En het is met vissen hetzelfde als met een nieuw album van je favoriete band, het gaat niet vervelen. Althans mij niet. Toch uitkijken, want als de zeelten met grote regelmaat en met gemiddeld een paar per sessie in het net verdwijnen kan de 'sleur' toeslaan, een klein beetje ingebakken uitdaging is wel belangrijk. Althans bij mij. Gelukkig heb ik dat in het verschiet, nog een keer of wat naar een veel moeilijker water, waar elke zeelt een bekroning is. Of zoals geopperd is, weer eens wat zeelt met de pen bevissen? Wellicht, de tijd zal het leren, de suggestie was welkom, dank.
Tot die tijd meer van hetzelfde en omdat de reacties op de vorige blog niet uitblijven maar gewoon wat plaatjes kijken, het blijven wonderschone vissen, en allemaal anders.
Als ik naar de foto's terugkijk valt me de 'kouwe kleding' op en daarmee realiseer ik me ook dat het weliswaar droog is geweest voor een langere periode, maar ook behoorlijk fris. In elk geval heb ik nog maar heel weinig zonderjasdagen mee gemaakt, in april èn mei niet. Voor het zeeltvissen niet zo erg, dan groeit het (bodem)wier ook wat minder snel, valt er daardoor effectiever te vissen èn is de paai relatief later, dus er is meer tijd beschikbaar om de dikkere dames te schaken.
Het blijft bijzonder verdeelt in de natuur; de brasem heeft al gepaaid in deze meiperiode, de karper staat op punt van (en op sommige ondiepere wateren dit weekend begonnen), maar de zeeltdames hebben zelfs nog nauwelijks kuitaanzet. Dat kan verklaard worden door de herkomst van de zeelt. Ik heb ooit eens in een visgids gelezen dat de zeelt oorspronkelijk uit Rusland of Siberië zou zijn komen zwemmen, en wetend dat de natuur hier pas laat start verklaard dat mede denk ik de late paai.
Als ik dat koppel aan de grote populaties die in het relatief koudere Scandinavie rondzwemmen en in de hoger gelegen meren van de Frans-Zwitserse Jura, lijkt de zeelt mij gemaakt voor koudere klimaten met een korte maar hevige zomer.
zondag 10 mei 2015
dinsdag 21 april 2015
"You make it look easy..."
Had een mailwisseling met Sal(ly) Drennan over de vele door mij gevangen zeelten in de afgelopen twee weekenden - noblesse oblige nietwaar, ze willen er ook wat voor terug:-) - en ze begreep ook wel dat het wel makkelijk leek, je kaartje vol vangen aan mooie zeelt, maar het dat waarschijnlijk toch niet was. Vismaat Luc verzuchtte het onlangs nog in een mailwisseling, op karper en barbeel had hij wel grip gekregen, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, maar die verfoeide zeelten, daar was nog veel te veel ongewis aan... geen zeelten zien was niets vangen, maar wel zeelten zien dus net zo goed niet... ga er maar aan staan.
Maar ja, wat moet ik er van zeggen, op drie wateren op zeelt gevist, waaronder een nieuw, en op alle drie wateren ook gevangen. Op dat nieuwe water met meer geluk dan wijsheid, laat ik eerlijk zijn, want waar begin je tijdens een testsessie? Dat er dus zeelt uit kwam was een beetje het geluk met de dommen, ze liggen er namelijk sowieso niet gestapeld. Wat meetelde was wellicht de reden dat de 'hoerenstek', maar ook de veruit meest strategische, en daardoor door ons geambineerde, zo maar vrij was. Ondanks de zes aanwezige tenten op een watertje van een paar hectare. Het leverde in elk geval al heel vroeg in de ochtend een geanimeerd gesprek op met een nog verdwaasde, want behoorlijk REM-slaperige, karpervisser, die voor de verandering niet helemaal tot in de uiterste hoeken had uitgevaren en het zelfs met ons eens was dat al dat claimen van een water vanuit 1 centrale plek asociaal was, "als ik daar wil vissen, ga ik daar ook wel zitten", daarmee voor ons de weg openend naar voornoemde hoerenstek. En uiteindelijk zeelt opleverend. Dank u beleefd. Al had dat ook een hele grote brasem mogen zijn, ook die zwemmen er. Nadeel van met name die grote brasems is dat er voorjaren zijn dat je ze maar niet kunt vangen (zie eerdere blog in eerdere jaren) en je een paar weken naar bewegingsloze wakers zit te kijken. Groot van formaat betekend doorgaans weinig vis, en meestal ook nog eens op groot water, dus zoeken naar een naald in de bekende hooiberg. Met zeelten ervaar ik dat anders, als ze er zwemmen zijn ze te vangen in deze periode. Kwestie van goed je stek bepalen.
