maandag 24 februari 2014

De 11 uur snoek

Het gaat hard deze 'winter', komende periode (lees; weken) zal de snoek zeker in de paai gaan. In elk geval veel eerder dan normaal. Wat voor mij als dieperwaterdoodaasvisser betekend dat ik ze 'kwijt' ga raken, geen concentraties roofvis meer in de putten, maar alles uitgezworven naar de ondieptes her en der. Onvindbaar tussen de vele kleinere snoeken die de ondiepe oeverzones bewonen.

Geeft ook niks, veel gevist deze winter, zeker ook omdat het weer niet tegen zat, buiten vertoeven was geen straf. Al kan ik mij ook niet aan de indruk onttrekken dat dat niet per sé ook een positieve zaak geweest is voor de vangsten. Alhoewel ik niet ontevreden ben over mijn vangsten, bleek op diverse gekende plekken relatief gezien maar weinig of zelfs nauwelijks snoek aanwezig, daar waar je er normaal in voorgaande winters over naar de overkant kon lopen. Oke, beetje gechargeerd, ik geef het toe, maar een significant verschil was er toch. En niet alleen bij mij. Ik heb het van meerdere kanten vernomen. We hebben het hier over diepere stukken in grote watersystemen (boezems) waar normaliter alle vis intrekt (evenals in havens, daar geldt hetzelfde voor qua minder snoek, in lek geval in deze regio).

Omdat ik nog wel behoefte had aan 'een meter' als een soort van afsluiter heb ik het mezelf maar eens wat makkelijk gemaakt. Vismaat David had tijdens een paar eerdere recente sessies twee dezelfde grotere snoeken al diverse keren gevangen, telkens op de vierkante meter, dus niet naar links en/of rechts, en ook niet anders qua diepte. Die vis was dus vindbaar. In elk geval had hij er schoon genoeg van, telkens weer dezelfden, dus werd een andere zone opgezocht op zoek naar vers bloed. En zo kwam de stek 'vrij' en nam ik de kans te proberen een van de dames te vangen. Uiteraard nadat ik eerst uitgebreid instructies had gehad waar te vissen, de plas is meer dan 40 Hectare. Ik was al eerder op deze put gaan vissen, maar deed dat samen met Arjan Snoeij, in de hoop een grotere snoekbaars te vangen en heb destijds geen aasvissen ingezet die een grotere snoek zouden kunnen bekoren (opvallend hoe weinig snoek -groot of klein- je vangt op een stukje blankvoorn).
David zegt nog "om 11 uur kun je gaan klaarzitten". En dat was maar goed ook, want ik had ondertussen al een stuk of zeven/acht halve- en hele oplopers gehad van de vele snoekbaarsjes ter plekke. Die gingen wel met de enorme bakharing aan de haal, maar vonden de weerstand van e.e.a. al heel snel teveel en lieten dan snel weer los. Resultaat een snel oplopende waker en begeleidend Delkim-gepiep. Maar als dat spelletje in een tijdsbestek van een uurtje of twee een aantal keer is gebeurd zit je wat minder scherp te vissen, dus David's 11 uur-reminder was welkom.

Om 11.10 loopt mijn pike-swinger weer op, en de lijn gaat rustig lopen, om niet meer te stoppen. Dit is in elk geval een snoek qua aanbeet-patroon. Aanslaan volgens het boekje. Dus; beugel dicht, lijn laten strakzwemmen, ondertussen even snel de slip testen door er vlak boven de molen aan te trekken, licht contact zoeken, en flink rammen. Zeg vijf/zes seconden. Nooit slikkers op deze manier, heel soms een misser. Ik voel gelijk een forse weerstand aan de andere kant van de lijn, onderaan het talud op 10 meter diepte. Na wat geven en nemen kunnen we de dame landen en het leidt geen enkele twijfel, het is een van de gehoopte/ verwachte vissen. David herkent haar direct aan de vijf stippen aan de bovenkant van de staart. Net weer iets zwaarder dan eerder. Nèt.

Dat ik daarna nog een kleinere mannetjessnoek met een waterhoofd vang maakt de dag nog completer. En ook de nodige snoekbaarsjes blijven pogingen doen om de veel te grote aasvissen mee te sleuren, maar slagen daar niet in.

