Een wat raar voorjaar, met telkens alles of niets. Voorgaande keren veelal niks, maar eind april een keertje alles. Lekker zeeltvissen met John H.
Twee lichte hengeltjes de man. Fox 0,75 Lbs Avon Quiver en 21/100 X-line. Drennan inline boltrig feeders 56 gr. gevuld met maden en een kort onderlijntje van een cm of 10. Haken variëren per aassoort. De maden aan een aparte clip gevist, de helft plastic fantastic (al dan niet gedrenkt in een flavour, soms heb ik het idee dat het helpt) en de helft echt, een aantrekkelijk kronkelend bosje. Het feedertje bomvol met maden gepropt. Soms ook met betaïnepellets, of een combi van die twee. Pellets in een inlinefeeder gaan heel lang mee, ze geven door de gaatjes echter wel hun geur af. Ik laat er graag nog wat druppeltjes halibut-oil of andere vloeibare smaakmakers in vallen.
(Voor)voeren doe ik met een grondvoer dat rijkelijk voorzien is van extra smaakmakers, waaronder chilipepers. Eea dient als drager voor drie soorten pellets en hennep. Vis ik met maden dan gaan er extra maden bij. Met miniboilies en zoete mais hetzelfde. Al pas ik die laatste weinig toe, het is te opvallend, in positieve zin wellicht voor de vis, maar in negatieve zin voor het altijd maar toenemende waterpluimvee. En 10 duikeenden op je stek is geen fijn ding.
Kwestie van 's avonds in het donker (om dat 'pluimvee' te misleiden) een halve emmer grondvoer verspreiden over waar ik denk dat de zeeltstraat loopt en in de ochtend terugkomen om de zaak af te romen; the morning after-method. Vandaag werkte het.
Vijf zeelten zien de binnenkant van mijn net. Mooie vissen tussen 50 en 55 cm. Een tevreden mens.
woensdag 23 april 2014
Het jeukt weer zo hard dat 't pijn doet
Half april 2014
We zijn weken verder en geen verslag meer gepost... Van de aardbodem verdwenen? Gestopt met vissen? Blog-allergie? Zwaar ziek geweest?
Laten we het maar op het laatste houden, dik drie weken uit de running en pas vrij onlangs weer in staat naar buiten te gaan, laat staan een hengel vast te houden. Het heeft zijn weerslag op alles, zeker niet in de minste plaats op mijn visserij, en dat net toen ik in een omschakeling van 'winter' naar 'voorjaar' ging en toch al een beetje 'zoekende' was.
Heb wel al een paar sessies datgene gedaan als aangekondigd in de laatste blog (vroege zeelt en/of grote brasemsessies), maar die eindigden in geen enkele beet. Ondanks het extreem vroege en prachtige voorjaar. Want -natuurlijk- net op het moment dat het mij uitkwam te gaan vissen, draaide de wind naar noord, en dat twee keer zelfs. En als ik iets vervelend vind, is een in het voorjaar van zuid of zuidwest naar noord draaiende wind. Recept voor een vette blank.
![]() |
| Net als vorig jaar de zon zien wegzakken zonder enige actie, naar ik hoop de enige keer |
![]() |
| Voor aan de muur |
En net toen ik mijn kans schoon zag de ook al eerder aangekondigde Duitslandtrip te kunnen gaan uitvoeren (Den Haag lag toch 'plat' wegens de Nucleaire Top, en inderdaad, geen kip op straat...) voelde ik dat er iets niet goed zat van binnen. In plaats van karpers drillen werd het aderlaten met een nare ondertoon omdat ik onlangs in de tropen geweest was... Zelfs op mijn verjaardag platgelegen, maar gelukkig kwam ook nu het onderwerp vis(sen) even langs. Van vrind Johan een mooie ets van een snoekbaars.
Zodra ik me wat opgeknapt voel houd ik het niet meer uit, en omdat de accu leeg is kan het alleen maar dichtbij. Eindelijk eens een excuus om wat spiegelkarpers van mijn 'eigenste' Haagse SKP-project te gaan vangen, in het voor mij dichtsbijzijnde deel van het grote Haagse Boezem. Die plannen had ik al een tijdje, maar nooit uitgevoerd vanwege de, zeg maar eufemistisch, stedelijke ambiance.
