maandag 27 juli 2015

(For) The Times They are A-Changin'...

Iedereen die van de eerste R in Rock'n Roll houdt is ergens een tikkie schatplichtig aan Good Old Bob (Dylan), of je er nou fan van bent of niet, en aan bovenstaand nummer moest ik onlangs denken toen de zon en daarmee de zomer zich werkelijk ging aandienen en ik het minderen van mijn zeeltvangsten niet langer kon negeren. Ging zelfs blanken, ook op avonden die zwanger waren van de belofte van een zeelt-aanbeet. Enig voordeel daarvan; tijd voor wat aanvullende fotografie, want dat was meer dan magertjes geweest de laatste tijd. Deels door minder fotogenieke locaties, maar zeker ook deels omdat 'op de vis zitten' hard werken betekend in al zijn vissersfacetten waarbij er geen tijd is om luimelend rond te schuieren en vrijblijvend links en rechts wat te fotograferen.






De meesten van de zeeltwateren zijn inmiddels dermate dichtgegroeid met wier (begin juli) dat vissen er niet meer zo zinvol is, en het dan maar schonen van wierrijke visplekken staat in mijn ervaring toch niet voldoende in verhouding tot de resultaten - tenzij je überhaubt moet, in april of mei al, die jaren komen ook voor - zo vlak na de paai. Ik had mijn zinnen gezet op 70 gevangen zeelten dit voorjaar en dacht dat doel werkelijk in de laatste minuut van de laatste sessie te kunnen gaan bereiken, want nummer 70 meldde zich nog, maar vlak voor het net dacht de (ook nog) behoorlijke zeelt "kom maar terug voor me, ooit" en draaide zich van het haakje.
Voor de liefhebbers de laatste zeelten in beeld, met de belofte in september weer een poging te gaan wagen als het wier weg is. Ik ken vanuit eerste hand de verhalen van aardige zeeltvangsten in het najaar.

Afgepaaide dames inmiddels




Komt bij dat er verschillende vissoorten op het lijstje staan die nu prima te vangen zijn. Graskarpers, in mindere mate karpers, en de vissen van de stroom, de barbelen. Ook zie ik een zomerse snoekbaars steeds meer zitten, als voorschot op het doodaas-vissen in het diepe najaar en de winter.

Tijdens de laatste zeeltsessies overkwam mij datgene dat ikzelf slechts weinig meemaak, regelmatige bijvangsten van karper. Een van die vissen was er al een jaar of wat niet uitgekomen -naar zeggen- en bij mij toch twee keer in een maand, wellicht te wijten aan het frommelbekkie waar geen echte bol meer in paste, maar wel een trosje maden? Of was het het relatief attractieve grondvoer vol met wateroplosbare boosters? In elk geval had ik zo'n oude strijder, die naast een deel van zijn lippen ook een deel van zijn staart moest missen. Het markeerde de nieuwe tijd.


De oude strijder

En een jongere vis, paar jaar geleden uitgezet. 

Op een 0,75 lbs stokkie heb je aan deze jongens behoorlijke sport, al blijven het stilstaand-water-karpers, die hooguit een metertje of twintig van je vandaan zwemmen, maar het daarna wel genoeg vinden. Nee, dan de karpers van de (Franse) stromen... maar daarover later.
Met excuus voor de foto's, heb getwijfeld of ik ze zou plaatsen. Vooral de eerste is wat uit proportie mijns insziens, komt door de 'zeeltstand' waarbij ik zo close mogelijk op het onderwerp inzoom (op 50 mm bij een 1,5 sensor, wat uiteindelijk een brandpunt van 75 mm geeft, voor kleinere vissen een mooie weergave). Ik heb even een draai aan de zoomring gegeven richting grookhoekiger, omdat mijn vaste opstelling voor zeelten niet voorzag in het passend krijgen van die bijna twee keer zo lange karper. Daarmee waarschijnlijk op iets van 24 mm uitkomend (hetgeen met de 1,5 sensor 35 mm wordt), het gaat nèt maar mooi is anders. Voor wie het niet ziet, ik heb het over de verhouding man-vis.

