woensdag 13 april 2016

Van de nul af

Mijn mooie voornemens om in maart tijdens de laatste maand van het mogen dood aas vissen wat meer te rommelen op ondiepere zones heb ik kunnen houden. Maar het heeft me naast een aantal heerlijke vroege voorjaarsmomenten 's ochtends -want vissend, en dan maakt een beetje ijs of storm niks uit- niks meer aan snoek opgeleverd, de wakers bleven op dezelfde plek hangen... het water leek uitgestorven. Zelfs in de buurt van steigers en obstakels vissen bleef een snoekloze ervaring. Maar ze waren in de buurt, dat voelde ik. See ya next season!





Bewegingsloos gebleven
Wel had ik 'last' van bekende medevissers die ook graag dezelfde stek bevisten en nèt wat eerder waren opgestaan op de dag van mijn laatste serieuze, als afscheid bedoelde, diepwatersessie. Waar ik verplicht moest uitwijken naar een ondiepere zone verderop de plas, hetgeen ik toen niet erg vond omdat het in het kader van het ondieper vissen en het leren daarover in functie van het seizoen niet zo slecht uitkwam maar toch niks opleverde, toverden zij mijn 'naseizoentarget' boven water. En niet één keer, maar drie keer dezelfde sessie, ongelogen. En ik voelde al dat ik er moest zijn... truth or dare... maar goed, in het najaar weer nieuwe ronden, nieuwe kansen.

Inmiddels weer zeeltvissend, en ook hier doen medevissers hun duit in het het-gaat-niet-zoals-ik-wil-zakje. Twee keer al een bemande stek aangetroffen en de derde keer waren de collega's net vertrokken na een succesvolle sessie. De mannen van de bezette stekken hadden hun net ook al vol gevangen en gingen daar vrolijk mee verder tijdens mijn visserij, terwijl ik maar 1 beet wist af te dwingen. Hoezo alles gecentreerd in één zone? Dat wist ik al. En als die zeelten eenmaal in zo'n zone liggen en zich tegoed doen aan een voerstek krijg je ze er nauwelijks nog vanaf... De al vertrokken collega's hadden ook niet veel achtergelaten, behalve een verdwaalde zeeltdame. Ontevreden? Nee, helemaal niet. De twee zeelten die ik ving waren weer prachtig om te zien en zeker de tweede was qua lengte in de betere cijfers. Nog wel wat magertjes, maar dat gaat bijtrekken komende periode. Let the sun shine in.
Toch realiseer ik me dat naar (inmiddels) bekende zeeltwateren afreizen vragen om dit soort problemen is, het wordt mooi weer en iedereen wil zijn deel van de vangsten. Het wordt tijd voor andere, rustiger wateren. en dat zal dan weer consessies betekenen in het formaat en de hoeveelheid van de vissen. So be it.

Bij eerste licht; het mocht toch niet baten

Mijn favoriete voorjaarsbloeier, het Fluitekruid


Prachtzeelt toch?

En elk jaar vragen ze weer hetzelfde; "eet U hem op?'

De lengte is er

dinsdag 22 maart 2016

Ode aan Jan Veenhuijsen; de kunst van het kijken

Jan Veenhuijsen, c'est quoi? Voor de niet-vijfigers onder ons een volstrekt onbekende naam en voor de meeste van de vijftigplussers eveneens. Zo schat ik in. Jan Veenhuijsen was in de jaren vijftig, zestig en zeventig in Nederland een niet geheel onbekende schrijver, filmer en fotograaf. Daarbij viste hij veel, liefst met de vliegenlat. Van Ton van der Spiegel (ex OVB bestuurder) weet ik dat hij ook bij of voor de toenmalige OVB werkte.
De liefde van Dhr. Veenhuijsen voor fotograferen, vissen en schrijven kwam bij hem samen in leuke publicaties/boekjes, tegenwoordig zou het wellicht (ook) een blogger zijn. Ik voel me wel verwant met hem, in het kijken, observeren, vastleggen en genieten van vissen en de omgeving. Tijd voor een ode.

Een van die voornoemde leuke boekjes heet "De Camera Erbij" en daarin staan allerlei verhalen van belevenissen gecombineerd met goeie foto's. Een aanzienlijk deel over vissen. Duidelijk in alles de Jan Schreiner tijd, zowel in woord als beeld. Smullen van sfeer en ambiance. Een van de verhaaltjes plus de bijgevoegde foto geeft mij elke keer als ik er naar kijk en/of het verhaal lees een brok in de keel. Het grijpt me aan. Simpelweg omdat ik het kind op de foto zou kunnen zijn. Genomen ergens in de zestiger jaren in het Hollands Rivierenlandschap, het Land van Heusden en Altena, daar waar mijn grootouders een boerderij hadden en ik elke seconde dat het kon ontsnapte naar het water. Het zou echt zomaar kunnen. Ik voel ook dat dit mijn plek is, mijn roots liggen in het rivieren- en polderlandschap. Ik voel me er in balans, gelukkig. En dat sluit weer naadloos aan bij de tekst van Jan.

Ik zal de tekst hieronder weergeven. Al doet 'ie inmiddels wel wat gedateerd aan, het blijft mooi geschreven, fijntjes en met het juiste gevoel voor klein drama.