Om een uurtje of vier (16.00) een stekje gemaakt met allerhande meuk -duivenvoer, pellets- en vanaf een uurtje of zes (18.00) vissen geblazen. Wie doet me wat? Doet me aan (g)oude tijden denken, in de periode dat ik tussen de woonboten van de Conradkade zat te vissen. Het roemruchte Verversingskanaal waar mannen als Langhenkel en de gebroeders Groothuis naar toe kwamen in de jaren 70. Naast de vele andere toenmalige karpervisserkopstukken die er destijds gesignaleerd zijn.
Maar... ik heb buiten de waard gerekend... want ik kon maar tot 1 conclusie komen; "laat maar zitten, veel te veel gedoe op deze stek". Niet alleen allerlei voetvolk dat gebruik maakte van het bruggetje vlak achter mij (waar gaan al die mensen heen, een komen en gaan, en er is daar eigenlijk niets meer behalve een niet al te best geïsoleerd wijkje?), maar ook de treinen die af en aan rijden en dit stukje gebruiken om te remmen... wegwezen dus. Ik laat de stek aan de vrijende stelletjes, de junkies en de tippelaarsters...
![]() |
| Toch nog wat gevangen, een vieze baggerzak. Weg hier! |
Later die week kwam alles goed, het weer bleef mooi en de visplekken waren aangenaam. Al bleven de vangsten nog achterwege, maar na zoveel stadsellende maakt dat niet uit. Volop genieten geblazen.
maandag 24 februari 2014
De 11 uur snoek
Het gaat hard deze 'winter', komende periode (lees; weken) zal de snoek zeker in de paai gaan. In elk geval veel eerder dan normaal. Wat voor mij als dieperwaterdoodaasvisser betekend dat ik ze 'kwijt' ga raken, geen concentraties roofvis meer in de putten, maar alles uitgezworven naar de ondieptes her en der. Onvindbaar tussen de vele kleinere snoeken die de ondiepe oeverzones bewonen.
Geeft ook niks, veel gevist deze winter, zeker ook omdat het weer niet tegen zat, buiten vertoeven was geen straf. Al kan ik mij ook niet aan de indruk onttrekken dat dat niet per sé ook een positieve zaak geweest is voor de vangsten. Alhoewel ik niet ontevreden ben over mijn vangsten, bleek op diverse gekende plekken relatief gezien maar weinig of zelfs nauwelijks snoek aanwezig, daar waar je er normaal in voorgaande winters over naar de overkant kon lopen. Oke, beetje gechargeerd, ik geef het toe, maar een significant verschil was er toch. En niet alleen bij mij. Ik heb het van meerdere kanten vernomen. We hebben het hier over diepere stukken in grote watersystemen (boezems) waar normaliter alle vis intrekt (evenals in havens, daar geldt hetzelfde voor qua minder snoek, in lek geval in deze regio).
Omdat ik nog wel behoefte had aan 'een meter' als een soort van afsluiter heb ik het mezelf maar eens wat makkelijk gemaakt. Vismaat David had tijdens een paar eerdere recente sessies twee dezelfde grotere snoeken al diverse keren gevangen, telkens op de vierkante meter, dus niet naar links en/of rechts, en ook niet anders qua diepte. Die vis was dus vindbaar. In elk geval had hij er schoon genoeg van, telkens weer dezelfden, dus werd een andere zone opgezocht op zoek naar vers bloed. En zo kwam de stek 'vrij' en nam ik de kans te proberen een van de dames te vangen. Uiteraard nadat ik eerst uitgebreid instructies had gehad waar te vissen, de plas is meer dan 40 Hectare. Ik was al eerder op deze put gaan vissen, maar deed dat samen met Arjan Snoeij, in de hoop een grotere snoekbaars te vangen en heb destijds geen aasvissen ingezet die een grotere snoek zouden kunnen bekoren (opvallend hoe weinig snoek -groot of klein- je vangt op een stukje blankvoorn).
