelegen poldersysteem. Of ik ook wil meedoen? Ik ben met stomheid geslagen, nog niet eens over het onnodige verlies van die zeelt heen… en dan dit☺?
Moet even nadenken, Tompoes verzin een list, en die komt. Ik geef aan zo'n etnische zuivering wel een goed idee te vinden (not, maar dat vertel ik hem niet!). Ik zal op mijn beurt alle gevangen karpers overzetten naar de sloot. Phoe.... toen kwam er een commentaar. Dat was de bedoeling niet. Nee, natuurlijk niet, hahaha. Schijnheilig zooitje. De toon is daarmee gezet, de "visser" druipt uiteindelijk af en ik word verder lekker met rust gelaten.

Noordoosten winden en nachtvorst, het maakte de vissen niks uit

Het blijft mooi aan het water

Aangaande die grote brasems komt het helemaal goed. Groter dan 64 heb ik ze nog niet gevangen, maar dat is met de staart in zwemstand. Bij elkaar gevouwen heb ik die 70 cm wel aangetikt. Denk dus een aardige doorsnee van het bestand gevangen te hebben, indachtig de woorden van de eerste local. Qua gewichten zit het ook wel snor, 4 kilo is een mooi gemiddelde, met uitschieters omhoog en omlaag. De zwaarste ontsnapte voor een trofeeshot helaas, was al onthaakt en glipte uit het net daarin even gedeponeerd in afwachting voor de foto, toen ik de zoveelste kinderzeelt probeerde te landen... die niet wilde, en tegelijkertijd een dame met haar loslopende hond (ga ik een ook nog eens een blog over schrijven, of beter een open brief in de krant...) moest vragen haar Fifi bij zich te houden omdat het mijn laatste voer was wat 'ie wilde opvreten. De dame vond haar telefoonscherm belangrijker dan het controleren van haar hond... euh, wist niet eens hoe dat eigenlijk zou moeten...

En John, je had helemaal gelijk, gewoon doorvissen om er achter te komen. Van de 16 brasems in die sessies
bleken er maar drie van dat oude totaal versleten slag.
En wat me ook niet vaak overkomen is; zeelt als bijvangst, tot vervelens toe eigenlijk (wàààt?), want kleine vis, veel kleiner dan ik normaal ben te vangen. Zelfs zeelt onder de 40 cm kwam in het net. Niet dat ik ze niet waardeerde, maar het had nu even niet gehoeven. Wilde slechts en alleen maar de grote brasems, doorgaans een schuwere vis. Al dat gespetter op de stek en telkens weer uitvaren en bijvoeren leek me niet geheel de manier. Maar het viel mee.
Alles op maden gevangen, de miniboilies bleven vèr achter in de aandacht. Die heb ik dus maar geskipped. Vermoed dat de karpervissers ter plekke daar debet aan zijn. Alle balletjes worden inmiddels vermeden. Zie je op meer wateren.Heb dan ook geen enkele karpervisser uit zijn tent of van zijn stoeltje zien komen om een vis te landen, ook geen bijvangst.
En er kwam nòg zo'n MOAG op de kant, scheelde maar twee centimeter. Deze wel gewogen, en naar ik al vermoedde was de eerste flink boven de vijf pond, want deze iets kleinere en minder gevulde was het exact.








Stuk voor stuk prachtige brasems








woensdag 12 april 2017

Dankzij of desondanks?

Niks is mooier dan een plannetje maken en tijd en ruimte krijgen (vaak hetzelfde als nemen, maar zeker niet altijd, want de 'offers' moeten aanvaardbaar zijn) om dat uit te voeren.
Ik had mezelf voorgenomen om wat meer in de polders te vissen waar "nieuwe" vis zwemt, en niet alleen maar onze bejubelde spiegels, maar ook edelschub. Veel korte sessies maken is wat ik ambieër, denk dat daar de oplossing ligt voor veel vis in het net. Dan is locatie/ligging cruciaal. Een van die polders is vanuit het Haagse redelijk aan te rijden. Daarbij kom ik er in 50% van de gevallen wel in de buurt als ik in de regio moet zijn voor werk, dus zo nu en dan aanvoeren is ook al gelukt. Je zou toch zeggen dat zoiets zijn vruchten moet afwerpen; naast het nodige voer tijdens/na de sessies ook het tussentijdse shotje...
Maar het valt tegen, ik vang niet wat ik verwacht. Wat ik verwacht is in elk geval regelmatig vis op de stek. Dan moet je ze nog wel vangen, inderdaad. Maar ze zijn er vaker niet dan wel. En als ze er zijn dan heb ik wat extra hindernissen te overwinnen, maar daarover laat meer, want die vragen om een oplossing. Die ik denk gevonden te hebben.

Laatste licht
Heerlijk, weer eens een echte Hollandse klomp met goud
Eerste licht

Je ziet het riet bijna groeien, nog even en dan kan ik er niet meer bij

Ik vis het liefst heel vroeg een uurtje of wat bij eerste licht of datzelfde ritueel in de avond. De meest productieve uurtjes eigenlijk. Zo leer je het water aardig kennen. Heerlijk om er uit te zijn, weg uit de stad en al dat gedoe. Eventjes onthaasten. Ondertussen de vogelsoorten tellend (google maar op The Big Year). Ik heb er nu 37, inclusief ooievaar en lepelaar. Leuke extra bezigheid, sinds een paar weken. Aanvankelijk gaat het hard, 19 soorten de eerste dag, maar daarna wordt het lastiger. Ik probeer dit jaar 70 soorten te tellen, kijken of dat gaat lukken.