"Dit fijne vissen

Daar kom je in de late namiddag met je beste vriend van vele goede dagen terug van een reportage-zwerftocht door het Land van Heusden en Altena, ten behoeve van een onzer grote geïllustreerde weekbladen, en daar rij je met een stevig gangetje langs de hoge rivierdijk om het veer te halen, en daar weet je van die wijn in het avonduur in Rinke's rijkbegroeide tuin en daar roep je dan allebei tegelijk 'Stop!'. Daar staat dat jongetje diep beneden je prinsheerlijk te vissen op een open plekje tussen de rietkragen aan de kant van die brede rivier - Marsman, Nijholt, Roland Holst! O, Nederlandse dichters - en daar herkennen oude Rinke en jonge Jan allebei eensklaps zichzelf als kleine jongen. Zo stond eens Rinke in Weitgaard en zo stond Jan in Spaarnwoude: het hengeltje in de hand in de grote, grote ruimte en laat de hele wereld barsten als ik maar een visje vang! Daar kun je jezelf wel om de kop slaan omdat je kleurenfilm op is, terwijl dat binkie zich niets aantrekt van een stoppende auto op de dijk, dat binkie in zijn rood-wit geblokte hempie en met zijn rood-wit geblokte petje op, in die goddelijke omgeving van het zachtgroene riet waar de zon laag overheen strijkt. De rietpluimen zijn van het puurste goud, en daarachter de grote stroom en daar weer achter het pastorale land aan de overkant, gebed in zachte kleuren. Breughel, Rembrandt, Ruysdael!
Het hele bestaan waarnaar je streeft ligt daar voor je. En je kleine medemens en medebroeder in Petrus staat in meest unieke positie centraal, zoals hij als mens ook hóórt te staan, de hele almachtige natuur ten spijt. Daar besef je hoe de mens in al zijn kleinheid en grootheid tegelijk onafscheidelijk deel uitmaakt van die natuur, erin hóórt gewoonweg. Daar ontdek je tot je vreugde dat één rolfilm in één camera nog niet helemaal volgeschoten is, dat je nog drie plaatjes tot je beschikking hebt. Daar draait Rinke het raam open en kijkt en kijkt en kijkt en drinkt in. Daar sluipt Jan als een muis uit de auto, stelt de camera in, wacht tot zijn jonge evenbeeld zijn hengel heft... en knipt. Dát staat erop. De tweede en de derde plaat worden op dezelfde manier genomen, want hier is maar één compositie - de bestaande - en maar één houding: de hengel hoog. Dan ga je weer de auto in en je kijkt samen nog wel een kwartier lang en je laat het veer het veer en de Graves blijft toch wel koud. Want de foto in zwart en wit is slechts een kleine afbeelding van een schouwspel dat je leven lang in je herinnering zal blijven.
Ten einde ga je dan maar weer, op naar het veer, op naar de tuin in Soest met de fijne conversatie over al wat je zag en over je kleine evenbeeld niet in het minst. Deze afbeelding is maar tien bij vijftien centimeter. Hij zou tien bij vijftien decimeter moeten zijn en dan in kleur. De fotografie kent zijn beperkingen helaas. De beste herinneringen niet, gelukkig. Juist door zo'n plaatje kun je je weer alles glashelder voor de geest halen. Die beperkte fotografie. Die mooie fotografie...! Aart Klein, Martien Coppens, Meinard Woldringh!" 








dinsdag 15 maart 2016

donderdag 25 februari 2016

Geile Baasjes en Grand Ladies

Vandaag 25 februari, het schiet al weer op, nog een paar dagen tot de meteorologische lente, en daarmee komt het einde van het snoekseizoen in zicht. Niet alleen omdat het niet meer mag vanaf 1 april, ik heb het hier over mijn methodiek, met dood aas vissen. Staat los van de kwestie of je nog op zware zwangere dames wìl vissen. Dat zou niet ethisch zijn? Ik zeg "ja", voor mezelf dan, want dat doen we op alle andere vissoorten ook, dus niet hypocriet zijn, en mits goed behandeld breng je ook een zwangere snoek geen schade toe. Ethiek en vissen verhouden zich sowieso slecht, de marges zijn flinterdun. Ook daarin heb ik voor mezelf een keuze gemaakt, ik MOET vissen, dierenbeul of niet, dan maar naar de hel. Nee, het seizoen eindigt ook langzaamaan omdat de snoek met een statische dood aas aanbieding veel minder makkelijk te vangen is dan in herfst en begin winter.

Vissen bij bijna nacht...


... en bijna ontij


Volgens sommigen omdat ze zouden stoppen met eten, of in elk geval fors minderen. Zelf denk ik dat de snoek ook trekgedrag gaat vertonen, naar ondiepere zones. In een paar dagen tijd weggetrokken van eerder maanden bewoonde zones, foetsjie. Waar ze dan niet te vangen zijn, in de ondieptes, dus wellicht hebben de maten dan toch gelijk? Wat je steevast wel gaat vangen in deze periode, als je doorvist op het diepe, is een veelvoud aan kleine mannetjes, van die geile ADHD baasjes die opeens opduiken in de diepere delen van het water, en die je verder de rest van de periode niet ziet. Onder de 85 cm is doorgaans toch een redelijke zeldzaamheid, tot deze periode dan. Kan twee zaken betekenen; òf de grote dames zijn inderdaad verdwenen naar elders, en we weten allemaal dat dat kannibalen zijn,  dus onze rakkertjes durven nu pas af te dalen. Of ze worden gewoon te opgewonden door de naderende paaitijd en gaan op zoek naar wat te wippen, gevaarlijk of niet.
Hoe dan ook, dit is een periode van doorbijten en je door de kleinere vis heen vissen, in de hoop op een achtergebleven Grand Lady. Ik stel dat mede omdat er in deze periode ook veel meer halve oplopers of missers na een goed doorlopende aanbeet voorkomen, normaliter is dat niet zo. Beet is vangen. Zo simpel. Die kleinere snoek kan niet zoveel met een aasvis van 25 cm, althans niet direct en omdat vrij snel aanslaan het adagium is, hak je er nog wel eens naast. Mijn theorie.
Ook een leuke, een forse terugzakker krijgen op een steil talud. Het kan dan niet anders of de vis sprint terug omhoog richting -veilige- ondiepte. Heeft een dode aasvis geroken, gaat 'm halen met de moed der wanhoop en weet niet hoe snel hij weer terug moet komen, het talud op. Ik zie het al helemaal voor me. En juist nu gebeurd dat regelmatig. Vismaat David had het twee keer in een sessie op dezelfde plek, en een week later nog eens drie keer, en telkens misslaan. Ik ben er van overtuigd dat het dezelfde babysnoek was.