Vismaat John heeft volstrekt geen leven gehad op het nieuwe water, maar hij gaf wel aan "er nog niet mee klaar te zijn". Kijk, dat noem ik karakter! Ik ga ook wel terug, maar dan in het naseizoen, met dood aas, kijken of er ook zoetwaterkrokodillen zwemmen, en hebben we het water weer voor ons alleen.

Elk seizoen kies ik twee zeeltwateren waar 'het' moet gebeuren en hou ik er een paar als reserve achter de hand, zo kom je in een paar jaar aan een hele hoop kennis. Dat leverde in elk geval op de twee andere wateren de zeelten op, kwestie van combineren van waterkennis en weersomstandigheden.
Opvallend is dat het ene water beter loopt met (mini)boilies, gevist onder (of beter op) een methodveer en op het andere water zijn maden al sinds jaar en dag favoriet. Die vis ik met een madenclip en een inline boltrig. En waar dat nou aan ligt? Op bijna alle zeeltwateren wordt flink en regelmatig door karpervissers uitgehaald met voerstekken en/of instantplekken met boilies. En dan toch een voorkeur voor een van de twee? Al moet ik zeggen dat het door Tony Miles geopperde fenomeen van de aascaroussel me ook niet bekend is, waarbij ze elke dag wat anders zouden prefereren, gelijk de kleuren van kunstaas bij roofvis. Maar voedselvoorkeur an sich is wel een bekend verschijnsel. Op het ene water maden, op het andere boilies. En zoete mais doet het overal goed, maar gezien de hedendaagse plaag aan duikeendjes is dat zeer af te raden, werkelijk geterroriseerd wordt je door deze eendjes. En hoe ze het vinden? Het is me een raadsel, maar ook op dieper (6 meter) èn troebel water is het bespeuren van aas geen enkel probleem, dus het kan niet alleen slechts een visuele prikkel zijn. Kennen jullie dat, zit je op een grote plas te vissen voor al een paar uur en geen enkele eend in de wijde omgeving te zien. Plots komen er dan een stel, variabel tussen twee en twintig, via de overkant aanzwemmen en die gaan linea recta naar je stekken toe, niks zoeken maar zeker weten, daar duiken ze - vrouwtjes eerst - en dan ben je de Sjaak... het nare is niet alleen dat ze je hele stek omspitten en leegvreten, maar vangen kan ook zomaar, en dat wil niemand. De aaibaaiheidfactor is heel hoog. Al hoewel de stek daarna wel weer een paar uurtjes duikeendjesvrij is. Dat dan weer wel. Ik ken mensen in mijn omgeving die beweren dat deze eendjes juist vis aantrekken, en het moet gezegd, ik heb al diverse keren beet gehad, denkend dat het wel weer een eendje zou zijn, maar toch een vis bleek.