Naast de poldervisserij moet ik van mezelf ook de grote brasems en zeelten belagen, in deze periode van het jaar vaste prik. We zijn in de regio toch wel gezegend met uitstekende wateren voor deze soorten. Thank you, Lord. En dat maakt het makkelijker. Succes en logistiek gaan samen. Traditiegetrouw met John. Een van die wateren is bij de mannen die in deze regio een grote brasem ambieëren wel bekend, dus we zien elk jaar dezelfde koppies. Kun je gelijk aan afmeten hoe weinigen dat echt willen, brasem vissen... en veel blanken. Het wachten is op een vis boven de zeven kilo. Heeft bij mijn weten niemand nog gevangen, op wat nachtelijk karpervisserslatijn na.
Onlangs de eerste sessie gemaakt en zowaar een brasem gevangen (naast nog wat andere maatse witvis). Geen monster, maar van dit water telt elke vis. Teveel jaren eindigen magertjes, maar dat weet je van tevoren, het is een lastig dingetje, deze specifieke grote brasems vangen. Ja lach maar, maar wie denkt dat deze brasems zich hetzelfde gedragen als de brasems elders in het land komt bedrogen uit. Het zijn kleine schooltjes met uiterst geslepen vissen. Of beter, ze zijn niet zo geïnteresseerd in grondvoer en aanverwanten. Het beste resultaat kregen wij in de loop der jaren met een handjevol (letterlijk) pellets en maden. Zoeken, en wachten. Soms lukt het. Tegen de paai het best, maar dat duurt maar even en dan moet je er nèt wel zijn. De karpervissers ter plekke vergaat het net zo. Maar die vinden dat normaal.
Aan het zeelten ben ik nog niet toegekomen, dat heb ik geparkeerd voor in mei en/of juni. Dan zijn ze wat vetter en tonen ze beter. Hetzelfde gevoel heb ik ook met snoek, liever een buikje. Maar bijvoorbeeld niet met karpers, ruisvoorns of barbeel, daar maakt me dat niks uit. Ieder zijn afwijking. 


Vinden we dit leuk? Maar dat heb je er van; mooi weer lokt de mensen naar buiten

Ik ben er blij mee! Prachtvis toch?!

Terug naar mijn poldervisserij. Niet veel gevangen, al aangeven. Grotendeels omdat ze er niet zaten, althans mijn inschatting. En als ze er dan zaten wist ik toch niet genoeg te vangen. Dat ga ik uitleggen.
Ik vis met twee hengels, een statische en een hengel met een pennetje. De statische zet ik telkens een meter of twintig links of rechts van mij in het riet. Het aas, een boilie (wafter) met een priksysteempje, ligt op een paar meter uit de kant tussen het opkomende plompenblad. Diepte een centimeter of zestig, zeventig. Dichterbij is het te ondiep. Mijn lijn heb ik zoveel mogelijk afgezonken, dus die ligt geheel slap. Een strakke lijn geeft zeker lijnzwemmers en schrik. Maar een slappe evenzeer, zo blijkt. Die lijn ligt namelijk deels op half water, gedrapeerd over dat opkomende lelieblad, en als er dus een vis tussen die plompen door scharrelt neemt 'ie te vaak de lijn op sleeptouw. Ik een hartverzakking en de vis vertrokken met een boeggolf. Te vaak meegemaakt... Wat te doen, want het zijn toch verspeelde kansen? Ik heb een snoekdrijver gemonteerd en gelijk een gewone pen op de diepte van het water gezet. Mijn lijn loopt vanaf de top van de hengel naar de drijver. Wel hanteer ik een extra ultralicht wakertje, zodat er speelruimte is als er toch een vis de lijn op sleeptouw neemt. Capice?
Niet geheel mijn eigen vinding, heb het 10 jaar geleden al eens Joris Weitjens zien toepassen tussen de lelies. Maar ondanks dat het een beetje raar voelde (net als de eerste boilie en hair ooit 25 jaar geleden), heb ik er vertrouwen in en ga ik het meer toepassen. Eigenlijk een hybrideconstructie; zowel een pen- als een priksysteem.

Gezien vanaf mijn penvisstekkie


De lijn uit het water

Maar daar blijft het niet bij; zeker bij het penvissen heb ik het stellige idee dat het hopeloos inefficiënt is. Hoe vaak ik niet urenlang naar een bewegingsloze pen heb gestaard terwijl het water bruiste en borrelde... harentrekkend frustrerend. Moet in dat kader denken aan een baanbrekend en zeer lezenswaardig artikel over penvissen op de Damse Vaart van Luc de Baets in Monkeyclimber no 3 (volgens mij, maar ik kan het niet meer vinden om het te verifiëren, wee de verhuizing...). Ook hierin was je de eerste, Luc.
Niets is fijner in mijn ogen dan vissen met een pen, of het moet oppervlakte vissen zijn, maar erg lonend vind ik het al met al niet. En dat zou anders moeten kunnen. Als je ziet hoeveel je kunt vangen met priksystemen... dus ook hier een hybrideconstructie. Ik heb aan mijn pen een methodveertje gemonteerd, plus een onderlijntje met hair van een centimeter of acht. Dat geheel laat ik op de stek zakken. Wel lood ik de pen normaal uit zodat het lood dat de pen nodig heeft om zijn werk te doen op de bodem ligt en ik daarmee ruimte creëer om wat afstand tussen de pen plus mijn nylon en het aas te scheppen. Dus niet een, maar twee hybridesystemen. Bottum up en top down.
Voor mij ideaal om in te zetten op dit specifieke water. Met de 'luie' hengel iets van mij vandaan en de 'actieve' hengel onder handbereik. Ieder op zijn eigen plekje. Hebberig he?! En wat dacht je? De pen schoot "plop" weg, hangen!

Dankzij of desondanks?


Alles weer fris na de winter