zondag 27 september 2020

Je moet je klassiekers kennen

Op vakantie? Ja  heel graag, mits... Waar dan? Frankrijk natuurlijk, na drie jaar Italie. Maar ja... 'de' corona... Wel op vakantie, niet op vakantie, wel/niet, wel/niet, wel/niet. Het werd een beetje een mantra, maar toen de tweede golf (toch)(nog) uitbleef en Frankrijk grotendeels code geel had besloten wij toch als twee goden in Frankrijk op vakantie te gaan. De route stond al een tijdje vast; ik wilde Helen heel graag een deel van de Champagnestreek laten zien, toevallig ook waar het stikt van de mooie kanaaltjes en de prachtig meanderende Marne. Nee, geen hengels mee, nooit op "gezins"vakantie. En geloof me, ik zit er niet mee, plan er wel wat na, mocht er wat moois gevonden worden. Daarna samen naar de Franse Alpen voor wat serieuze wandelingen boven de boomgrens en om bij te komen van dat alles een goeie week Cote d'Azur. Vooruit, voor de relatie. En mocht dat niet lukken toch maar weer naar Italië, naar Ligurië in het noorden. Il dolce far niënte.

Die eerste Franse camping op slechts een paar uur rijden zodat we op ons gemakkie pas zaterdagmiddag weg konden, was een golden oldie, die heb ik meermalen als uitvalsbasis gebruikt in dit gebied als de vrouw en niet bij was, en de hengels dus wel. Simpel, geen poespas met activiteiten of andere gezinsnonsens, maar goed centraal gelegen. We zouden hier even unwinden en gelijk Reims meepakken nu het nog kon. Wandelend langs diverse oude visstekken moest ik automatisch aan oude visavonturen denken, met recht klassiekers. Prachtige vissen zwommen hier ooit, het 'bejagen' waard. Vond ooit met krijt de "graffity" 26 k, recht onder mijn hengels, denkend dat dat achtergelaten was door een witvisser die zijn leefnet vol had gevangen, tot ik de "graffityartist" himself sprak, het bleek te gaan om 1 vis, een karper uiteraard. Praat over de 90'er jaren, een ware bak dus, en nog steeds. Inmiddels is er wel wat veranderd qua visstand,  en ook hier heeft "vriend" Silurius helaas zijn weg gevonden. Daar ben ik nog zelf 'getuige' van geweest, onlangs in juli. En maar even vooruitlopend op zaken, ik kreeg later deze vakantie via vrienden in de Dordogne zelfs recent een artikel uit de Paris Match (een gezaghebbend Frans opinieblad) over die meerval; die is in Frankrijk inmiddels de oorlog verklaard, zowel door de overheid, en de vissers, sport én beroep. Vreet daar hele ecosystemen leeg. Maar het is al te laat... Ja, zover waren wij ook al.  

 

Het Paris match artikel

Toch indrukwekkend die Notre Dame de Reims

En nog overal van die oude visbootjes langs de oevers

Augustus is hoogseizoen, maar dat bleek uit niks (rust en ruimte), behalve uit de prijs.

Voelt als thuiskomen

Ad random vanaf 1996; spiegels slankst...

... slank ...

... en bol. Destijds voor mij de zwaarste hier. Hierna viel gelijk het doek.

Vóór de vangst van die bolle in 2000 was dit even een PB (1996), waarvan ik over the moon was. Wat een vis! Dat werd verpulverd in NL een maand later met de vangst van een 18 kilo vis.

 
Tijdens die paar dagen Noord Frankrijk kwam via de mail het bericht van BuZa dat delen van de Cote d'Azur van geel naar rood (ons oranje) zouden gaan. Een streep door de vakantiebestemmings-rekening. En dat niet alleen, in het Franse hooggebergte daarboven gelegen werd erg slecht weer verwacht, komend vanuit... Italie. Dus dat viel allemaal af. Had ik eindelijk de kans eens iets door te drukken dat ik al een tijdje wilde; terug naar de Dordogne, zowel de streek als de rivier. Helen haar ouders hebben jaren lang in de Dordogne (de streek) gewoond en we zijn de tel kwijt hoe vaak we daar niet heen zijn gereden, 1100 km heen en weer terug, zelfs voor slechts de Kerstdagen. Diverse keren ook zelfs met hengels, of beter, juist. Ik dropte dan vrouw en kind bij mijn schoonouders en ging dan een paar dagen alleen weg. Heb zo de Dordogne, de Lot, de Tarn en een aantal meren flink bevist, met wisselend resultaat. Maar los daarvan hebben we heel veel gezamenlijke herinneringen aan het gebied. Mooi om er eens terug te gaan, en her te beleven. 
 