Geen beeld van mooie luchten, geen beeld van mooi viswater. Helaas geen van beiden waargenomen. Een strakblauwe hemel aan een kale put. Wat dat betreft verlang ik naar de lente. Mooi licht, alles in knop of uitbottend, fris groen of in bonte kleuren. Hink nog wat op een paar gedachten; nog wat snoekbaarzen of al een vroeg wakker geworden megabrasem 'bejagen'? Of toch al naar Duitsland, zeker met dit weer moet er al een karper te vangen zijn. Ongekende luxe eigenlijk, zulke keuzemogelijkheden, realiseer ik me opeens. Ik voel me rijk.

Een superbetrouwbare snoekdame, altijd op de afgesproken tijd op de stek aanwezig

zaterdag 18 januari 2014

In the twilight zone...

Anders dan andere winterweekenden eens op een zaterdagochtend gaan vissen in plaats van op de zondag. Kwam zo uit. Door het voorvoeren eigenlijk. Voorvoeren? Had vorige zondag besloten om vlak bij huis eens een water te gaan bevoeren. De Engelsen doen niets anders, maar bij ons is dat nog geen gemeengoed met dode aasvis. Ook op internet is daar nog maar weinig over te vinden, dus toch een beetje het wiel zelf uitvinden. Eerdere voersessies hadden eigenlijk helemaal geen resultaat gegeven, ook de twee pogingen dit lopende winterseizoen niet. Voel me nog een beetje een rare in dit specifieke deel van het roofvissersmetier.
Terug naar vorige zondag. Na het gebruikelijke vissen een deel van een van de lokale wateren in kaart gebracht met de voerboot plus visvinder en besloten om een bepaald deel dat goed diep was en zeker niet te ver van de oever te bevoeren met de overgebleven (stukken) vis van de voorbije sessie. Gewoon met een voerschep en een soepele lange steel, 40 meter is zo haalbaar.
Deze methode herhaald op dinsdag- en donderdagochtend in het donker (en voor de files uit). Telkens 600 gram aan vissen het water in, zo'n 12 stukken. Gezien de te verwachten hoeveelheid snoek op dit water zou dit niet teveel moeten zijn.

Vandaag, zaterdag 18 januari, dus terug. Ik moet zeggen, de verwachtingen waren hoog. Temeer daar de vismaten -eigenlijk bij toeval- gister aan de overkant hadden gezeten en met drie man en zes hengels de gehele dag niets gevangen hadden, al grappend "dat ze waarschijnlijk allemaal al op mij lagen te wachten..."
Niets bleek minder waar, ik zag evenzo goed niks, geen enkel teken van leven. Wat te doen?

"Nothing but the sky and the trees..."

Over naar plan B, ik wilde nog even wat visspullen bij een van de plaatselijke hengelsportwinkeliers halen en daarna door naar een ander lokaal water, met de bedoeling daar een snoekbaars te vangen. Eindelijk eens. Al veel te vaak had ik op dit water gezeten met dood aas en slechts 1 keer eerder was een echt kasteel mijn deel geweest. En dat terwijl wij weten dat er voldoende snoekbaars moet zitten ter plekke. Je zou zeggen 'onder de bruggen', maar het gekke is dat ze daar nooit onder vandaan komen. In elk geval niet overdag, als je zou verwachten dat ze zoveel mogelijk de donkerte zouden opzoeken. Snoekbaars is een liefhebber van de schemering, dus er een keer het donker in vissen leek me een goed idee. Gewoon op het wijd en een beetje uit de buurt van de doorkruisende doorgaande weg. Had ik ook niet zo'n last van de stedelijke omgeving, iets dat me eerder telkens zeer ambivalent maakte en er ook voor zorgde dat ik hier niet echt doorzette tot nog toe.

Nadat ik uit de winkel teruggekomen was ging ik eerst even wat peilen en zowaar vond ik een veelbelovend klein richeltje. Hiernaartoe de aasvissen 'gedirigeerd' per bootje. Het duurde niet lang voor de linkerlijn ging lopen, heel rustig, eigenlijk was het meer kruipen. Centimeter voor centimeter werkelijk. Ik heb niet gewacht tot het zaakje lekker vlot liep à la snoekbaars (de rook kan van je molen af komen... en dan alsnog een gat in de lucht slaan), maar direct de haak gezet. Geen slechte keus, want ik voelde flinke tegendruk, voelde eigenlijk meer als een flinke snoek, maar het was al met al toch een mooie snoekbaars. Als gehoopt. Zij had er zin in, want de halve horsmakreel was helemaal naar binnen toe. Even op de kiek en terug maar weer. Voorbijgangers vonden het zonde...