De laatste Grand Lady?


Even terug naar de niet te vangen dikke dames. Natuurlijk probeer ik het nu ook op de ondiepere zones waarvan je kunt verwachten dat ze er naar toe trekken, maar regelmatig vangen is er niet bij. Het zijn ook teveel zones, veel minder eenduidig dan de diepere delen van het water. Als zoeken naar een naald in de overbekende hooiberg. Wellicht dan nu dan toch kunstaas een voordeel heeft. Maar ja, dat is mijn ding niet... ondanks vier kunstaashengels en een paar dozen met meuk.
Zag onlangs een posting van Martin Bowler en Steve Rowley (4 feb, Chew the lake of Dreams) op de Drennan site. En was er van onder de indruk, van de vangsten, maar ook van de redenering, heeft me ook aan het denken gezet. Zij zochten half februari plekken op van 3 meter diep, en dat terwijl Chew veel dieper is. Laat ik het zo zeggen, ik zou er dieper vissen. Ben ik ook gewend, komt door de baitboot met visvinder, daarmee kun je tot op de vierkante meter vissen. Met lichte hengels, want je hoeft geen zware aasvis meer te smijten. Maar als je ziet wat de heren vangen op een voor hen verder onorthodoxe manier (decided to risk it all and use his bait boat, which would hopefully allow them to get their hook baits into 10ft of water), dan weet je dat ze hun huiswerk gemaakt hebben, die relatief ondiepe drie meter (10 feet) is een hele goeie daar. Maar wat doet die snoek daar? Die verwacht je daar nog helemaal niet. That's the question. Ik heb een aantal wateren waar ik verder niet vis speciaal geselecteerd voor deze laatste taaiewekenvisserij. Let you know.

Niet groot genoeg voor een tropheeshot

Idem, maar in het detail kan ook veel schoonheid verborgen liggen

Ik was op jacht naar een '30-er", deze haalde het zelfs 2 maal, in centimeters...

Alsnog te mooi om te negeren

Teveel alweer, het gaat opnieuw op een volwaardig artikel lijken. Herkenbaar? Bloggen leek me destijds juist leuk om in mijn tijd mijn interesses en vangsten te kunnen beschrijven en delen. Korte krachtige stukken die niet veel tijd zouden moeten kosten, maar de werkelijkheid is weerbarstiger; van voornoemde korte stukken naar lange lijvige epistels in krap 50 postings. Uitweider pur sang!
Al sinds 1979 houd ik een vangstenlijst bij, destijds alleen voor karper, maar gaandeweg de jaren ook voor andere vissoorten. Plus een logboek, waarmee ik in één oogopslag alle sessies kan zien qua waar en hoe, windrichting, geviste tijd etc., de voorloper van ons excelsheet. Plus een echt uitgeschreven verslag, in detail. Daarnaast alle foto's goed gearchiveerd, op jaar, sessie en vangst. Elk jaar een jaarboek, ooit met prints, tegenwoordig digitaal. Inmiddels een kast vol, en dan heb ik het over alleen de jaarboeken, laat staan de foto's, dia's en ordners met verslagen. Vooral in deze periode als ik net een jaarboek heb vervaardigd (foto's en verhaaltjes), mijn verslagen als vanouds gedisciplineerd bijhoud èn dan ook nog een blog wil schrijven denk ik wel eens "Pffffff....". Dat is geen klacht, want het bloggen heeft me veel gebracht: leuke contacten met medevissers en -bloggers; het formuleren van gedachten door ze zo op te schrijven dat een ander het ook begrijpen kan, wat innerlijke rust geeft omdat ze daarmee weer uit mijn hoofd verdwijnen in plaats van als door de zon verblinde vleermuizen tegen de binnenkant van mijn schedel aan te blijven fladderen; het gevoel dat ik het vissen nog 'ergens' voor doe (zo nu en dan), want laten we eerlijk zijn verder is het een bezigheid die de mensheid niet vooruit helpt. Ik heb behoefte aan zelfexpressie (met dat motief ben ik als fotograaf ook ooit begonnen) en het bloggen is een der bouwstenen van die hut, door Maslov genoemd zelfverwezenlijking.
Kwam in dat opzicht een meer dan lezenswaardig stuk bij collegablogger Hugh Miles tegen (de Passion for Angling cineast). Zijn blog heet Wildlife Adventures. September 2015, titel: "So much to do , So little time" en gaat over: "Why wasting my time, writing a blog? Says it all.

Het laatste fotoboek van 2015, zomaar een pagina. Ook mijn vismaten hebben een rol in het verhaal.

Ik ben tijdens het fotograferen al bezig met het verzamelen van beeld, in een vaste stijlvorm

Ad random een ouder album, in de tijd voor de telefooncamera, voor details op afstand toch beter

Elke memorabele vangst op een eigen pagina van 40/30, in spread dus 80 cm breed, indrukwekkend

zondag 31 januari 2016

Winterdip...