In dit meertje in de Dordogne langs de route heb ik ooit mijn allereerste Franse karper gevangen, met mais en een pen, in 1991, nog ruim 10 jaar voor mijn regelmatige trips richtig schoonouders. Afdeling syncronicity.
Barbeelrivier Vezere, vanaf mijn favoriete plekje, nippend aan een ijskoude rosé in de schaduw

Een van mijn oude stekken, langs die wand rechts loopt onderwater de zaak steil door naar beneden, hotspot

Pure romantiek, voor wie er gevoelig voor is

 

Kon natuurlijk niet uitblijven dat we ook de Dordogne (rivier) met een bezoek moesten vereren. Zo kon ik Helen eens laten zien waar ik allemaal uithing destijds. Zal nooit de keer vergeten dat een verschrikkelijk noodweer losbarstte in het gebied, storm, regen en onweer. Bleek mijn plu (nooit meer Nash) meer dan lek. En tot overmaat van ramp ging de vis ook nog compleet los. Binnen het uur lagen alle hengels (4) op de kant en had ik maar 1 vis weten te landen, de rest was verknold door dat verschrikkelijke weer (om diverse redenen). Moest ik naar huis om alles te drogen. Kwam ik gelijk in aanvaring met mijn schoonmoeder die het geen stijl vond dat ik vrouw en kind zo verwaarloosde, had niet begrepen dat ik primair op visvakantie was en vrouw en kind slechts een goedbedoelde lift gegeven had. "Anders waren we uberhaupt niet ter plekke geweest..." Ondank is 's werelds loon. En nu we het toch over regen hebben, er werd me ooit beleefd gevraagd niet meer te komen, omdat als ik er was ze het zwembad niet konden benutten vanwege de vele regen. Rainman rules! Afijn, anecdotes en aanverwanten genoeg. Tijd voor weer wat oud beeld.

 

De Romeinse bruggen zijn specifiek voor de regio en geven het geheel een bijzondere uitstraling

Verderop de steile wand. Twee hengels hoog, en twee hengels laag. Inmiddels digitaal.

Mysterie en sfeer, wat zwemt er?


Dit soort schubs voerden de boventoon: lang, slank en supersterk

Midden op de Dordogne, het waarom een eigen blog waardig. Verderop weer zo'n spoorbrug.

Nog voor het omweer, en de volgende kondigde zich al luidkeels aan...

Zo mooi hier

Na een goeie week Memory Lane a la Francais was het tijd om verder te trekken, maar ondertussen had ons mexicaanse biertje ook weer om zich heen gegrepen, er waren weer nieuwe gebieden maximaal besmet, het coronanet sloot zich. Er zat ons niks anders op dan all the way down south te gaan, en ook al niet voor het eerst. Ook daar had ik al wat lijntjes nat gemaakt. Werd tijd om het weer eens uit te checken, nu vanaf de camping langs het water in plaats vanuit een bivy. Te ver weg om weer te gaan bevissen, tenzij er heel veel te halen zou blijken te zijn, en dan denk ik aan minimaal 1 veertiger per dag, de man. En dat is lariekoek.

Bleek niks veranderd, zowel de vissen niet - sprak er diverse vissers, hadden niks groters dan 26 pond en gezien het verloop van de jaren had dat makkelijk dat gewicht in kilo's kunnen zijn... - als het uitzicht, het schitterende uitzicht. Dat laatste is niet zo raar, het geeft een meer dan bijzonder gevoel als je op het strand ligt en je in de wijde omgeving omgeven weet door bergketens. 

 

Zo vanaf de campingstandplaats, in ochtend-...

... en avondlicht. Rechts de punt waar ooit mijn bivy stond.

Vissen met veel vlees. En opmerkelijk uitpuilende ogen, net als in het vlakbij gelegen Ebro gebied.

Het lijkt zomer, maar het is toch dermate ver in het jaar dat de Pyreneeën al sneeuw hebben.