David zegt nog "om 11 uur kun je gaan klaarzitten". En dat was maar goed ook, want ik had ondertussen al een stuk of zeven/acht halve- en hele oplopers gehad van de vele snoekbaarsjes ter plekke. Die gingen wel met de enorme bakharing aan de haal, maar vonden de weerstand van e.e.a. al heel snel teveel en lieten dan snel weer los. Resultaat een snel oplopende waker en begeleidend Delkim-gepiep. Maar als dat spelletje in een tijdsbestek van een uurtje of twee een aantal keer is gebeurd zit je wat minder scherp te vissen, dus David's 11 uur-reminder was welkom.
Om 11.10 loopt mijn pike-swinger weer op, en de lijn gaat rustig lopen, om niet meer te stoppen. Dit is in elk geval een snoek qua aanbeet-patroon. Aanslaan volgens het boekje. Dus; beugel dicht, lijn laten strakzwemmen, ondertussen even snel de slip testen door er vlak boven de molen aan te trekken, licht contact zoeken, en flink rammen. Zeg vijf/zes seconden. Nooit slikkers op deze manier, heel soms een misser. Ik voel gelijk een forse weerstand aan de andere kant van de lijn, onderaan het talud op 10 meter diepte. Na wat geven en nemen kunnen we de dame landen en het leidt geen enkele twijfel, het is een van de gehoopte/ verwachte vissen. David herkent haar direct aan de vijf stippen aan de bovenkant van de staart. Net weer iets zwaarder dan eerder. Nèt.
Dat ik daarna nog een kleinere mannetjessnoek met een waterhoofd vang maakt de dag nog completer. En ook de nodige snoekbaarsjes blijven pogingen doen om de veel te grote aasvissen mee te sleuren, maar slagen daar niet in.
Geen beeld van mooie luchten, geen beeld van mooi viswater. Helaas geen van beiden waargenomen. Een strakblauwe hemel aan een kale put. Wat dat betreft verlang ik naar de lente. Mooi licht, alles in knop of uitbottend, fris groen of in bonte kleuren. Hink nog wat op een paar gedachten; nog wat snoekbaarzen of al een vroeg wakker geworden megabrasem 'bejagen'? Of toch al naar Duitsland, zeker met dit weer moet er al een karper te vangen zijn. Ongekende luxe eigenlijk, zulke keuzemogelijkheden, realiseer ik me opeens. Ik voel me rijk.
Geeft ook niks, veel gevist deze winter, zeker ook omdat het weer niet tegen zat, buiten vertoeven was geen straf. Al kan ik mij ook niet aan de indruk onttrekken dat dat niet per sé ook een positieve zaak geweest is voor de vangsten. Alhoewel ik niet ontevreden ben over mijn vangsten, bleek op diverse gekende plekken relatief gezien maar weinig of zelfs nauwelijks snoek aanwezig, daar waar je er normaal in voorgaande winters over naar de overkant kon lopen. Oke, beetje gechargeerd, ik geef het toe, maar een significant verschil was er toch. En niet alleen bij mij. Ik heb het van meerdere kanten vernomen. We hebben het hier over diepere stukken in grote watersystemen (boezems) waar normaliter alle vis intrekt (evenals in havens, daar geldt hetzelfde voor qua minder snoek, in lek geval in deze regio).
Omdat ik nog wel behoefte had aan 'een meter' als een soort van afsluiter heb ik het mezelf maar eens wat makkelijk gemaakt. Vismaat David had tijdens een paar eerdere recente sessies twee dezelfde grotere snoeken al diverse keren gevangen, telkens op de vierkante meter, dus niet naar links en/of rechts, en ook niet anders qua diepte. Die vis was dus vindbaar. In elk geval had hij er schoon genoeg van, telkens weer dezelfden, dus werd een andere zone opgezocht op zoek naar vers bloed. En zo kwam de stek 'vrij' en nam ik de kans te proberen een van de dames te vangen. Uiteraard nadat ik eerst uitgebreid instructies had gehad waar te vissen, de plas is meer dan 40 Hectare. Ik was al eerder op deze put gaan vissen, maar deed dat samen met Arjan Snoeij, in de hoop een grotere snoekbaars te vangen en heb destijds geen aasvissen ingezet die een grotere snoek zouden kunnen bekoren (opvallend hoe weinig snoek -groot of klein- je vangt op een stukje blankvoorn).