...therapie

Na jarenlang 's winters te weinig buiten geweest te hebben zag ik rond 2007 'het licht', met dank aan mijn vismaten die dat al jaren deden, doorvissen in  de winter. Door elke winterweek minimaal 1 keer een hele dag te gaan vissen (meestal in het weekend) en daarmee ook echt de hele dag van donker naar donker buiten te zijn voelde ik me op eens lichter en energieker. Dat gevoel werd zelfs zo sterk dat ik naar de winterperiode ging uitkijken als een prettige tijd, die ik vissend kon weerstaan. De doodaaspassie was daarmee geboren, om tot op heden niet meer weg geweest te zijn. Ik heb inmiddels zelfs zomer en winter qua ritme en visbehoefte tegen elkaar ingewisseld. De zomer benut ik nu meer voor andere, sociale zaken en dat bevalt eigenlijk bijzonder goed.

Een lifesize lichtbak, en nog gratis ook

Bijzonder licht


Afgelopen maanden waren er vele persoonlijke zaken die mij afhielden van mijn doodaasritme, en dat vertaalde zich half januari direct terug in minder fut, zin en energie. De klassieke winterdip. Gebrek aan vitamientjes. Tijd voor wat extra visboost. Doordeweeks een paar extra ochtenden, en nu kon het nog met rust in het werk. Viel direct met mijn neus bijzonder goed in de Grote Snoeken boter. Gewoon toeval, of beter, geluk. Zo voelt dat toch. Zo nuchter ben ik wel. Al moet ik dat ook gelijk nuanceren; je moet op deze stek op dit water van tegen de 200 hectare wel alles goed doen om wat te vangen. Ter illustratie: ik vis twee hengels op twee taludranden, links en rechts, de een op zeven/acht meter (met steil talud weet je het nooit exact) en de ander op negen/tien meter. De rechterhengel letterlijk op de vierkante meter in een oksel (daar is ie weer, mijn favoriete viszone) waar de bodem van zeven meter letterlijk wegvalt naar het dubbele. Precies waar de negen meter diepte de tien aantipt ligt een klein vlak stukje, en dat in combinatie met dat okseltje maakt deze stek goud. Je moet het heel exact weten te liggen want een paar meter teveel naar rechts of links varen en je vind het niet... een kwestie van op een vastpunt op de oever gaan staan en dan bloedstrak naar een van de objecten aan de overkant toesturen. Komt het miniplateautje vanzelf op het scherm van de visvinder te voorschijn. Ook niet te missen, want het scherm loopt vol met witvissymbolen. "Bliepbliepbliepbliepbliep". Waarom ik stel dat je alles goed moet doen? Omdat ik in vijf sessies van een paar uur 8 lopers heb gekregen en alleen op die vierkante meter. De andere (linker)hengel heeft geen kik gegeven, zelfs niet toen ik de twee hengels op 20 meter uit elkaar ging vissen, gewoon om zaken te weten te komen. In het kader van wat werkt en wat niet?

Sessie 1 was al een bijzondere want ik kreeg zomaar twee aanbeten, op een water waar blanken helemaal niet zo gek is, eerder gewoonte. Sessie 2 een dag later was het helemaal een gekkenhuis, ben niet aan thee, brood of zelfs maar even echt zitten toegekomen. Al binnen 10 minuten na het uitvaren van de hengels ging de rechterstok lopen. Leverde een forse snoek op. Na het fotograferen direct weer terug en nu had de volgende dame maar 5 minuten nodig om de nog stijf bevroren aasvis naar binnen te zuigen. Weer een prachtsnoek. Zelfde fotoritueel. En daarna de hengel opnieuw terug op die bewuste vierkante meter. Nu ging het nog sneller... bij het inhangen van de pikeswinger (voor wat betreft het doodaasvissen de beste investering die ik ooit heb gedaan, en nu zou Fox ze niet meer maken? Ben direct een extra setje gaan aanschaffen want deze swingers zie ik als essentieel in deze visserij) werd lijn al strak gezwommen en uit mijn vingers getrokken. Dame nummer drie was het haasje. In de keren erna telkens weer een beet, en alléén aan de rechterhengel, op die plek.



Zo lijkt een in mijn ogen nog steeds grote snoek van 101 cm opeens een kleintje...


Normaliter gaat de aasvis, hier een haring van 25 cm, verloren bij aanslag, maar deze kon prima in het hergebruik

De reden waarom ik deze diepe stek op groot water had gekozen voor mijn winterdiptherapietje lag hem er in dat we eindelijk eens een beetje winter gekregen hadden, en ik er vanuit ging dat de ondiepere wateren eventjes niet zoveel zouden opleveren, totdat haar onderwaterbewoners weer wat geacclimatiseerd zouden blijken. De twee eerste en beste dagen vroor het min drie overdag, en ik ben er nog niet helemaal uit, maar ik denk dat het succes daarmee ook wat te maken heeft, iets in combinatie met de witvisaanwezigheid. Wellicht dat die zich en masse teuggetrokken hadden uit hogere waterlagen en niet dieper gingen of konden (ik kom zelden grote witvisconcentraties onder de 10 meter tegen), zo een heerlijke dichte wolk met snacks vormend voor de jagende dames, die precies wisten waar ze wezen moesten want drie grote snoeken in een uur is wat dàt betreft geen toeval, dan moet er iets aan de hand zijn onder water, ze komen niet toevallig langszwemmen, die hebben er echt gelegen. Dat wordt ook bevestigd door de dubbelvangsten op deze stek. Het zijn in elk geval vaste bewoners van deze zone.