Een minstens zo prikkelend fenomeen is het veelvuldig voorkomen van een der twee seksen op een water. Op het ene water alleen maar mannetjes, op het andere veelal vrouwtjes (hier vis ik het liefst:-). En dat geconstateerd na een paar jaar hengelen op zo'n water, want soms komt het ook voor dat er per sessie alleen maar mannetjes of vrouwtjes gevangen worden. Al heeft dat denk ik met andere redenen te maken. Ik denk aan de paaitijd en aan het samenkomen van groepen vissen, dat zie je met karpers ook. Ik heb wel eens op een paaiplek alleen maar mannetjeskarpers gevangen, tientallen. Het was vroeg in het voorjaar maar toch heet weer en de mannetjes waren al ruimschoots aanwezig, actief azend en wel. Pas in een koude weersomslag eind die week was ik in staat vrouwtjes te vangen op die plek, veel minder maar fors groter. Alsof de dames zich realiseerden dat de dalende temperatuur geen paai zou opleveren en ze zich nu ook op de voerzone durfden te vertonen zonder direct in een gangbang terecht te komen?
Over weer gesproken, het weer komende periode lijkt redelijk stabiel, met het voorjaar rustig voortkabbelend. Ik heb naast het altijd doorlopende werk veel zaken vrij gemaakt, dus de komende periode wordt er een van zoveel mogelijk vissen. Zeeltvissen!
Ondertussen heb ik ook een oude liefde heropgepakt; het systeemvissen met vastlood en boilies op karper. Wàààt? Een voornemen al eerder in de tijd gemaakt en het was niet heel vervelend eigenlijk, al ga ik dit alleen nog maar doen op die plekken waar ik echt in alle eenzaamheid mijn ding kan doen. Zou overigens eigenlijk momenteel niet weten waar dat in de eigen Haagse regio kan. In elk geval met kans op een mooie vis, in alle rust, en liever zonder er 's nachts voor te hoeven bivakkeren. Gelukkig kan het nog, her en der. Maar het zal rijden worden. En dan nog... er is nog zoveel moois te halen aan andere vissen, en met andere systemen. Tempting... Maar toch... ik ga weer een paar sessies maken, als vingeroefening voor de geplande karpersessies later in het jaar in Frankrijk.
Maar ja, wat moet ik er van zeggen, op drie wateren op zeelt gevist, waaronder een nieuw, en op alle drie wateren ook gevangen. Op dat nieuwe water met meer geluk dan wijsheid, laat ik eerlijk zijn, want waar begin je tijdens een testsessie? Dat er dus zeelt uit kwam was een beetje het geluk met de dommen, ze liggen er namelijk sowieso niet gestapeld. Wat meetelde was wellicht de reden dat de 'hoerenstek', maar ook de veruit meest strategische, en daardoor door ons geambineerde, zo maar vrij was. Ondanks de zes aanwezige tenten op een watertje van een paar hectare. Het leverde in elk geval al heel vroeg in de ochtend een geanimeerd gesprek op met een nog verdwaasde, want behoorlijk REM-slaperige, karpervisser, die voor de verandering niet helemaal tot in de uiterste hoeken had uitgevaren en het zelfs met ons eens was dat al dat claimen van een water vanuit 1 centrale plek asociaal was, "als ik daar wil vissen, ga ik daar ook wel zitten", daarmee voor ons de weg openend naar voornoemde hoerenstek. En uiteindelijk zeelt opleverend. Dank u beleefd. Al had dat ook een hele grote brasem mogen zijn, ook die zwemmen er. Nadeel van met name die grote brasems is dat er voorjaren zijn dat je ze maar niet kunt vangen (zie eerdere blog in eerdere jaren) en je een paar weken naar bewegingsloze wakers zit te kijken. Groot van formaat betekend doorgaans weinig vis, en meestal ook nog eens op groot water, dus zoeken naar een naald in de bekende hooiberg. Met zeelten ervaar ik dat anders, als ze er zwemmen zijn ze te vangen in deze periode. Kwestie van goed je stek bepalen.
