woensdag 10 juni 2015

Je weet het niet, je weet het eigenlijk nooit

Dit jaar had ik mijn zinnen o.a. gezet op een voor mij nieuw zeeltwater, ondanks dat er zich wel een aantal nieuwe zeeltwateren hadden aangediend de laatste jaren, niet al te ver uit de omgeving. Maar die hebben allemaal wel wat; of te druk met vissers en/of omstanders, of te veel in of nabij een woonwijk i.p.v in de natuur, of teveel brasem, te veel kleinere zeelt, een te monotoom bovenverloop, of... vul maar in. De magie ontbrak nog. Bij het eerstgenoemde nieuwe water zijn voorgaande zaken in veel mindere mate aanwezig. De karpers zijn inmiddels grotendeels doodgegaan of verplaatst, en omdat er ooit een 50ponder zwom is de witvis populatie van destijds bijzonder goed verwend, m.a.w. die zijn aan de maat. De onvermijdelijke brasems zijn mede verdwenen; de kleintjes krijgen de kans niet vanwege de aalscholvers en de grote zijn bijna allemaal gestorven van ouderdom. De bodem is voor wie secuur zoekt een ware hemel met mooie taluds en kleine plateautjes, en zelfs een wierrijke ondiepte ligt binnen bereik, ontstaan na verontdieping van de plas, al zijn dieptes tot een metertje of zeven nog steeds vindbaar. Kortom, de juiste uitdaging.
Tja, die aanpalende woonwijk... gelukkig heb je daar overdag doordeweeks niet zo'n last van als iedereen toch vooral met zichzelf bezig is, en het is een wijk van gegoede burgers, heel anders dan Mongolcity verderop in het land... Ik weet al 10 jaar dat hier wat te halen valt, maar telkens waren er andere wateren die interessanter leken, was het niet door mij dan wel door een van de vismaten.
Nachtvissen en drie hengels inzetten zou ook nog kunnen hier, maar door mij in dit geval geen van beiden geambieërd. Ik heb er al twee keer eerder gevist dit voorjaar en de zeelten waren vlot vindbaar en vervolgens vangbaar. Ik heb nog geen water gevonden waar ze zoveel kletsen (zeg maar springen) als hier. En natuurlijk direct de eerste sessie al de plaatselijke goegemeente op bezoek. Herkenbaar, op zo'n plaatselijk watertje zonder highlights vissen alleen maar locals en die kennen elkaar allemaal. Zo'n nu en dan komt er wel eens een vreemde karpervisser aanwaaien, maar die taaien al snel af, want geen karpers van formaat meer te bekennen... Dus zo'n idioot die speciaal op zeelt komt vissen krijgt de volle laag qua aandacht. Vond ik niet zo erg, zo kon ik al snel de stemming peilen t.o.v vreemden en werden mij al snel alle interessante zaken onthult. Kom daar maar eens om als je karpervisser bent. "Ja meneer, zeelten tot 60 cm". Vooral dat 'tot 60 cm' sterkte mijn gevoel dat ik eindelijk weer eens 'beet' kon hebben, want wat een onzin over lengtes ik in de loop der jaren al over me geen gekregen heb... in leke boerensloot zwemmen recordvissen. Hier waren ingewijden aan het woord. Wat mij erg beviel is dat één hoek niet was 'herontwikkeld' en nog in oude staat was. Ik zeg oever, maar ik bedoel tevens de bodem en het talud. Voor het desbetreffende water behoorlijk ondiep over een grotere zone èn ook nog eens vol in de wind als er een zuidwester zou waaien. En dat deed het van de week. Tot zover de inleiding.

Ik kon niet slapen. Heb ik altijd als ik nieuwe avonturen tegemoet ga, "waiting in anticipation", hebben wij eigenlijk geen goede term voor die de lading op dezelfde wijze dekt. Voel gewoon dat ik hier moet zijn. Het zal rond 12.00 uur geweest zijn dat ik twee hengels heb uitliggen. Eén op het talud, op een meter of drie diepte, de linkerhengel. En één op de zandplaat, en ook nog eens op een bultje. Wanneer ze niet zijn platgevist, en daarmee vermeden door de vis, zijn zulke bultjes superplekken. De sessie vandaag zal uitwijzen of dat hier ook op gaat.
In tegenstelling tot beide eerdere keren geen springen, rollen en staartslaan, helemaal niks. Maar wel in goed vier uur 14 aanbeten. 11 zeelten op de kant. Verder twee losschieters en een mooie grote brasem. En het gin maar door, het is dat ik op tijd weer terug moest zijn, anders had ik er nog veel meer gevangen. Alles op maden. De twee losschieters kwamen al vroeg in de sessie bij aanbeet 2 en 4 (van voornoemde 14) en voelden goed aan. Stel je voor dat je direct al de topvissen haakt en verspeeld? Dat spookt dan wel door mijn hoofd. Achteraf denk ik van niet, ook de rest van de vissen voelt goed sterk aan en wat opvalt (11 van de 14 aanbeten komen van het zandbultje) is dat de vis direct terugspeert naar me toe naar links naar het diepere deel ipv zich in de rietkraag te verbergen, zoals karper dat zou doen. En dan gaat het in de diepte onder mijn kant gelijk los, dus prima drils op mijn 2 lbs barbeelstokken. It is supposed to be fun, and it is!
Het losschieten los ik op door hier dit keer wat langere onderlijnen te gebruiken, geen 10 cm, maar gewoon 20. En het helpt, ik ben van de losschieters af.
Wat jammer is, is dat de omgeving wel oke is, maar fotografisch gezien dermate oninteressant dat ik er geen enkele foto van hoef te schieten, daarmee mijn blog ook veroordelend tot enkel de weergave van manvis-foto's...