Een paar cm dikte haalde het ijs wel, ik moest flink stampen en de binnenwateren lagen al dicht

Voor mij heeft het even "verplicht" een paar uur ochtenden aan de waterkant hangen prima gewerkt, ik voel me weer fit, en energiek. Nog twee maanden te gaan voor het weer over is allemaal. En het gaat nu hard met zulk zacht weer, de snoeken zullen dadelijk opeens verdwenen zijn  omdat ze de ondieptes opzoeken. Ik vind dat een lastige periode, veel blanken, maar als je er een weet te strikken is het vrijwel altijd een zeer vette vis, dus alle inspanning meer dan waard. To be continued.

Fantastische winterdiptherapie







zondag 17 januari 2016

Saved the best for last?

Na mijn Italie-ervaring smaakte het karpervissen naar meer. Ik voelde dat ik nog wat meer wilde proeven van die inmiddels behoorlijk lang vergeten karpervangkick. De eerste blik op zo'n monster diep in de zak van je schepnet. Het deed me wat! En met het maar niet willen starten van de echte winter zag ik mijn kans schoon, het moest een trip naar mijn vertrouwde Duitse water worden. Mede omdat ik hier ook, onvermijdelijk, wilde gaan stoppen met vissen, om verschillende redenen; de grote grassers waren of dood of anderszins verdwenen, en daar was het me indertijd in 2009 om te doen geweest, grote snoeken zaten er sowieso niet (meer) en de karpers had ik wel gevangen, in elk geval een aanzienlijk deel. Dat maakte de laatste paar jaar het overmaken van € 180,00 tot een ambivalent moment. En al helemaal als ik maar één of erger geen keer kon gaan. Daarbij had ik me inmiddels iets anders belangrijks gerealiseerd, de mogelijkheid er te kúnnen vissen maakte onrustig, naar mate het jaar vorderde steeds onrustiger, en doorkruiste daarmee mijn andere visplannen. Mind you, slechts en alleen de mogelijkheid al, dus niet eens het daadwerkelijke vissen. Het deed iets in mijn hoofd. Een verkeerd soort onrust dat maakte dat je altijd op verschillende plekken tegelijk wilde zijn. Hetgeen nog steeds niet kan... Ik zou mijn mogelijkheden wat gaan downsizen voor 2016. Maar voordat het zover was wilde ik wel met een Grote Klap afscheid nemen. Dat past me wel.

De in Italie ingezette kant en klare Chod Rig van ESP met haak maatje 5 wilde ik hier ook gaan inzetten, mij lijkt dat in de wintermaanden een hele goeie rig i.v.m. het minder verplaatsen van de vis. Ik geef toe, dat is een aanname, zoals heel veel zaken rond de mechanische werking van rigs, en al helemaal als er pop-ups of andere al dan niet semi zwevende aanverwanten ingezet worden. Daarbij, zo inactief zou de vis nog niet zijn, de week voor afreizen waren luchttemperaturen van 15/16 graden nog gehaald. Dus wellicht waren er wel helemaal geen voordelen in het inzetten van zo'n rig (als hinged versie -thank you, Terry!- met een grote kluit putty boven het scharnierpunt) boven gewoon bodemaas.  Wel hoopte ik dat de inmiddels alleen maar kleiner gevangen grassers een keer minder actief zouden zijn, die hadden in eerdere jaren herfstige karpersessies grondig verstoord met hun dan even niet gewenste aanwezigheid.

Vismaat Arend (eigenaar van Biobaits) had me op mijn verzoek een forse zak 15 mm Tutti Tuna kado gedaan, met bijpassende pop-ups, plus een flesje booster met de 'smaak' kokos. Die Tutti Tuna's hadden in Italie mijn hart gestolen, en ik had er echt vertrouwen in gekregen. Normaliter gebruik in mijn blog niet voor commerciële aanprijzingen, dit is mijn persoonlijk uithangbord, het 'land van de hersenspinsels', dus ook Drennan en ESP waarvoor ik 'vis' (what's in a name, alles in het relatieve s.v.p.) houdt ik buiten mijn blog, maar voor Arend's balletjes ga ik een uitzondering maken. Ik vind het gewoon prima bollen, in alle voor mij relevante opzichten. Verder aan iedereen voor zich, zich er een mening over te vormen. Ik zeg slechts "doe er je voordeel mee, aanbevelenswaardig".
Daags van tevoren had ik het flesje booster al leeggeknepen over de inhoud van de zak balletjes, niet van dat benauwde alsjeblieft... kon het lekker intrekken. Omdat ik erg geloof in snelle attractie - eeuwig de instantvisser, wat heb ik aan terugkerende vissen als ik er maar een dag (of wat) ben? - stonden ook de emmertjes met hennep, zoete mais en minipellets al klaar. Bedoeld om uiteindelijk op de goeie visdiepte verspreid te worden, in lengtebanen, samen met de bollen, al dan niet in stukjes. Denk niet aan tientallen kilo's, het is en blijft half december, maar... aan het eind van de trip bleek ik toch vijf kilo bollen op gevoerd en -gevist te hebben, naast een zelfde hoeveelheid aan kleinere meuk. En toen ik ophield met vissen was dat geenszins omdat ik de stek (zone) doodgevoerd had, in tegendeel, het had gewoon doorgelopen, maar dat is voor later.

De voercomponenten; ballen, heel en in stukjes, pellets in drie soorten, zoete mais en hennep

Aanvankelijk zou ik al op zaterdag 12 december zijn afgereisd, maar er waren nog wat teveel privé-obstakels. Dé frustratie van een meerdagensessievisser... Een dag later stond er al een doodaas sessie gepland, dat was en is core-business in deze tijd van het jaar. Die heb ik maar laten door gaan, maar naast weer een prachtuitzicht tijdens het eerste licht en wat loos, maar o zo gezellig vismatengekeuvel leverde dat niet veel op, in alles doodse stilte.