David zegt nog "om 11 uur kun je gaan klaarzitten". En dat was maar goed ook, want ik had ondertussen al een stuk of zeven/acht halve- en hele oplopers gehad van de vele snoekbaarsjes ter plekke. Die gingen wel met de enorme bakharing aan de haal, maar vonden de weerstand van e.e.a. al heel snel teveel en lieten dan snel weer los. Resultaat een snel oplopende waker en begeleidend Delkim-gepiep. Maar als dat spelletje in een tijdsbestek van een uurtje of twee een aantal keer is gebeurd zit je wat minder scherp te vissen, dus David's 11 uur-reminder was welkom.
Om 11.10 loopt mijn pike-swinger weer op, en de lijn gaat rustig lopen, om niet meer te stoppen. Dit is in elk geval een snoek qua aanbeet-patroon. Aanslaan volgens het boekje. Dus; beugel dicht, lijn laten strakzwemmen, ondertussen even snel de slip testen door er vlak boven de molen aan te trekken, licht contact zoeken, en flink rammen. Zeg vijf/zes seconden. Nooit slikkers op deze manier, heel soms een misser. Ik voel gelijk een forse weerstand aan de andere kant van de lijn, onderaan het talud op 10 meter diepte. Na wat geven en nemen kunnen we de dame landen en het leidt geen enkele twijfel, het is een van de gehoopte/ verwachte vissen. David herkent haar direct aan de vijf stippen aan de bovenkant van de staart. Net weer iets zwaarder dan eerder. Nèt.
Dat ik daarna nog een kleinere mannetjessnoek met een waterhoofd vang maakt de dag nog completer. En ook de nodige snoekbaarsjes blijven pogingen doen om de veel te grote aasvissen mee te sleuren, maar slagen daar niet in.
Geen beeld van mooie luchten, geen beeld van mooi viswater. Helaas geen van beiden waargenomen. Een strakblauwe hemel aan een kale put. Wat dat betreft verlang ik naar de lente. Mooi licht, alles in knop of uitbottend, fris groen of in bonte kleuren. Hink nog wat op een paar gedachten; nog wat snoekbaarzen of al een vroeg wakker geworden megabrasem 'bejagen'? Of toch al naar Duitsland, zeker met dit weer moet er al een karper te vangen zijn. Ongekende luxe eigenlijk, zulke keuzemogelijkheden, realiseer ik me opeens. Ik voel me rijk.
![]() |
| Een superbetrouwbare snoekdame, altijd op de afgesproken tijd op de stek aanwezig |
zaterdag 18 januari 2014
In the twilight zone...
Anders dan andere winterweekenden eens op een zaterdagochtend gaan vissen in plaats van op de zondag. Kwam zo uit. Door het voorvoeren eigenlijk. Voorvoeren? Had vorige zondag besloten om vlak bij huis eens een water te gaan bevoeren. De Engelsen doen niets anders, maar bij ons is dat nog geen gemeengoed met dode aasvis. Ook op internet is daar nog maar weinig over te vinden, dus toch een beetje het wiel zelf uitvinden. Eerdere voersessies hadden eigenlijk helemaal geen resultaat gegeven, ook de twee pogingen dit lopende winterseizoen niet. Voel me nog een beetje een rare in dit specifieke deel van het roofvissersmetier.
Terug naar vorige zondag. Na het gebruikelijke vissen een deel van een van de lokale wateren in kaart gebracht met de voerboot plus visvinder en besloten om een bepaald deel dat goed diep was en zeker niet te ver van de oever te bevoeren met de overgebleven (stukken) vis van de voorbije sessie. Gewoon met een voerschep en een soepele lange steel, 40 meter is zo haalbaar.