Hierna nog een uurtje gevist in de hoop er nog meer te kunnen vangen. Het zijn net wolven, "they hunt in packs". Maar geen teken van leven meer verder. Ik ga hier nog wel een keertje terugkomen, to be continued.

Zo is het niet eens zo heel lelijk


Laatste licht


donderdag 16 januari 2014

Zoek de verschillen

Eerste Kerstdag is voor mij een verplichte vrije dag. Zo ook afgelopen 1ste Kerstdag. Maar omdat ook ik niet geheel ontkom aan wat sociaal gekeuvel en aanverwante zaken heb ik besloten alleen maar de ochtend te gaan vissen. Dus naar een water waar met name de ochtend succesvol is. Een meer dan prachtige ochtend, niets doet aan hartje winter denken, laat staan aan Koning Winter. Ik kan het af in mijn trui.

Die ochtend vang ik in goed twee uur vissen drie snoeken en mis ik een vierde. Op zich niets bijzonders, maar prettig is het wel. Ik hou van actie, van beet, van een kromme hengel en van elke keer weer de verrassing van wat er aan de andere kant van de lijn hangt. De grootste van de drie mag op de kiek. Ik noem haar Tilde, nee niet Mathilde, het is geen typevout. (Degenen die weten wat een tilde is zien wel waarom.) Normaliter ben ik niet van de lengtematen op deze plek (van de vis), maar nu is het even van belang. Een van de vismaten had nog iets eerder in de tijd al een stevig gebouwde snoek met een kreukelstaart gevangen op 98 cm, zelfde stek, dus ik dacht eigenlijk die gevangen te hebben en was dus extra zorgvuldig met meten. Het meetlint kwam echter tot 102 cm. Twee keer zelfs, geen enkele twijfel aan. Een magische meter... Nee, het was een andere. Zeker weten.

Twee weken later - ondertussen 2014- weer de wind zodanig dat er lekker in de luwte te vissen is, dus dezelfde stek. Dan ligt de witvis mooi op het talud. Hetgeen bevestigd wordt door de vele signalen en piepen op de visvinder. Dit keer weer vier lopers, waarvan ik er twee vang (en al heeft dat specifieke verhaal op zich ook blogwaarde, ik wil me nu even tot de essentie beperken), de tweede een prachtige forse vis van 99 cm. Ook twee keer gemeten, ook geen twijfel. Zelfde meetlint, zelfde vlakke onthaakmat, zelfde ondergrond, zelfde meetmethode. Als altijd.
Ik zie het eigenlijk al met terugzetten, het moet Tilde zijn. Kon me dat niet voorstellen, want drie centimeter er naast gemeten of echt drie centimeter gekrompen, dan wel uitgezet? Bij het vergelijken thuis achter het beeldscherm heb ik maar 1 seconde nodig. Dezelfde vis. Bizar. En dat te weten dat zowel de bouw als de kreukelstaart wel heel dicht tegen de fysieke kenmerken van de vangst van de maat aan liggen, de voornoemde vis van 98 cm. Waarbij de waarheid al snel zou kunnen komen te liggen bij mijn 99 cm of daaromtrent, maar ik twijfel toch geen seconde aan mijn eigen meten van de eerdere 102 cm... Vismaat John zei het al eens "meten is niet weten".


Zoek de verschillen
Riet, lucht en water, meer heb ik niet nodig. En vooruit, zo nu en dan een vis...