Eerste licht op een onbedorven plek, gelijk een schilderij van een Hollandse Meester

Rond het middenuur weer naar huis. Vismaat Desmond naar zijn hondje en ik naar de laatste voorbereiding. Tegen 15.00 kan ik tegen mezelf zeggen "zo, het zit er in, we kunnen rijden". Zo laat wegrijden in december kan als je de grens over gaat niets anders gaan betekenen dan aankomen in het donker. Ooit een gruwel in de Frankrijktijd, maar inmiddels doet het me niks meer, ik bouw en tuig net zo makkelijk in het donker op. Daar waar ik bekend ben uiteraard, ter nuancering. En niks gezelliger dan je eten koken in het licht van je hoofdlamp, gewoon een kwestie van mindset. Ik had me al voorgenomen om in de uiterste (verre) punt van het water te gaan zitten, zo kan ik wanneer nodig het grootste deel van de plas in de gaten houden èn bevissen. Betekend wel dat ik twee keer heen en weer moet met een volle kar door mulle bosgrond, en elke keer als ik dat doe heb ik weer flashbacks naar de sessie met de gebroken hand in 2010. Toen moest ik ook terug over dat bospad, met alle spullen, gebroken hand of niet...
Het is pikkedonker als ik aankom, maar mijn ogen zijn inmiddels al lang en breed aan het donker gewend. Ik doe altijd zoveel mogelijk zonder licht, als je geen lastige handelingen te verrichten hebt gaat dat prima. Kwestie van lang genoeg je ogen laten wennen aan het donker.
De door mij begeerde stek is vrij, alle stekken zijn vrij, het water is van mij, just as the doctor ordered. Eerst maar eens de tent op zetten. Mijn vertrouwde en onverwoestbaar gewaande Aqua MKII one man dome, ooit in 2005 gekocht als tent voor het leven. Zou een te kort leven worden want in Italie bleek dat het rubberdoek aan de binnenkant aan het loslaten was en de reactie op een mail naar Aqua in de UK bevestigde mijn vermoeden, ik was niet de enige... Daarnaast hadden de verbindingselastieken van twee van de drie spanbuizen het op verschillende plekken begeven. Je zou zeggen; "tijd voor een nieuwe", maar ik heb deze tent destijds 'gekocht voor het leven' dus dat ga ik nastreven ook. Om te voorkomen dat ik zou gaan natregenen een overwrap geleend van een Soul Alcatraz die zowaar paste. Er is dan ook geen tent ter wereld die zo veel gekopieerd is als de MKII. En niet omdat het zo rotding zou zijn, in tegendeel, juist een goed ontwerp, dus ik zal op zoek gaan naar een eigen overwrap. Notoire karpervissers zullen deze blog vermoedelijk overslaan, wat ik normaal niet erg vind, maar nu opeens even een tijdelijk gemiste kans, dus mocht iemand een overwrap hebben liggen van Trakker of Soul, kom maar op! (Pffff, nog nooit zoveel merknamen genoemd, lijkt wel een karpervissersscene aanverwante ziekte... als de griep momenteel, niet aan te ontkomen..).

Zo, tentje opgezet, bootje opgepomt, en nu het water maar eens op. Ik ken het op mijn duimpje en vaar blind naar de meest nabije talud'oksel' toe. Daar aangekomen zet ik de fishfinder aan en ik zie zeven meter verschijnen als diepte, dat bedoel ik maar, spot on! (Thank you, Danny?) Ondanks dat ik op een diepe zandafgraving dobber is maar de helft van het water dieper dan een metertje of zeven, de ideale vangdiepte hier. En zijn nu in december alleen de taluds van dat diepere deel interessant, zeg tot tien meter. Daarna wordt het hier al snel minder qua aaszone, ik heb het echt wel geprobeerd maar nooit beet gehad. Dus bevoer ik alle taluddelen op een diepte tussen zeven en negen meter, met een totale lengte van 400 meter. Hier een balletje, daar een balletje of een handje met kleine zooi. Lekker verspreid, er zit vis genoeg nu ze zich lekker gecentreerd in deze zone bevinden. Een kilo of twee, drie verdwijnt zo ongemerkt naar beneden, de diepte in.
Terugroeiend naar de tent overvalt me een gevoel van melancholie, ik realiseer me dat dit de laatste keer is zo hier. Ben wel gaan houden van dat uitroeien in het donker, alles geconcentreerd op het vinden van de juiste diepte. Wat zal de nacht gaan brengen? Graskarpers sleuren tot ik er scheel van zie of een mooie schub of spiegel in mijn net? Ik vind dat zo prachtig, een karper in wintertooi uit diep water, alle kleuren hebben zich dan geïntensiveerd.