Deze methode herhaald op dinsdag- en donderdagochtend in het donker (en voor de files uit). Telkens 600 gram aan vissen het water in, zo'n 12 stukken. Gezien de te verwachten hoeveelheid snoek op dit water zou dit niet teveel moeten zijn.
Vandaag, zaterdag 18 januari, dus terug. Ik moet zeggen, de verwachtingen waren hoog. Temeer daar de vismaten -eigenlijk bij toeval- gister aan de overkant hadden gezeten en met drie man en zes hengels de gehele dag niets gevangen hadden, al grappend "dat ze waarschijnlijk allemaal al op mij lagen te wachten..."
Niets bleek minder waar, ik zag evenzo goed niks, geen enkel teken van leven. Wat te doen?
Over naar plan B, ik wilde nog even wat visspullen bij een van de plaatselijke hengelsportwinkeliers halen en daarna door naar een ander lokaal water, met de bedoeling daar een snoekbaars te vangen. Eindelijk eens. Al veel te vaak had ik op dit water gezeten met dood aas en slechts 1 keer eerder was een echt kasteel mijn deel geweest. En dat terwijl wij weten dat er voldoende snoekbaars moet zitten ter plekke. Je zou zeggen 'onder de bruggen', maar het gekke is dat ze daar nooit onder vandaan komen. In elk geval niet overdag, als je zou verwachten dat ze zoveel mogelijk de donkerte zouden opzoeken. Snoekbaars is een liefhebber van de schemering, dus er een keer het donker in vissen leek me een goed idee. Gewoon op het wijd en een beetje uit de buurt van de doorkruisende doorgaande weg. Had ik ook niet zo'n last van de stedelijke omgeving, iets dat me eerder telkens zeer ambivalent maakte en er ook voor zorgde dat ik hier niet echt doorzette tot nog toe.
Nadat ik uit de winkel teruggekomen was ging ik eerst even wat peilen en zowaar vond ik een veelbelovend klein richeltje. Hiernaartoe de aasvissen 'gedirigeerd' per bootje. Het duurde niet lang voor de linkerlijn ging lopen, heel rustig, eigenlijk was het meer kruipen. Centimeter voor centimeter werkelijk. Ik heb niet gewacht tot het zaakje lekker vlot liep à la snoekbaars (de rook kan van je molen af komen... en dan alsnog een gat in de lucht slaan), maar direct de haak gezet. Geen slechte keus, want ik voelde flinke tegendruk, voelde eigenlijk meer als een flinke snoek, maar het was al met al toch een mooie snoekbaars. Als gehoopt. Zij had er zin in, want de halve horsmakreel was helemaal naar binnen toe. Even op de kiek en terug maar weer. Voorbijgangers vonden het zonde...
Hierna nog een uurtje gevist in de hoop er nog meer te kunnen vangen. Het zijn net wolven, "they hunt in packs". Maar geen teken van leven meer verder. Ik ga hier nog wel een keertje terugkomen, to be continued.
Terug naar vorige zondag. Na het gebruikelijke vissen een deel van een van de lokale wateren in kaart gebracht met de voerboot plus visvinder en besloten om een bepaald deel dat goed diep was en zeker niet te ver van de oever te bevoeren met de overgebleven (stukken) vis van de voorbije sessie. Gewoon met een voerschep en een soepele lange steel, 40 meter is zo haalbaar.
Deze methode herhaald op dinsdag- en donderdagochtend in het donker (en voor de files uit). Telkens 600 gram aan vissen het water in, zo'n 12 stukken. Gezien de te verwachten hoeveelheid snoek op dit water zou dit niet teveel moeten zijn.
Vandaag, zaterdag 18 januari, dus terug. Ik moet zeggen, de verwachtingen waren hoog. Temeer daar de vismaten -eigenlijk bij toeval- gister aan de overkant hadden gezeten en met drie man en zes hengels de gehele dag niets gevangen hadden, al grappend "dat ze waarschijnlijk allemaal al op mij lagen te wachten..."