Dezelfde bergketen, vanaf het strand

 

Uiteindelijk terug naar huis, in 1 ruk. 1450 km. Elke keer zeg ik weer "nooit meer" en elke keer doe ik het toch weer. Moet ook wel, wil vissen, liefst 'morgen', want dat is dan alweer vijf weken geleden. Veel te lang voor Junkie XL. Al moet ik uiteindelijk nog een volle week wachten voor het dak er weer af mag. En hoe. Dacht gelijk dat ik dejinxed was, en Den Haag weer in mijn vingers had. Helaas, schijnt bedroog (altijd), het was slechts een verlenging van de hel. Door het even mogen ruiken aan (schijnbaar) de hemel was de week erop de hel nog sterker in haar schrijnende aanwezigheid... Gelukkig hoef ik pas over een maand "weer" en kan ik dat rotgevoel wellicht wegpoetsen met een paar sublieme vangsten. En in deze periode kan alles, dus wie weet!



donderdag 13 augustus 2020

Hoe heter hoe beter

In het staartje van de hittegolf realiseer ik me dat er toch een visverhaal zit in deze te hete zomer, het verhaal van niet vissen. 

Niet dat het voor mij te heet is, heb me in de tijd die ik normaal voor vissen reserveer maar bezig gehouden met vervangen van het antieke riool onder het huis. Daar lagen nog stalen pijpen en grespijpen, inclusief beerput van 150 jaar oud. Ook heb ik eindelijk een aanzienlijk deel van ons trappenhuis met een hetelucht fohn afgekrabt, waarmee ik bedoel dat ik wel wat kan hebben qua temperatuur, maar zodra het viswater boven de 25 graden gaat komen vis ik liever niet, in elk geval niet in de polders, de vis moet bijkomen na de drill en heeft dan in het warme water zonder voldoende zuurstof echt last van de vangst, daar heb ik al verschillende nare ervaringen mee, dus ik pas in deze...

Maar het is een ieder vrij dat zelf in te schatten, of er invulling aan te geven. Wellicht dat alleen in de vroege ochtend vissen een oplossing zou zijn. Maar als het water constant richting de 30 graden gaat zoals afgelopen weken red je het daar ook niet meer mee. Zou ik in de buurt van een stromende rivier wonen, zou het wellicht heel anders zijn. Maar de solotrip die ik mijzelf beloofd had naar zo'n stromende (Franse) rivier kwam ook te vervallen, door 'persoonlijke omstandigheden'. In het kort gesteld, mijn kop stond er niet naar, er bleven maar vissen 'ontsnappen' en niet op de manier zoals bedoeld. Ook al vier grassers op rij...  na de brasems, de zeelten en de karpers. Teveel pech. Ik had er last van, en geen zin in de zoveelste deceptie. Voor zo'n solotrip moet je wat innerlijke kracht hebben, wat veerkracht, resilience. Thuisblijven was het devies. Wat afstand nemen ook. Dus de hittegolf kwam niet heel ongelegen.

Kan me maar 1 sessie herinneren waar alles ging zoals bedoeld, zal 'm hieronder even kort schetsen. Mijn moeder haar oudere zuster leeft ook nog, samen zijn ze 184 jaar oud, en de enige manier om elkaar nog te treffen is als ik ze via mijn auto nader tot elkaar breng. Dat heeft me naast familiegeluk vorig jaar ook al twee keer een barbeel opgeleverd, want we moeten ervoor naar Limboland. Door corona kwam de voorjaarsontmoeting te vervallen, maar nu midden zomer leken alle seinen voor heel even op groen te staan. Vlak voor de volgende tweede golf. Helaas voor mij zat een hele dag voor de zusters samen er niet meer in, dat kost tveel energie, dus bleef er ook minder vistijd over, afreizen naar het mooiste riviertje van NL was om die reden gaan optie. Gelukkig weet ik mijn weg in Limboland aardig, dus kon ik een korte sessie op grassers op poten zetten. De hoop was dat de daar uitgezette vis goed gegroeid zou zijn. En graskarper kun je op de juiste manier prima overdag vangen, als je maar weet waar ze zwemmen.  


Beiden met mondkap voor twee uur. Kleine moeite. En daarmee chapeau voor alle zorgpersoneel!