Terug op de kant de drie hengels finetunen met aas en alles nogmaals uitroeien, geen haast. Zit rond 21.30 echt te vissen. Daarna eten. En slapen, wat dacht je? En jawel, op de linkerhengel (in de oksel) midden in de nacht een run. Na aanslaan voelt het als een graskarper. Die dril ik allemaal naar de kant. De karpers niet, die krijg je nauwelijks omhoog het talud op, en de kans dat je die tijdens dat proces kwijtraakt aan een boomstronk onder water is aanzienlijk. Mij niet gezien, heb mijn lesje meer dan geleerd, die karpers ga ik allemaal halen met het bootje. Maar dit is geen karper, dat voel ik zo. Doet ook helemaal niks, glijdt zo zonder weerstand het net is. In mijn logboek staat bij extra's "deed geen reet!". Maar op de onthaakmat ontwaar ik toch een karper, zoooo, heb ik me even vergist. Mission accomplished, ik heb in elk geval een karper gevangen. Zo'n schitterde oude spiegel, bij mijn weten afkomstig uit een Hollands fort aan de andere kant van de grens, waarvan de slotgracht leeg moest in 1976, daarmee het startsein gevend voor het oprichten van de plaatselijke hengelsportvereniging. Ik besluit de vis te zakken, hij of zij ziet er verder prima gezond uit. De mogelijkheden daarvoor zijn hier goed, en het water is koud genoeg.
Die hengel laat ik voor wat het is, vooral niet te greedy lijken... Bij eerste licht wel direct uitgevaren, we zijn hier per slot van rekening uiteindelijk toch om te vissen. En zoals dat vaak gaat in de 'oksel' vrijwel direct weer beet. Blijkt een brasem van 68 cm. Dat vind ik nooit erg. Nu wel de hengel snel terug. Althans, haak en aas...

Gotcha!

De 's nachts gevangen vis direct hierna gefotografeerd, mooi met dat blauw van de gereflecteerde lucht. Dan blijkt dat ik een oproep gemist heb, en wel van een gewaardeerde klant. Wanneer ik de beelden, onlangs geschoten, kan leveren? Oeps, dat gaat hem tot en met woensdag niet worden... Ik heb vergeten zaterdag deze zaak op te pakken, lang leve de prive-obstakels. Dat doet pijn, want ik weet dat dit me zakelijk kan schaden... wat te doen dus? Ik besluit direct om de hengels er uit te draaien en de boel de boel te laten, dat kan hier makkelijk in deze tijd, er komt geen hond, en daarbij, als dat toch zo mocht zijn, zijn het beleefde Duitsers, die hebben veel minder 'de gelegenheid maakt de dief' gedachte dan wij Hollandse gauwdieven.
Op weg naar huis geef ik gas, als ik maar weer op tijd terug ben, wil nu wel voor donker in liggen, het verhoogt de kans op een vis vroeg in de avond. Hebben ze een dag kunnen rondscharrelen zonder aanwezigheid van lijnen, hoe slap ook. Geeft me ook de kans om tot woensdag te blijven in plaats van de geplande dinsdag.
Alles gaat naar wens en even voor donker ben ik weer terug en zie ik ook kans alles weer op zijn plek te krijgen. Rust nu! Tegen een uur of 21.00 een loper, op links in de oksel, wat dacht je? Het blijkt een grasser van 101 cm en een teleurstellende (voor de lengte) 23 pond. Vooruit, op de foto, als afscheid, als je maar gaat melden beneden dat jullie verder weg moeten blijven van mijn voerplekken.




De twee trouwe nachtelijke secondanten van mijn bivy in al die jaren


101 cm

In de uren erna (maar voor 00.00 uur) nog twee runs resulterend in twee gevangen karpers. Een prachtige en voor hier ongekend kale en slanke spiegel op de rechterhengel (de enige aanbeet van die stek deze sessie) en een bruut van een schub op links. Vooral die laatste deed het meer dan leuk onder mijn hengeltop, echt zo gaaf dat 's nachts in een boot de vis achterna en dan op het scherp van de snede de vis uitdrillen. Ik vis met gevlochten lijn, maar heb wel 20 meter nylon als voorslag, niet in de laatste plaats als buffer tijdens het laatste stukje dril onder de hengeltop, met zo'n voortdurend langzaam tikkende slip. Ik gebruik als schepnet een Fastnet, precies de goeie lengte steel voor in de boot, en ingeklapt mee te nemen het water op. Plus goed in te klappen voor het in de boot tillen van de vis, en verder ook niet in de weg liggend bij terugroeien. Nee, dan een net met een vast spreiderblok...
Heb nu in een krappe 15 uur tijd al vijf vissen op de bol van Arend. Ik zeg "die heeft zich bewezen". Zelf had Arend vandaag zeven (!) karpers in de polder, met dezelfde bol. In december. I rest my case.
Zo vroeg in de nacht roei ik mijn hengels wel weer uit, telkens naar dezelfde diepte op het talud, die diepte vind ik belangrijk, en elke keer een lekker handje met klein voer erbij. Midden in die nacht weer een grasser, om me te pesten een hele kleine (voor hier). Laat het de laatste zijn, please? Ik laat de hengel er uit, dat scheelt me grassers onthaken, kunnen ze het mooi allemaal opruimen, en daarna verdwijnen. Ga ik morgen weer wat uitgebreider de zone aanvoeren. Verse meuk. Daarbij ben ik behoorlijk verrot, de jaren gaan tellen, gisternacht ook al een onderbroken nacht.
Tegen de ochtend rond 06.00 uur komt de middelste Delkim tot leven (dan maar een Namedropper, maar het is vrijwel niet te vermijden, namen noemen bij karpervissen...) en kan ik de boot in om een vis van de verste hengel te gaan drillen. Van een stek die ooit de allerbeste was tot de uitbater dacht dat er geld te verdienen was aan meer recreatiehuisjes. Weg rust, weg vissen. Eerst de vis in de dril 'gestabiliseerd', met andere woorden een goed aantal meters mijn kant op gekregen en pas in de wetenschap dat er slechts diep water onder zit, deze gaan halen door mijzelf er naar toe te trekken. Het blijkt wederom een Methusalem-spiegel te zijn, alles straalt 'ik ben oud' aan. Ook die komt nog uit de Nederlandse slotgracht, volgens mij een Heidemij karper. Ik heb nu drie zakken vol, en twee hengels uit het water. Vind het gescheten, ga even een paar uurtjes echt slapen.
Rond 09.00 de wake up call. Het is echt schitterend weer, zonovergoten voor zover dat in december kan, zonder wind, zeker een graad of 16 later in de middag. Gelijk de karpers gaan fotograferen, dat gaat prima, ze blijven rustig, zal zeker ook door de relatieve kou komen, het water is 11 graden. Al met al een prachtige ochtend, zelf zit ik op de zuidoever tussen de bomen, dus automatisch in de schaduw, maar op het water, vrij van de bedekkende invloed van de bomen voel je de kracht van de zon nog, echt heerlijk. Gewoon in een trui, niet te geloven. Uitvaren maar weer na het manvisritueel, ik voel dat het nog steeds kan, iets vangen.