O ja, graskarpers! De pest is, het worden er steeds minder (in de polders) en de moeite om ze te vinden en ook nog eens te vangen steeds groter. In armoede (toch wel) maar eens teruggegaan naar een poldersysteem waarvan ik inmiddels wist dat ik er eigenlijk te laat was, en ook nu een grasser gevangen, maar geen gehoopt onbekend monster. In tegendeel, deze vis was al drie keer gevangen. De eerste keer een jaar of vier geleden gevangen door vismaat John. Diens vismaat van de dag schatte de vis op 'tegen de meter en hoog in de 20 pond'. Ach ja, laten we maar zeggen 'enthousiast'...  Ik had graag gewild dat het zo was, maar dat haalde deze niet. Vismaat Daav had het al beter voor elkaar bij de 2de vangst met 94 cm en laag in de twintig pond en dat bleek nog steeds te kloppen. Niet dat ik niet tevreden was, maar ik besefte eens te meer dat de monsters van weleer er niet meer waren... een gevoel. En nee hij of zij komt niet uit het slootje op de achtergrond:-). En dat alles tegen beter weten in qua toch gaan vissen, want de dag ervoor was de temperatuur drastisch gedaald, voor alle vissen in de zomer wel positief, maar niet voor onze grassers.



Ik vind ze hartstikke fotogeniek

Ik loop al jaren te verkondigen dat ik 'terug' naar Frankrijk wil. Ben er al sinds 1993 actief geweest en los van de fantastische sfeer heb ik er nooit veel glazen kunnen breken qua gewichten. Al met al een aardig stapeltje aan prachtige karpers gevangen, maar het waren vrijwel nooit uitschieters. Ondanks dat ik 40 of 50 sessies daarheen geweest ben. Nederland was beter eigenlijk voor me. Twintigers een op vijf, dertigers een op tien. Gemiddeld genomen. Voor vismaat Luc ligt dat anders, die heeft de sterren van de hemel gevangen, en was er eigenlijk al zo'n beetje klaar (mee) in de periode dat ik er begon, maar wat ons -toch- bind is de hernieuwde drang naar verse avonturen. Waarvan akte!
Hetgeen om de dooie dood nog niet makkelijk is, als je het 'controleerbaar' wil houden moet je toch niet meer dan vijf à zes uur hoeven te rijden. In mijn geval is dat tot aan de virtuele bovenrand van waar Midden Frankrijk begint. Voldoende water hoor, daar niet van, maar al twintig jaar volop in de belangstelling van Nederlanders en Belgen, en de laatste 10 jaar ook nog van de Fransen zelf! Los van het vele visroven om de ontelbare betaalputjes van hun monsters te voorzien. Frankrijk, het land van de helaas inmiddels beperkte mogelijkheden. Als een God in Frankrijk kent inmiddels zijn eigen grenzen, eeuwig jammer.

Anyway, twee jaar geleden al eens bepaalde stukken van de Grote Stromen verkend (zelf voor de barbeel) en dat niet losgelaten. Dit jaar zou het dan moeten gebeuren in juli. Half juli wordt na wat vijfen en zessen over waar en waarom de gezamenlijke start-ontmoetingplaats vastgesteld, een van mijn oude kanaaltjes. In the middle of f*cking nowhere. Nog steeds, op internet niets van te vinden, althans niet binnen het Nederlandse taalgebied. Echt niets. De Fransen weten inmiddels wel beter en een locale kennis van Luc herhaalt exact datgene wat ik twintig jaar geleden al wist; stuk A herbergt wat minder karper, maar daar zijn ze groter en stuk B herbergt er wat meer, waaruit vrijwel automatisch volgt dat het er minder zijn. Maar voor vijf aanbeten per weekend doen ze het er voor.  En wij ook.
De hernieuwde kennismaking is meer dan prettig, wat een rust en wat een schoonheid. Une rivière completement sauvage et son canal lateral pareillement. Alsof de tijd er stil gestaan heeft. Letterlijk en figuurlijk.

Even een anecdote; in 2001 moest ik van een 'scheiding' bijkomen en was de broodnodige pleister op mijn wonde weer verschenen in de vorm van B. die ook een kampeervakantie in Frankrijk wel zag zitten. Op de een of andere manier kwamen we vanuit Normandië in dit gebied terecht en gingen we langs het kanaal wandelen. Puur toeval; behoorlijk dorstig belden we aan bij de grote herenboerderij aan het begin van het weggetje richting kanaal dat ik sinds 1996 al minimaal 15 maal genomen had, daarbij telkens deze boerderij passerend zonder te weten wie er woonde, en doet er een meer dan adembenemende Franse boerendochter - Isabelle Hupert in het kwadraat - open die de Pleister op de Wonde volkomen negeert en mij gelijk een Sirene naar binnen lokt om water te komen tappen. Het is dat er iemand aan de poort stond waar ik me enigszins verantwoordelijk voor voelde, anders was ik waarschijnlijk gelijk Lion Hoegendiek in La France gebleven... Tja, het kan verkeren... enfin.