Ik kon precies daar verder waar de Franse trip van de vorige blog eindigde:-)


De hitte zat al in de lucht, maar het was nog geen 30 graden, al was ik blij dat er koelte was in de vorm van wat forse bomen. Bij mijn weten lagen de grassers destijds altijd rond een plateau van een meter of 2/3 diep. Links liep het op tot 0,5 meter en naar rechts konden ze zelfs tegen de 7 meter aan diep wegduiken, in theorie. Omdat mijn eerdere ervaringen hier uitwezen dat de meeste vis toch rond dat plateau verbleef durfde ik daar wel beide hengels heen te varen, met de voerboot met dieptemeter. Zo gebeurd. Om kort te gaan, ik kwam niet aan eten toe, want de zaak begon direct te lopen. Op links, de "ondiepe" hengel op 2 meter. Op een gele wafter. Het blijkt een kruimel van ± 65 cm, die desondanks toch kans ziet zich helemaal in de lijn van de andere hengel te wikkelen, wat een vechtersbaas. Kostte wel een stief kwartiertje voor dat allemaal weer uit elkaar was, en waarna ik beide hengels ook weer opnieuw kon uitvaren... De gevangen vis was dermate klein dat ik een manvistropheeshot maar achterwege gelaten heb. Voor die geste werd ik beloond met een meer dan prachtige uitzetplaat, a truly decisive moment want ik kreeg maar 1 kans. 

Zodra de zaak weer inligt en ik denk te kunnen lunchen is opnieuw de linker hengel vol in actie, en nu wijs geworden leg ik de andere stok een eind verder in het riet - ik vis noodgedwongen door een gaatje in het riet, eigenlijk te klein voor twee hengels, maar wil voor die ene keer hier niet gelijk alles maar slopen voor mijn visbehoefte. Dat er geen gaatjes zijn komt ook door het gebrek aan andere vissers, elk voordeel heeft zijn nadeel - wat een verder veel meer ontspannen drill oplevert. Deze lijkt me wat groter, maar haalt ook nog steeds niet de 20 pond, en zover had ik ingeschat zouden ze al kunnen zijn. Niet dus. Als na alle commotie de vis in het net ligt valt me een geluid op, iets dat hier niet hoort, een rateltje... het blijkt de baitrunner van de andere hengel te zijn, en ik zie nu de top zwiepen in het riet. Ook hier zit een grasser aan, en bijna dezelfde, zowel in lengte als in gewicht. Vrees dat er toch wat teveel zwemmen... en de groei stagneert. Deze had zin in een pop up tijgernootje.

Daarna is het een uurtje stil, en moet ik ook weer inpakken zonder dat er een vierde bij komt, al had ik voortdurend dat gevoel. Zal een keer terug moeten. Volgend jaar dan maar, in de hoop dat ze wat groter zijn gemiddeld. 

 

Gelukkig schaduw en relatieve koelte

Voor mij een van de foto's van het jaar

Twee voor de prijs van een



Los van al het al eerder vermeldde vorige maanden had ik al in mei een blog in gedachten met de schone titel Hunt for White October, met een knipoog naar de Russiche duikboot waar jacht op gemaakt wordt tijdens de Koude Oorlog, met Sean Connery in de hoofdrol. Die titel had ook passend Moby Dick kunnen worden, maar toen nog dacht ik "geen goed plan, het loopt uiteindelijk slecht af met Captain Ahab..." Al kun je dat in dit kader ook al een soort van stellen, de vis ontsnapt me telkens... maar de zomer is nog niet voorbij, en daarmee 'de jacht' ook niet. 

White October is een al in een eerdere blog aangehaalde wittige (albino?)graskarper die rond de 110 cm lang is, een waar monster. Heb haar dik 10 jaar geleden al achter de vinnen gezeten, destijds zonder enig resultaat. Had geen enkele interesse in vissersvoer. Dacht eigenlijk dat ze dood was (denk dat al die grotere grassers dames zijn, op gevoel), maar Andries Hoekstra wees me op het bestaan ervan, hij kent mijn interesse, en ik had daarmee gelijk een zomerdoel. De dame heeft me al vele malen gekruist sindsdien, maar net als destijds geen enkele interesse voor mijn voer. Niet dat ik niks vang, het poldersysteem kent ook een aardig karperbestand en daarvan zijn er wel velen geïnteresseerd, dus het is zeker geen kansloze missie, maar díe vis lacht me telkens uit.



Je weet echt niet wat je ziet zwemmen...