maandag 23 december 2013

maandag 16 december 2013

Nieuwe horizonten

Eindelijk december... rust aan de waterkant

Met het verstrijken van de tijd in een visseizoen heb ik zeer regelmatig 'honger' naar nieuwe visgronden. In tegenstelling tot diverse vissers in mijn directe omgeving die juist heel kieskeurig maar naar een paar wateren gaan (omdat 'ze' daar zwemmen...) en deze dan ook als hun broekzak leren kennen, ondertussen wel de aanwezige vissen dubbelend en meer. Ik kan dat niet, naast het bevissen van mij bekende wateren heb ik heel vaak vers bloed nodig, nieuwe dromen en leegtes, voel me dan ook veel meer een nomade dan mijn vissende omgeving en dat zie ik in allerlei andere elementen van mijn leven ook terug. Dat zoiets betekend dat er telkens overnieuw begonnen moet worden met kennisvergaring van hoe het werkt neem ik op de koop toe, hoort er eigenlijk een beetje bij. En dat daarmee ook de vangsten soms uitblijven is evident, hoort er ook allemaal bij. Ik geef toe aan mijn rusteloosheid, maakt me gelukkiger. Eigenlijk ook een zoeken naar de Heilige Graal, zo'n water waar alles samenkomt, ze zijn er, maar het gebeurd maar heel sporadisch dat je er een vindt.

Zo ook dit najaar. Nieuwe horizonten. Diverse wateren zijn al bezocht voor een keer. Onder andere voor de tweede keer (vorig jaar ook) naar een recreatieput geweest waar wat geruchtenmonsters zouden moeten zwemmen, met John, maar al wat we er (vingen en) vangen is relatief klein en tegelijk toch ook al zo gehavend, zo getekend door de tijd. Ik zeg, "er zwemmen geen grote krokodillen hier". Staat de make-up van het water ook niet toe. Een forse uitspraak, want hoe kun je dat nou echt weten? Maar zo voel ik dat. De gevangen vissen kunnen natuurlijk de mannetjes zijn, en zijn de dames de dans ontsprongen,  maar het enige grotere vrouwtje kwam er vorig jaar uit en deze sessie opnieuw, en geen centimeter langer dan vorig jaar, wel weer wat verkreukelder. Ik zeg, "een teken aan de wand". Met doodaas-vissen lijkt het een beetje hetzelfde als op een voerplek op karper vissen, de grootsten komen er al vrij snel  uit. Betekend bij doodaas-vissen dus uiteraard wel dat je in die zones moet vissen waar je die grotere dames verwacht. Wat ons rest deze dag is sfeer. Ook wat waard.


Nog zonder honden zo vroeg...

Oude krijgertje


En heel regelmatig ga ik alleen de boer op, lekker proberen hier en daar. Zo ook op zondag 8 december j.l.. En wat denk je; bij zonsopgang al in de file, gewoon even de weg geblokkeerd voor onbepaalde tijd en nee geen ongeluk, gewoon maar "iets"... tja zo kan het ook, laat ons maar wachten... iedereen die op zondag op dit uur al op de snelweg zit is sowieso niet wijs... toch?

Eindelijk bij de stek aangekomen had ik de lieslaarzen al aangetrokken omdat ik dacht al mijn zooi door het water te moeten gaan lopen. De laatste grote storm in november had een boom zodanig doen vallen dat het pad verspert was, dat was me van de vorige keer een paar weken geleden tijdens een voorverkenning al opgevallen en dat had ik onthouden, maar wat schetst mijn verbazing als anderen er keurig een poortje in uitgezaagd hebben. Dank u heren, het wordt gewaardeerd. Vermoed dat het karpervissers zijn geweest, sinds het vrijgeven van het nachtvissen is het veel drukker aan de meeste wateren geworden; waar je eerder in de winter niemand zag mag je nu een lootje trekken voor een stek en ook hier op dit specifieke water wordt fanatiek 's nachts gevist. Mede te zien aan de overdaad aan kaalgemaakte stekken in het riet en de bossages, plus het vele achtergelaten vuil. Ik ben voor een Nederlandse Prüfung!


"Rijen, rijen, rijen in een wagentje..." 

Prachtig poortje 


Ik heb er een groot deel van het licht heerlijk zitten vissen vanaf een punt waar vrijwel nooit met doodaas gevist is omdat de locals denken dat je hier alleen maar vast zou zitten wegens het vele puin op de steile taluds. En dat klopt als een zwerende vinger als je je aasvis langs het eerste talud naar beneden laat zakken tot een metertje of zeven diep, maar omdat ik weet dat deze schiereilandjes pas in een later stadium zijn aangelegd toen de diepe plas allang bestond ben ik er vanuit gegaan dat verderop in het water ook wel mooie taluds en dieptes te vinden zouden moeten zijn waarbij ik ver over de gestorte ellende vlak onder de kant vandaan zou kunnen blijven. Waarvan akte.
Niet dat het uitmaakt, geen beet, of het moet de afgekloven spiering geweest zijn... de krabben hebben zich hier tegoed aan gedaan, en wel op 10 meter diepte... phoe. De enige andere medevissers die ik vandaag gezien passeerden in een bootje, lusteloos wat jerkbaits achter zich aan slepend en ook zij hadden nog niks gevangen. En naar ik mocht aannemen was dat voor de eerste keer dit jaar (?).
De zonsondergang maakte veel goed, zo niet alles, Uiteraard ga ik hier terugkomen. Smaakt naar meer!