Inmiddels zijn we een week verder, en waar ik al bang voor was gebeurde ook. Twee dagen later - met voor zover waar te nemen dezelfde weersomstandigheden - wilde ik het trucje nog een keer herhalen. Dacht het niet... kwam in zes uur vissen (zelfde periode van de dag) niet verder dan twee grote brasems. Al na drie uur ben ik de diepere taludhengel gaan verleggen en heb ik andere gebieden afgevist. Zonder enig resultaat. Nergens een zeeltbeet te forceren. Nog geen lijnzwemmer... dus òf de vis heeft ergens 'vast' gelegen òf de vis lag massaal in de oeverzone tussen het wier bij te komen van overmatige vissensex. Ik neig naar het eerste. Zeelt heeft meestal een periode van een week of wat nodig om helemaal af te paaien (anders dan karper en brasem, die zijn in een paar dagen klaar, bij normale weersomstandigheden) en in die periode kun je er nog genoeg vangen. Nu niet één!
En een latere sessie naar een ander water eindigt ook in een blank. De standaard zomerperiode waarin niets te vangen valt qua zeelt, alsof er een knop onder water wordt omgezet, aangebroken? Nu al? De tijd zal het leren,  ik heb nog een grote emmer met grondvoer en die wil ik leeg hebben. Dus nog een sessie of wat. Ondertussen kriebelt het graskarper vissen al behoorlijk, eerlijk is eerlijk.








Wat opvalt is dat de betere, grotere vissen hier allemaal mannetjes zijn. En de twee eerdere keren net zo. Nu weet ik dat er hier vissterfte geweest is een jaar of wat geleden. En ik kan het niet aantonen, maar ik denk dat er een verband is. Ik ken nog twee wateren met een vissterfte in het verleden en ook daar zijn de grotere vissen èn mannetjes èn in de meerderheid (of in te ruime mate aanwezig). Alsof de grotere vrouwtjes verdwenen zijn. Hetgeen zeer spijtig zou zijn omdat met mannetjes van dit formaat, met hoogtes van 17 en 19 cm... echt ongelofelijk, de vrouwtjes recordafmetingen kunnen hebben. Die wijven zijn altijd nèt wat groter. De vrouwtjes die je dan wel vangt - zo ook hier- zijn beduidend kleiner en jonger. Van een andere jaarklasse. Natuurlijk zijn er wel een paar grotere vrouwtjes te vangen, maar dat zijn er dan toch maar een paar en dat moet je treffen, daar komt de factor geluk bij kijken, want te selecteren valt er niks, niet, niemandal. Ik heb er in elk geval niet één getroffen tot nog toe.

2 opmerkingen:

  1. Hi Hans, Complimenten voor je fotografie, en zeelt vakmanschap....Hier in de buurt zijn ze ook erg goed te vangen. Wat ik me altijd afgevraagd heb: Wat is die harde knobbel die bij de onderbuik aan weerskanten uitsteekt? Groet, Rombout

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank Rombout,

    Ja bij jou zijn dan ook ideale penviswateren/- polders te vinden, dus dat begrijp ik wel. Ik ken Co (van de AHV) aardig en die heeft me wel eens rondgeleid bij jou in de buurt -was op graskarperjacht- en daarbij viel het woord zeelt ook regelmatig.
    Die harde knobbel is een extra beenstuk in de onderkant van de buik. De mannetjeszeelt heeft ook sterk verdikte eerste buikvisstralen. Wel is het zo dat het bij het ene mannetje sterker ontwikkeld is , dan bij het andere. Heeft met de specifieke paai van deze vis te maken. Ik denk dat zo het hom van het mannetje effectiever verspreid wordt tijdens de paai. Heb dat wel eens mogen waarnemen (en dan niet het traditionele gespetter in de overzone van een polder) in de zijtak van een Franse rivier. Twee zeelten draaiden om elkaar heen als twee balletdansers, heel langzaam, van boven naar beneden in de waterkolom. Sprookjesachtig, omdat er ook nog eens een bundel zonlicht dwars door de bomen op dit tafereeltje scheen, als ware het op een podium in een groot theater, de rest onbelicht en in het donker. Alleen het zeeltpaartje sprong er uit in het heldere lichtblauwgoene water. Magisch momentje. Toen kon ik heel goed de functie van deze verharde vinnen waarnemen.

    BeantwoordenVerwijderen