Stel je voor dat deze aan mijn hengel komt te hangen, vrees dat de sloot te klein is, zo door tot aan oblivion

 

De koeien hadden geen enkele moeite het voer te vinden, ze duwden me zelfs van mijn stoeltje af ervoor

 

Karper in overvloed, en al helemaal als er een dag wat regen in de lucht zit

 

Tot zover de avonturen, nu eerst even bijkomen van alle hitte, en dan vanzelf weer op vistocht. Zal tijdelijk afscheid nemen met een passende zomerprent, de gemiddelde visser inschattend zal ie wel worden gewaardeerd. En met een vette knipoog naar El Capitan😉, de jacht is nog niet over...

 

 

 

 



donderdag 30 juli 2020

Beter niets dan iets?

Al een paar jaar, na onze laatste gezamenlijk sessie in 2016 naar een circuitput in het midden van Frankrijk, wilden Arend en ik terug naar Frankrijk. Niet zo ver als destijds;  op een uur of vier, vijf is al heel veel moois te vinden. Dat noordelijk gebied is in de jaren 90 door mij vele malen doorkruist en bevist. Met name de vele kanalen en de schitterende rivieren (Seine, Yonne, Marne, Meuse, Oise, Aisne, Moselle) waren toen het doel. Met de kennis van nu zou dat leuk vissen moeten kunnen zijn.
Maar elk voorjaar was er wel iets dat voorkwam dat we onze voornemens uitvoerden, dit jaar dus onze vrind Corona. Het moest zomer worden voor Frankrijk weer vrij bevis- en bereisbaar was. Wellicht dat we eindelijk eens een supersessie konden maken op minder beviste karperpopulaties?

Zelf wilde ik het liefst de draad weer  -letterlijk- oppakken daar waar ik zelf destijds gestopt ben in 2015, op dezelfde rivier, in dezelfde zone waar ik zou zijn gaan vissen, maar waar het door omstandigheden nooit meer van gekomen was. Gezamenlijk werd echter besloten toch eerst een paar sluisstukken "verderop" uit te pakken, en dan langzaam "terug te vissen". Elke nacht een nieuwe stek op een nieuw stuk tot we vis vonden. Het is óf dat óf je een paar dagen ingraven en het voer zijn werk laten doen.

Afspraak was zoveel mogelijk samen te vissen, wat in zoverre de beperking opleverde dat er niet met drie of vier hengels gevist kon worden, maar omdat het sociale zeker hoog woog, kozen we niet voor persoonlijke vangstmaximalisatie. Mochten stekken zich niet lenen voor samen vissen, dan konden we alsnog splitsen.

Voor we er uiteindelijk waren een klein toertje down memorylane gemaakt, naar een zone waar ik veel voetsporen heb gezet tussen 1996 en 2004 en wéér heb staan kwijlen bij de rivier die in mijn ogen het best geschikt is voor barbeel. Bij een eerdere zoektocht  - laten we dat voortaan maar duiden als persoonlijk pionieren, want echt Pionieren is in Frankrijk nauwelijks mogelijk, een behoorlijk overtrokken teveel misbruikte term in karperland - in 2013 heb ik de barbeelvismaat van destijds ook al meegetroond naar dit unieke riviertje, maar hij gaf het geen spatje aandacht, in mijn ogen geheel onterecht. En aan het kanaaltje er in de buurt was ook weinig veranderd, nog steeds druk met locale vissers, die doorgaans prima weten wat de beste stukken zijn. 


Alles schreeuwt barbeel
Alles schreeuwt Barbeeeeeeel

De Gouden stek uit Gouden tijden (citaat van Leon). Achterin in de bocht de witvissers. Toen al, nog steeds.

Ander stuk weer. Arend denkt; "die sloten hebben we thuis ook, moet ik daarvoor helemaal naar Frankrijk?'
Wat ie (nog) niet weet is dat deze nog behoorlijk breed is.

En weer witvissers, altijd maar op 1 plek, en niet alleen omdat ze er makkelijk (wel een eis) bij kunnen.

Ook ergens onderweg maar de vergunning regelen.
Gaan we voor een Hebdomadaire of een Majeure Annuelle? Scheelt wel een paar pegels.
We beloven elkaar minimaal drie keer te gaan om de kosten eruit te halen, toch 100 ballen.
Enne... zo helpt het niet hè, jongens.

En daarna een croissant artisanale, helaas moet het zo.