Heerlijk dagje zo met een zuidenwind recht op de kop

Waren ze allemaal maar zo, minimaal... 

woensdag 27 november 2013

Murphy naar huis!

Een paar dagen na de prettige vangst van wat mooie snoeken (artikel Murphy naar huis?) kwam er een onverwacht gaatje in mijn aardig dichtgetimmerde door-de-week-planning, met dank aan het natte weer en konden de haringen weer de koelbox in. Op naar de visgronden!

Twee van mijn maten waren al net iets eerder gearriveerd en hadden samen een van de topstekken bezet. Voor hen kon het wachten nu beginnen. Al hoewel 'wachten'... zodra vissen wachten wordt kap ik er subiet mee. Het is geen wachten, het is er zijn, being there, en in het moment zitten, de verstrijkende tijd beleven. Transcendentie bijna. Ach, tegen wie heb ik het, jullie zijn ook vissers.
Ik nam plaats op een van de andere strategische plekken om een zone te bevissen die voor mij redelijk nieuw was en ook tot nog toe in algemene zin niet al teveel vis had opgeleverd binnen de groep; de prairie zeg maar, niet al teveel 'geaccidenteerd terrein', in tegenstelling tot andere stukken.
Ik kijk naar de overkant en ervaar mijn maten als naast me zittend. Ondanks de paar honderd meter afstand hoor ik de Haagse tongval in de verder onverstaanbare klanken die via de wind naar mij toe worden gestuwd. Toch gezelliger met meerderen van gelijke gezindte, al zit je niet op gespreksafstand. Zo'n winterdag alleen uitzittend vraagt toch om een andere mentale benadering dan de makkelijker solovisserij in de zomer.

Als ik alleen vis hang ik er slechts één enkele dreg aan, geen takels meer sinds ik met twee handen aan een en dezelfde (bovenste) dreg vastgezeten heb, met aan de onderste dreg een forse snoek en tussen die twee in ook nog eens het net... tijdens de schemering in de regen, op mijn knieën boven het water en 20 minuten van enige bewoning... ik ben genezen. En het hoeft ook niet, misslaan is er zelden bij. Echt zelden. De snoek kan zo beter zowel met de hand als het net geland worden zonder complicaties door losbengelende dreggen en de onthaking is een peuleschil. Los van het vangen zelf (je moet 'm toch haken, dat valt niet te vermijden...) gaat het welzijn van de vis bij mij toch voor alles.
Dus; onthaakmat vlak bij de hengels en lange onthaaktang en eventuele kniptang ernaast klaarliggend. En koop een goeie, dat is de snoek waard. Die van mij is van het merk Knipex, met een lange steel en smalle kop, type betonschaar. Het kost wat, maar gaat een mensenleven mee en als je er om verlegen zit ben je blij dat je zo'n echte tang hebt. Al die tangen met een hengelsport(merk)naam zijn waardeloos. Excusé heren hengelsportmateriaalfabrikanten.
De enige keer dat er bij mij nog een takel aan te pas komt is als ik grote (30 cm) aasvissen inzet, maar die dus noodgedwongen alleen bij gezamenlijke visacties. Het liefst vis ik met een sardien, die heeft me nog nooit in de steek gelaten, maar dit jaar zijn de haringen ook wel favoriet binnen het clubje waarmee ik gegevens uitwissel, en favoriet omdat ze bij de snoeken ook favoriet zijn. Lekkere vette vissen, die als ze gedumpt worden op de stek, een dooie plek in de golven achterlaten door het vele vet.