Ik vang wat witvis gedurende de eerste avond, en de opvolgende nacht en ochtend. Geen karpers echter. Luc heeft zelfs niks, geen beet, nada. En als dan de karpers besluiten om nog maar weer eens te gaan paaien beseffen we dit weekend verkeerd te zitten, tijd voor een van de grotere stromen.

Het Paradijs...

... mijn Paradijs


Giebels, zelfs hier, brrrrrr....
Na een voor Franse begrippen korte tijd rijden komen we aan bij een der grote stromen. Het ziet er echt anders uit dan twee jaar geleden. Stonden die grote steigers hier al? We kijken elkaar aan... maar later blijkt dat we destijds behoorlijke selectief gekeken moeten hebben. Het was er echt allemaal al, achteraf bevestigd door een local met de prachtige naam Vivian, die we destijds ook al waren tegengekomen, toen vissend met een een ami, joint in de aanslag. Vivian lijkt een aanwinst, hij blijkt ook nu behoorlijk stoned 'all night long', en daarmee wat lang aanwezig, maar weet bijzonder goed waar te vissen, eigenlijk tot op de meter nauwkeurig. Het zal ons hogerop brengen, letterlijk en en figuurlijk.
Maar goed, zover zijn we nog niet, eerst hier maar vissen. Omdat ik eigenlijk op barbeel uit ben - die k*tkarpers ook, waarom zou ik nog? - heb ik een derde hengel uitliggen met wat partikelshit niet al te ver uit de kant, net achter de lelies. Met in gedachte het lokken van witvis zoals kopvoorn en brasem en daarmee uiteindelijk barbeel, maar naast eerder genoemde soorten wist ik op die plek de eerste ochtend 'slechts' een karper te haken èn te vangen. Geen barbeel. Hij was echter meer dan welkom, een halve rijen vang te niet zo heel vaak.

De bewuste halve rijen
Daarnaast hadden we beiden stekken in het midden en aan de overkant aangevoerd in de hoop op karper. Voor mij zou dat opgaan. Midden in nacht twee hier een luidruchtige streep... die doorzette nadat ik de haak gezet had, stroomopwaarts mind you. Op een x-moment komt de trein tot stilstand (ik denk dan nog steeds aan zo'n stinkmeerval, waarvan de rivieren naar zeggen tegenwoordig vol zouden moeten zitten?) en gaat het gevaarte afbuigen naar de kant, mijn eigen kant.  Ik kan niets anders dan de zaak rustig naar me toe pompen, wetend waar dat moet eindigen, in de kop van het lelieveld langs de oever aan mijn kant. Hetgeen exact zo geschied. Nog geen man overboord. Als de vis verankerd in de lelies ligt zeker ik de hengel op lichte spanning met de baitrunner aan en maak ik dat ik in mijn waadpak kom. Dan naar de vis toe, in de nacht verlicht door de sterren van de Melkweg, alleen die aanblik al is adembenemend, en de ervaring en reis waard. Ter plekke probeer ik voorzichtig de karper, want dat is het toch, met wat lijnbeweging vrij te maken uit de lelies. Die ervaring heb ik al begin 80-er jaren opgedaan in het Haagse, met name in wat nu de Oude Buizerdlaan heet. Doorgaans een appeltje, eitje. Op een x-moment komt de vis zoals bedoeld los en dirigeer ik haar zachtjes naar mijn wachtende net (meegenomen natuurlijk). Op ècht 10 cm voor het net, net nadat ik GOTCHA schreeuw, schiet de haak los en zie ik de vis in mijn hoofdlamp langzaam in de diepte zakken, heel langzaam, maar toch onherroepelijk. K*t!!
Dat doet even zeer. Niet dat het een monster was, ik schat ergens mid 20 pond, maar deze vis wilde ik serieus vangen. Het heeft niet zo moeten zijn. Luc heeft niks. Time for a change.

De volgende dag wordt besteedt aan zo zinvol mogelijk verstrekte informatie checken en aansluitend afspraken maken m.b.t. onze gezamenlijke voortgang in het Franse. To be continued.


"And I never saw him again..."

Pure luxe, zo'n eigen Skudplatform

The old man and his river

Aan kopvoorns geen gebrek


Geen opmerkingen:

Een reactie posten