Wat is het hier toch schitterend, echt een droomland, met heel veel prachtige stadjes, dorpen, rivieren! En die rivieren veranderen ook maar niet, alsof de tijd er stil staat. Het blijft er prachtig, je wilt er nooit meer weg als romanticus pur sang.
Voor mij is persoonlijk pionieren je gevoel volgen en dat was destijds met de Guide Michelin op schoot alle kleine wegen afrijden. Inmiddels heeft google maps de zaak zeer vereenvoudigd, maar dan toch is je gevoel volgen nog geen steeds overbodige luxe. Al kan ik het landschap aardig lezen, en wat dan intuïtie lijkt, is eigenlijk verworven kennis die meedoet in de achtergrond. Zo komen we aan wat we zullen bestempelen als stek 1. Het ruikt er naar karper, en of dat werkelijk zo is, is maar op 1 manier na te gaan. Er een visnacht aan spenderen. De eerste van de drie.


Het ruikt naar karper. Hier wil je toch gelijk starten?

Beetje krap bemeten voor twee man, het gaat nèt.

Vissen is simpel, de diepe plek opzoeken, doorgaans in de eigen oever of aan de overkant, en daar twee hengels 'op' leggen. De twee andere 'zoekend'.  Arend vist in het midden op een egaal plateau, ik neem de eigen ondiepere oever voor mijn rekening. Precies waar het van 4 meter via een steile uitgesleten wand naar heel ondiep gaat, voor mij een trekroute. Twee hengels met tijgernoten en twee met bollen. Maar eens kijken wat het doet. En niet teveel bijvoeren, Hollandse hoeveelheden.
Wat we wel aangepast hebben is de haakmaat, nummers 2 en 4 ESP grippers, met klauwpunt. En de onderlijn hoeft ook niet zo benauwd kort te zijn.
Twee boten mee, zowel een voerboot, voor zowel secuur uitvaren tegen de overkant als secuur de diepte weten, als een rubberboot, voor als je een vis moet gaan halen die zich ergens vastzwemt. Zou niet de eerste keer zijn.

De eerste run komt in de vroege avond al. Dat is heerlijk snel. Na een enerverende drill, zonder al teveel moeilijkheden, of het moet zijn dat al onze hengels veel te veel op 1 kluitje staan😓,  komt er een vis bij het schepnet die niet geheel aan de verwachting voldoet, het blijkt een superpuitaal van 111cm te zijn. Bleughhhh! Maar Arend is er blij mee. Echt blij, hij heeft het er een uur later nog over. En dat is het enige dat telt. Wat ik er dan van vindt is bijzaak.


Kijk 'm genieten!


Daarna volgt er zo'n doodstille nacht, ik houd er niet van. De wind weg, de vogels stil, zelfs geen ritselende muizen of ratten en verder pik- en pikdonker. Dan weet je "het gaat niet heel veel worden". Toch komt rond een uur of vier die bevrijdende eerste run. Een sterke vis die de bol langs de onderwaterwand aan de eigen kant heeft opgezogen en zo zichzelf gehaakt heeft. Voelt in alles als een stevige karper. Als dan in het licht van de koplamp een vreselijk lelijke besnorde kop omhoogpopt uit de diepte ben ik echt teleurgesteld. Deceptie! Kan er zelfs niet om lachen. De vis van rond de meter krijgt in het net 1 foto mee voor de blog en mag direct weer zwemmen...
Die nacht en verdere ochtend leveren geen vis meer op. Wat ik mis zijn de aanwijzingen van visaanwezigheid; tikken op de top van witvis, even een piep van de Delkim en het schokken van de waker, het springen van brasem, kopvoorn of barbeel, of zelfs karper. Niks, dooie boel. Doet me aan Silent Spring van Rachel Carson denken, in de 60-er jaren haar tijd ver vooruit, maar nog steeds actueel. Met de meerval in de rol van pesticide.


Slechts voor het archief, ik beleef er geen lol aan.

We houden even beraad met de vraag te blijven zitten of verder te gaan? Dat antwoord is niet moeilijk, weg hier. Had al verschillende verontrustende berichten gehoord van de meervalexplosie in Noord Frankrijk, maar dat ergens in een achterkamertje gedropt, met de deur op slot. En waarom ook niet hier, heb het zelf mogen constateren aan de Maas in Wallonië tijdens het barbeelvissen in 2010-2013. Elk jaar werd het minder met alle vis behalve de meerval. Het resultaat; de vissers bleven weg, de oevers waren verlaten en de vele bootjes en steigertjes verwaarloosd... Moet wel zeggen dat het ene stuk erger 'aangetast' was dan het andere. Hopelijk is dat hier ook zo. Alle Franse rivieren zijn opgedeeld in sluisstukken met verschillende visbestanden.