Van dat zware licht, vol van duistere maar mooie beloften

Een prachtige ochtend weer, beetje regen, beetje wind, beetje wolken, maar wordt het de zoveelste blank? De aalscholvers zijn in elk geval zeer actief, sowieso hier op dit water dit jaar. Veel meer dan voorgaande jaren. Heb ondertussen mijn eerste aalscholver al 'binnen' in een eerdere sessie op een vergelijkbaar water, waarbij we beiden uiteindelijk met de schrik vrij kwamen. De vogel zat met zijn poot verward in de onderlijn, maar die lag op 8 meter diepte...
Ook nu weer jagen kleine groepjes aalscholvers van links naar rechts en terug, een van de onderwaterrichels (of de geul die er naast loopt?) volgend. Telkens als ze bij mijn aasvissen in de buurt ben probeer ik ze met netzwaaien (zou een Olympische discipline moeten worden, zwaar werk, pffff) en/of handenklappen op afstand te houden. Maar ja, die vogels weten ondertussen ook wel dat die oeverbewoners niet over het water kunnen lopen. Dus ze hebben er schijt aan.
Als een van die duikende aalscholvers weer vlak bij een van mijn aasvissen verdwenen is en mijn linker pike-swinger nerveus gaat bewegen denk ik zo'n aalscholver te pakken te hebben, of beter, hij mij. Ik wacht niet tot de boel gaat lopen zoals bij een snoekaanbeet en sla al direct aan, hopend de aasvis, en daarmee de dreg, uit zijn bek te jassen. Dat lukt in 99% van de gevallen. Maar het beest komt boven en vliegt weg, dus die kan het niet zijn... Vis? Het lijkt er echt op, en het blijkt zelfs zo. Ik dirigeer de vis rustig naar me toe, waarom zou je forceren? Zij gaat zo het wachtende net in.
Een prachtsnoek! Geen echt monster, maar dat geeft niet, ik ben er blij mee. Elke doodaas-snoek is er één. Er is een tijd geweest dat ik er niet warm of koud van werd, maar die tijd ligt al een jaar of wat achter me.

Het geluk is met me als een van de maten net op dat moment een praatje komt maken, kan hij samen met mij deze vis bewonderen en snel de foto's maken. Alles voor het welzijn van die vis, nietwaar? Tevreden zie ik deze dame weer de diepte inzakken. Allebei een ervaring rijker.

Blij!!

Snel weer de hengels terug want de ervaring leert dat de aasperiodes ook al in november vrij kort zijn èn er vaak diverse snoeken bij elkaar liggen. Waarschijnlijk draaien ze als een pack U-boten om een vloot met prooivis gelijk Liberty-schepen heen. Beetje bij beetje de school decimerend.
En ja hoor, binnen het uur een loper op dezelfde hengel. Nu een normale; wat piepen van de Delkim, een opwaartse beweging van de pike-swinger en dan gaat de lijn rustig lopen. Ik wacht heel even, geef nog wat lijn, doe de beugel dicht, check de slip, en geef een forse beuk. Ha, wat voelt dat goed! Gotcha! Het voelt aan als een forse vis en meekomen is er nog even niet bij. Bijkomend handicap is de kleirug waar ik deze vis overheen moet halen (de aasvis lag onderaan het talud) en deze dame is nog niet van plan heel erg mee te werken. Ik voel dat het een behoorlijke snoek is, een behoorlijke metah? (Dat is Haags voor meter.)
Ook onder de kant behoorlijk geef- en neemwerk. Bij scheppen van de vis herken ik haar, yellowtail, ook vorig jaar al eens gevangen, toen inderdaad op een metah-plus. Gegroeid? Nee, gekrompen, zelfs met twee centimeter... dat gegeven op zich is al een (blog)discussie waard. Nergens zoveel verschillende metingen als bij (dezelfde) snoeken. Het gaat dan telkens maar om een paar centimeter, maar toch. Binnen het clubje met vismaten meten we allemaal met dezelfde methode en dan nog komen er vaak kleine verschillen voor. Iets dat bij andere vissoorten veel minder voorkomt.