Vismaat John heeft volstrekt geen leven gehad op het nieuwe water, maar hij gaf wel aan "er nog niet mee klaar te zijn". Kijk, dat noem ik karakter! Ik ga ook wel terug, maar dan in het naseizoen, met dood aas, kijken of er ook zoetwaterkrokodillen zwemmen, en hebben we het water weer voor ons alleen.
Elk seizoen kies ik twee zeeltwateren waar 'het' moet gebeuren en hou ik er een paar als reserve achter de hand, zo kom je in een paar jaar aan een hele hoop kennis. Dat leverde in elk geval op de twee andere wateren de zeelten op, kwestie van combineren van waterkennis en weersomstandigheden.
Opvallend is dat het ene water beter loopt met (mini)boilies, gevist onder (of beter op) een methodveer en op het andere water zijn maden al sinds jaar en dag favoriet. Die vis ik met een madenclip en een inline boltrig. En waar dat nou aan ligt? Op bijna alle zeeltwateren wordt flink en regelmatig door karpervissers uitgehaald met voerstekken en/of instantplekken met boilies. En dan toch een voorkeur voor een van de twee? Al moet ik zeggen dat het door Tony Miles geopperde fenomeen van de aascaroussel me ook niet bekend is, waarbij ze elke dag wat anders zouden prefereren, gelijk de kleuren van kunstaas bij roofvis. Maar voedselvoorkeur an sich is wel een bekend verschijnsel. Op het ene water maden, op het andere boilies. En zoete mais doet het overal goed, maar gezien de hedendaagse plaag aan duikeendjes is dat zeer af te raden, werkelijk geterroriseerd wordt je door deze eendjes. En hoe ze het vinden? Het is me een raadsel, maar ook op dieper (6 meter) èn troebel water is het bespeuren van aas geen enkel probleem, dus het kan niet alleen slechts een visuele prikkel zijn. Kennen jullie dat, zit je op een grote plas te vissen voor al een paar uur en geen enkele eend in de wijde omgeving te zien. Plots komen er dan een stel, variabel tussen twee en twintig, via de overkant aanzwemmen en die gaan linea recta naar je stekken toe, niks zoeken maar zeker weten, daar duiken ze - vrouwtjes eerst - en dan ben je de Sjaak... het nare is niet alleen dat ze je hele stek omspitten en leegvreten, maar vangen kan ook zomaar, en dat wil niemand. De aaibaaiheidfactor is heel hoog. Al hoewel de stek daarna wel weer een paar uurtjes duikeendjesvrij is. Dat dan weer wel. Ik ken mensen in mijn omgeving die beweren dat deze eendjes juist vis aantrekken, en het moet gezegd, ik heb al diverse keren beet gehad, denkend dat het wel weer een eendje zou zijn, maar toch een vis bleek.
| Nog geen kuitaanzet te zien in deze periode, dus wat magertjes ogend, maar wat zijn die zeelten toch schitterend! |
| Zondagavond 19 april een avondsessie met vrijwel alleen maar mannetjes |
Een minstens zo prikkelend fenomeen is het veelvuldig voorkomen van een der twee seksen op een water. Op het ene water alleen maar mannetjes, op het andere veelal vrouwtjes (hier vis ik het liefst:-). En dat geconstateerd na een paar jaar hengelen op zo'n water, want soms komt het ook voor dat er per sessie alleen maar mannetjes of vrouwtjes gevangen worden. Al heeft dat denk ik met andere redenen te maken. Ik denk aan de paaitijd en aan het samenkomen van groepen vissen, dat zie je met karpers ook. Ik heb wel eens op een paaiplek alleen maar mannetjeskarpers gevangen, tientallen. Het was vroeg in het voorjaar maar toch heet weer en de mannetjes waren al ruimschoots aanwezig, actief azend en wel. Pas in een koude weersomslag eind die week was ik in staat vrouwtjes te vangen op die plek, veel minder maar fors groter. Alsof de dames zich realiseerden dat de dalende temperatuur geen paai zou opleveren en ze zich nu ook op de voerzone durfden te vertonen zonder direct in een gangbang terecht te komen?