Het is en blijft prachtig hier.


Alles ademt oud en historisch.


Zone twee dient zich al snel aan, die zat al in de voorselectie. Als ik een foto naar het thuisfront stuur krijg ik als reactie "zie je wel, het is toch vakantie". Wij hebben thuis regelmatig de "discussie" of ik mijn vele vistrips als extra vakantie moet zien, waarbij mijn egaa zichzelf natuurlijk behoorlijk veel zieliger vindt omdat zij week in week uit hard moet ploeteren zonder als die extra vrijetijdscadeautjes. Los van het feit dat alles een keuze is en dat ik ook (met name financiële) offers breng voor die extra vrije tijd, probeer ik die gedachte dan te ontzenuwen door te claimen dat mijn vistrips hard werken betekenen, door al dat stekken zoeken, verkassen en sjouwen. Eigenlijk ben je gehele dag bezig. Zonder succes natuurlijk, ik word doorgaans weggehoond, want laid back foto's van idylische plekken doen geen goed aan mijn standpunt.

Hier dezelfde situatie als de vorige stek; de diepere buitenbocht aan de overkant en de ondieptes aan de eigen kant. Vandaar dezelfde strategie gevolgd met voer en hengels, ondanks dat we wat verder uit elkaar kunnen vissen. Wat volgt is een even dooie nacht, maar komt er wat leven in de brouwerij in de vroege ochtend vanaf eerste licht. Voor Arend zijn lang gehoopte Franse karper plus een kopvoorn. Ik moet het doen met een minibarbeel en ook een kopvoorn, die -jawel- komt als ik moet 'beren'... wat is dat toch dit jaar? Al met al toch niet voldoende reden hier de volgende nacht ook door te halen. Op pad, zo kunnen we de doorgaans in de zomer nutteloze vistijd overdag beter besteden aan het uitpluizen van andere stekken. En rijden we naar een van de vele kanalen toe via een tip van een bekende van Arend die claimt; "ik ben niet zo'n klootzak dat ik je een paar uur laat rijden voor een kutstek, dus de info is betrouwbaar." En we geloven hem. Excuses les mots.


Ook al zo mooi

"Zie je wel, het is wel echt vakantie!"

Zonder plu of tent kan prima, op zijn Frans gezegd en plein air.

Voor Arend een schitterend spiegel, hij is van de nul af.


Het uitpluizen van andere zones en stekken levert wel weer de zoveelste bevestiging op dat de Fransen zelf nog steeds niet beseffen hoe mooi het bij hen is en hoe snel dat verpest kan worden, ze behandelen hun land als één grote afvalbelt. Helaas, moet ik zeggen.

Het getipte kanaaltje moeten we op goed vertrouwen bevissen, want aan niks is te zien dat hier bakken van vissen zwemmen, gewoon een rechte bak met water met ergens links en rechts sluizen, aan beide oevers harde wanden, en zonder verdere interessante onderbrekingen. In het midden een vaargeultje met harde bodem voor de vele pleziervaarten en de kleinere beroepsvaart. Langs beide wanden een minitaluudje. Drie hengels kan, maar ook hier is dat al snel teveel, teveel lijnen vanuit 1 vertrekpunt dus ondanks dat we nu uit elkaar zijn gaan zitten toch ieder maar met 2 hengels. De lijnen uiteraard zo slap als mogelijk, er staat altijd trek in deze kanaaltjes. Ik vis vis voor vis, dus weinig voer, waarom zou je het dichtstorten voor 1 nacht? Wel wat kleinere haken, subtielere onderlijnen. We zijn hier niet de enigen, dus de vis is wel wat achterdochtiger. Als na een paar uur blijkt dat er geen kreeften actief zijn door nog helemaal intacte bollen ga ik over op een gele wafter met n-butyric die iets zachter is. In NL helaas niet meer in te zetten, in elk geval niet in mijn provincie. Langzaam zakt de zon weg in het verlengde van het kanaaltje en maken wij ons op voor de laatste nacht, zou het dan nu mogen gebeuren? Mijn hele voorjaar wil het al niet echt vlotten.