Yellowtail


Zo, da's al twee in de pocket en aan de overkant is het nog steeds stil. En omdat het nog steeds kan ook deze keer de hengel weer snel terug. Vandaag ben ik hebberig.
Zo tegen tweeën weer een aardig zwikkie aalscholvers, veel te dichtbij naar mijn zin, en ook nu een blerende Delkim en dito aflopende lijn. Nu dan toch de Zwarte Pest aan mijn haak? Maar de vermeende  haringdief komt al boven en vliegt weg terwijl mijn lijn nog afloopt. Opnieuw vis! Het bekende ritueel volgend wat eindigt bij aanslaan wordt gevolgd door een kromme hengel. Heerlijk dit, drie lopers en drie keer hangen. Ik voel al vrij snel dat er een van de mindere goden is. Al is dat erg relatief, met kunstaas vissend in de polder zou het The Catch Of The Day zijn. En al hoewel ik erg van het fotograferen ben (zo hebben we een van de huidige monsters al als 90-er ontdekt, en kunnen ervaren dat er elk jaar 5 tot 10 cm bijkwam...) laat ik deze vis direct zwemmen, ondanks het uitstralen van potentieel om ook groot te worden, het is mooi geweest.
Ik ga nog niet weg, er is vandaag een voorspelling geweest van een der twee vismaten dat mijn rechter hengel rond 15.00 uur zou gaan lopen en er een van de Grand Old Ladies aan zou hangen. En inderdaad staat er een op mijn verlanglijstje. En hij kan het weten, zelf al King of the Hill. Omdat ik het graag geloof blijf ik in elk geval tot die tijd zitten, maar het mag niet meer baten, geen beten meer. Hoeft ook niet, ik ben zeer verzadigd en tevreden. A man in peace with the world.
Als ik even later de twee mannen tegemoet loop om even na te praten, wordt mij medegedeeld "eruit gevist te zijn door een karpervisser!" Tja, dat moet ik toch even rechtzetten ter plekke. Ik ben allang geen karpervisser meer (zou dan met enige regelmaat last van grote plaatsvervangende schaamte hebben tegenwoordig, de goeden niet te na gesproken...), maar vis slechts nog maar òp karper. Zo nu en dan. (En dat dan weer wel met veel plezier, dus ik kijk er geenszins op neer.) Dat verzacht de pijn behoorlijk.

zondag 24 november 2013

Murphy naar huis?

Oktober/november

Normaliter maanden met vele highlights als het gaat om roofvisvangsten, maar het lukte me deze periode maar niet om van Murphy op mijn schouders af te komen. Ondanks het regelmatig gaan vissen. Ondanks het prettig kouder worden van het water, met de juiste stormen en depressies, en natuurlijk... de onvermijdelijke regen. 






Botte pech, omdat in de dagen om mijn eigen vissessies heen wel gevangen werd, en op dezelfde stekken. Door bekenden. Maar een mens moet nou eenmaal ook wel eens werken...
Genoten is er wel, eigenlijk elk weekend wel een water bevist, zowel bekend als nieuw water. 

Daarbij ben ik een langetermijns-voersessie begonnen op een lokaal water. Den Haag is gezegend met een van de grootste markten van Nederland en de afdeling verse vis is bijzonder groot. De concurrentie maakt dat de vis zeer betaalbaar is, € 10,00 voor 5 kilo horsmakreeltjes leek me dus een goede start. Om de dag zes horsmakreeltjes op een door mij geselecteerde zone in het uitgekozen water een goede voortzetting. Na vier voerdagen (een week dus) maar eens gecheckt of er al snoek lag te wachten. Uiteraard met hengels en vis. Bij aankomst werd ik uitgelachen door zes uitbuikende aalscholvers, gezamenlijk op een rijtje op de steiger. Na ingooien van de vissen stonden de toppen niet stil, niet vanwege de vele snoeken die er vandoor gingen met een maaltje horsmakreel, maar vanwege de knabbelende krabben of kreeften, zo nam ik aan, al bleek aan de aasvis bleek niets te ontdekken, dus het kan niet anders of de fors aanwezige populatie witvis heeft zich hier verzameld, knietje vrijend met mijn lijn...
De roofvis liet het (nog) afweten, maar het zal een kwestie van wat langer voorvoeren zijn. Ik heb er alle vertrouwen in. 

Ondertussen bleek ik een voorkeur voor mooie luchten ontwikkeld te hebben, waarschijnlijk bij gebrek aan beter.









Bijzonder fraai exemplaar, dat ook nog eens de maand redde... in elk geval tot dan toe


Op 24 november bleek er toch vis het net in te kunnen rollen. En wat voor één, niet zozeer qua formaat, maar een prachtig gebouwd en gekleurd exemplaar. Ook vismaat John had een overeenkomstige vis. The spell broken?


Prachtig getekende snoeken