Over weer gesproken, het weer komende periode lijkt redelijk stabiel, met het voorjaar rustig voortkabbelend. Ik heb naast het altijd doorlopende werk veel zaken vrij gemaakt, dus de komende periode wordt er een van zoveel mogelijk vissen. Zeeltvissen!
Ondertussen heb ik ook een oude liefde heropgepakt; het systeemvissen met vastlood en boilies op karper. Wàààt? Een voornemen al eerder in de tijd gemaakt en het was niet heel vervelend eigenlijk, al ga ik dit alleen nog maar doen op die plekken waar ik echt in alle eenzaamheid mijn ding kan doen. Zou overigens eigenlijk momenteel niet weten waar dat in de eigen Haagse regio kan. In elk geval met kans op een mooie vis, in alle rust, en liever zonder er 's nachts voor te hoeven bivakkeren. Gelukkig kan het nog, her en der. Maar het zal rijden worden. En dan nog... er is nog zoveel moois te halen aan andere vissen, en met andere systemen. Tempting... Maar toch... ik ga weer een paar sessies maken, als vingeroefening voor de geplande karpersessies later in het jaar in Frankrijk.
![]() |
| Hier en daar kan het nog, her en der verborgen parels, of beter genegeerde, omdat er geen grote (zouden) zwemmen |
dinsdag 31 maart 2015
Digitaal tussendoortje
Zoiets als een Cup-a-Soup rond vieren om je bloedsuikerspiegel een boostje te geven; ik kan momenteel zien dat het even gaat duren voor er weer een interessante vangst of visssessie te melden is, simpelweg omdat ik mijn agenda voor de neus heb. Voorlopig alleen maar werken wat de klok slaat, inclusief een aanzienlijk deel van de weekenden. En of het nou visweer is of niet. Op zich niet erg, deze winter heeft me diverse prachtige authentieke ervaringen en vangsten opgeleverd, dus dat de aandacht even naar wat anders toe moet is niet zo'n ramp, en zelfs niet als het dan voorjaar wordt. Alhoewel voorjaar... in januari was het een graad of zeven, acht en nu eind maart eigenlijk nog steeds....
Maar succesvol bloggen staat of valt met regelmatig posten, dus maar weer eens even plaatjes kijken, als er verder niets te melden valt. Was eerder seizoen 2009 aan de beurt (artikel over verstoffende enen en nullen), nu zal ik 2010 de revue laten passeren. Dit keer wel in volgorde van seizoensverloop.
En voor de fotografen onder ons; alle beelden zijn zonder enige retouche of saturatie geplaatst, het komt zo uit de camera (wel een dslr). Natuurlijk zijn ook deze beelden nog op te peppen of te verbeteren, maar ik doe dat zakelijk al genoeg, al dat gehang achter zo'n scherm om de zaak te optimaliseren, het is best zo, en anders maar niet.
Tip: door op de beelden te klikken worden ze iets groter.
Maar succesvol bloggen staat of valt met regelmatig posten, dus maar weer eens even plaatjes kijken, als er verder niets te melden valt. Was eerder seizoen 2009 aan de beurt (artikel over verstoffende enen en nullen), nu zal ik 2010 de revue laten passeren. Dit keer wel in volgorde van seizoensverloop.
En voor de fotografen onder ons; alle beelden zijn zonder enige retouche of saturatie geplaatst, het komt zo uit de camera (wel een dslr). Natuurlijk zijn ook deze beelden nog op te peppen of te verbeteren, maar ik doe dat zakelijk al genoeg, al dat gehang achter zo'n scherm om de zaak te optimaliseren, het is best zo, en anders maar niet.
Tip: door op de beelden te klikken worden ze iets groter.
Abonneren op:
Posts (Atom)