Zwijnen zijn het.
En waarom alles netjes verzamelen in een zak als je het een dag later toch weer een meter of wat op 1 hoop neerflikkert?

Maar hier komen we terug, we zien de  mogelijkheden


Die kanalen kennen hun eigen charme

De aanstaande nacht dan eindelijk een karper?


Die nacht komt dan eindelijk de bevrijdende run. Vanaf de overkant. Aan mijn kant staat bovenop het talud tegen de wand een bed met fonteinkruid, dat had ik al zien staan. Vissenmagneet eerste klas, vraag me niet waarom, maar als ze er gehaakt in zitten krijg je ze er niet gemakkelijk uit, het spul is oersterk. En dat weet deze vis ook, want het eerste schot is via het fonteinkruid aan mijn kant richting oblivion, hij blijft maar gaan, onhoudbaar. Gelukkig zit ik met 37/100 x-line, die kan wel tegen een stootje, maar als de vis lijn blijft nemen en ik het vertrekpunt niet zie veranderen omdat de hele boel vast zit in het bed fonteinkruid krijg ik het toch wat benauwd. Het zal toch niet? Heb ik er eindelijk een megabig aan, dat kan niet anders, ken mijn hengel als geen ander, gebouwd voor ruige omstandigheden, tough as a doornail, is de kans niet ondenkbeeldig dat ik de vis via het fonteinkruid niet terug krijg... Door vooral de tijd te nemen en heel rustig aan te doen lukt het me de vis toch teruggepompt te krijgen en óók door het fonteinkruid te loodsen. De vis zwemt dan inmiddels onder de top, maar de strijd is geenszins over, dat duurt nog wel even. Het gaat van links naar rechts, maar de brute kracht is er uit. De kansen stijgen. Dan komt het moment dat ik mijn net kan pakken en ik de hoofdlamp aandoe. Wat ik zie in het water doet me van afgrijzen verstarren. Nee hè, niet weer, niet weer zo'n meerval, heb ik dat? En dat niet alleen, het monster past met geen mogelijkheid in mijn net, dat toch al verschillende snoeken van bijna 120 cm mocht ontvangen. Wat ik ook probeer, het lukt niet. En de haak zit klaarblijkelijk (goed te zien) zo stevig, maatje 8 mind you, dat ik het aandurf de zaak even gecontroleerd neer te leggen en Arend te bellen voor assistentie. "En neem ook jouw extra grote schepnet mee". Samen lukt het uiteindelijk het monster te scheppen en te liften. Ik ben er beduusd van, de adrenaline giert door mijn lijf, mixed emotions, de vis is en blijft spuuglelijk en bijzonder ongewenst maar ik kan niet ontkennen een superdrill te hebben gehad in de veronderstelling een bak van een karper vast te hebben. "Oke, laten we deze dan maar direct fotograferen". Hetgeen nog niet zo een, twee drie gerealiseerd is. Het beest is nauwelijks normaal vast te houden. En Arend ziet niet goed of ie er nou wel of niet helemaal op staat, het lijdt tot de enige wederzijdse irritatie sinds lang. De zenuwen, zeg maar.
Achteraf ben ik er toch wel blij mee, hebben we dat ook maar gehad. Maar het geeft te denken, weer zo'n meerval, temeer daar er de verdere nacht, bij mij begrijpelijk na alle commotie, maar ook bij Arend in alle rust, helemaal niks meer gebeurd. Zelfs geen kopvoorns.


De ontsteltenis is nog goed van mijn gezicht af te lezen

En ook nog maar even een echte dan...

Als er bij het eerste licht al weer drie beroepsboten zijn gepasseerd zien we geen heil in verder vissen. We gaan naar huis, en gaan dit jaar nog wel een keer of wat terugkeren. Er is nog zat te "pionieren".
We verlaten het Land van Marianne vol goede moed. Ik moet voor vertrek echter nog één blik op het korenveld vlakbij werpen, en er een foto van maken. Voel me vervuld op deze plek, dat heb ik gewoon met dit land. En waar dan nou aan ligt? Kan daar allerlei mooie woorden voor vinden die maar deels de lading dekken, want het zit dieper. Bijna net zo diep als mijn liefde voor het vissen.


3 x in een paar uur het voer totaal verspreid... hoe zinvol?

Ik voel me vervuld. A bientot!