Methusalem-spiegel


Lijkt wel zomer?!

Zo zie ik het graag


Ik heb een raar gevoel vandaag; de laatste sessie na 8 jaar, de mooie vangsten en het uitzonderlijke weer laten zich gelden. Voel me op een roze wolk. En toch, iets knaagt er... ver weg, diep van binnen, maar toch niet te negeren.

Als voorvoeld gaan de hengels 'lopen' vrijwel direct na aanvoeren en uitvaren. Vang tussen 11.30 en 13.30 nog drie vissen, allemaal even gedenkwaardig. De lange slanke schub omdat ie mij 250 meter mee op sleeptouw nam tegen alle regels in. In plaats van de diepte in gewoon de ondiepte op totdat letterlijk het water ophield, we hadden de uiterste oever links bereikt, en dan nòg niet opgeven, een en al spieren. Prachtkarper! De blokkige spiegel omdat deze me deed denken aan een van de dril's uit Italie, keer op keer recht naar beneden de diepte in op dezelfde plek, little big game, het enige dat ik kon doen was met twee handen in de hengel hangen als ware het een marlijn. Deze spiegel blijkt al eerder voor mijn lens te hebben geposeerd, maar is nu uitgegroeid tot een van de grootste vissen van het water. Daarbij kwam ze van een kompleet nieuw talud, eentje waarvan ik het bestaan niet kende maar dat ik zag opdoemen op mijn visvinderscherm bij het terugvaren, zomaar een onbekende bultje midden op het water. Dat zat zo; normaliter doe ik mijn visvinder uit, al dat geping onder water wil ik vermijden, de vissen zouden er wel eens les uit kunnen trekken? En omdat ik het water al jaren geleden minutieus had uitgepeild had het geen zin de visvinder langer dan normaal aan te laten. Ik wist het wel. Maar bij het uitvaren gister was ik hem vergeten en doemde er opeens midden op het water een onbekende bult op, mij de kans geven een talud àf te vissen i.p.v. òp. Dus die kans heb ik gepakt bij het uitvaren deze ochtend. Resulterend in deze karper.


Testosteronbom, nu al

Weer wat groter

Ik ben na al dat vangen helemaal beduusd, het is eigenlijk ook wel genoeg zo, moeten er nog meer bij? Na wat sms-en met het vissende thuisfront waarbij vismaat David raad geeft toch te blijven zitten want "de kans op de topvis was nog nooit zo groot", besluit ik dat te doen, maar het blijft knagen, gewoon nu verzadigd en al weggaan lijkt de meest natuurlijke reactie op zoveel vangen. Pas om 15.30 maak ik aanstalten de hengels weer op hun plek te leggen, en vlak voor donker ben ik klaar met alles. Dat bleek nog opschieten ook, vlak voor schemering.
Weer in het donker eten en daarna uitgebreid sms-en met het nietvissende thuisfront. Daar zit mijn onrust, zo blijkt. Niet zozeer om alle euforie te delen, maar omdat ik al de hele dag een dubbel gevoel heb. Er wordt aan me getrokken, onzichtbaar, maar onontkoombaar. Mijn schoonvader ligt al een week of zeven in het ziekenhuis, en Helen heeft vandaag een bijzonder negatief gevoel, het gaat niet goed, er had een keerpunt moeten zijn, maar dat komt niet. Ik probeer haar gerust te stellen, maar geloof er zelf niet helemaal in, er hangt iets in de lucht. Vrijdags de week ervoor al een IC-opname, en gelukkig loos alarm, maar de schrik zit er goed in. Afijn, na een aantal berichten heen en weer gaan we allebei de nachtrust in. Totdat om 22.21 de telefoon gaat. "Helen 06" geeft de display aan, ik hoef niet op te nemen om zeker te weten wat gaat volgen... saved the best for last? Dacht het niet...

Inpakken en wegwezen gebeurd in een roes, alles in mij schreeuwt "naar huis, naar huis". Alle euforie van de gevangen karpers direct weg, in een splitsecond. Dan is vissen alleen maar bijzaak. Heb door kou en winterse nachtelijke natheid nog wel even nodig voor alles in de auto is gesmeten, en ook de reis naar huis verloopt in een droom. Gelukkig is er vrijwel niemand op de weg, alsof de weg is vrijgemaakt.

Wim is 82 geworden en was in alles een self made man. Of het nou het vliegen voor de luchtmacht in de eerste Nederlandse straaljagers was vlak na de oorlog, of het bouwen van een zwembad in wat ondoordringbare rotsgrond bleek bij zijn huis in de Dordogne, hij deed alles met een natuurlijke flair alsof het niks voorstelde. Eigenlijk jammer dat hij niet viste. Wim, waar je je ook bevind, het ga je goed!





Wim, ik hoop dat je op deze plek je Eeuwige Jachtvelden hebt gevonden, in je geliefde Dordogne