Niets bleek minder waar, ik zag evenzo goed niks, geen enkel teken van leven. Wat te doen?
![]() |
| "Nothing but the sky and the trees..." |
Over naar plan B, ik wilde nog even wat visspullen bij een van de plaatselijke hengelsportwinkeliers halen en daarna door naar een ander lokaal water, met de bedoeling daar een snoekbaars te vangen. Eindelijk eens. Al veel te vaak had ik op dit water gezeten met dood aas en slechts 1 keer eerder was een echt kasteel mijn deel geweest. En dat terwijl wij weten dat er voldoende snoekbaars moet zitten ter plekke. Je zou zeggen 'onder de bruggen', maar het gekke is dat ze daar nooit onder vandaan komen. In elk geval niet overdag, als je zou verwachten dat ze zoveel mogelijk de donkerte zouden opzoeken. Snoekbaars is een liefhebber van de schemering, dus er een keer het donker in vissen leek me een goed idee. Gewoon op het wijd en een beetje uit de buurt van de doorkruisende doorgaande weg. Had ik ook niet zo'n last van de stedelijke omgeving, iets dat me eerder telkens zeer ambivalent maakte en er ook voor zorgde dat ik hier niet echt doorzette tot nog toe.
Nadat ik uit de winkel teruggekomen was ging ik eerst even wat peilen en zowaar vond ik een veelbelovend klein richeltje. Hiernaartoe de aasvissen 'gedirigeerd' per bootje. Het duurde niet lang voor de linkerlijn ging lopen, heel rustig, eigenlijk was het meer kruipen. Centimeter voor centimeter werkelijk. Ik heb niet gewacht tot het zaakje lekker vlot liep à la snoekbaars (de rook kan van je molen af komen... en dan alsnog een gat in de lucht slaan), maar direct de haak gezet. Geen slechte keus, want ik voelde flinke tegendruk, voelde eigenlijk meer als een flinke snoek, maar het was al met al toch een mooie snoekbaars. Als gehoopt. Zij had er zin in, want de halve horsmakreel was helemaal naar binnen toe. Even op de kiek en terug maar weer. Voorbijgangers vonden het zonde...
Hierna nog een uurtje gevist in de hoop er nog meer te kunnen vangen. Het zijn net wolven, "they hunt in packs". Maar geen teken van leven meer verder. Ik ga hier nog wel een keertje terugkomen, to be continued.
| Zo is het niet eens zo heel lelijk |
![]() |
| Laatste licht |
donderdag 16 januari 2014
Zoek de verschillen
Eerste Kerstdag is voor mij een verplichte vrije dag. Zo ook afgelopen 1ste Kerstdag. Maar omdat ook ik niet geheel ontkom aan wat sociaal gekeuvel en aanverwante zaken heb ik besloten alleen maar de ochtend te gaan vissen. Dus naar een water waar met name de ochtend succesvol is. Een meer dan prachtige ochtend, niets doet aan hartje winter denken, laat staan aan Koning Winter. Ik kan het af in mijn trui.
Die ochtend vang ik in goed twee uur vissen drie snoeken en mis ik een vierde. Op zich niets bijzonders, maar prettig is het wel. Ik hou van actie, van beet, van een kromme hengel en van elke keer weer de verrassing van wat er aan de andere kant van de lijn hangt. De grootste van de drie mag op de kiek. Ik noem haar Tilde, nee niet Mathilde, het is geen typevout. (Degenen die weten wat een tilde is zien wel waarom.) Normaliter ben ik niet van de lengtematen op deze plek (van de vis), maar nu is het even van belang. Een van de vismaten had nog iets eerder in de tijd al een stevig gebouwde snoek met een kreukelstaart gevangen op 98 cm, zelfde stek, dus ik dacht eigenlijk die gevangen te hebben en was dus extra zorgvuldig met meten. Het meetlint kwam echter tot 102 cm. Twee keer zelfs, geen enkele twijfel aan. Een magische meter... Nee, het was een andere. Zeker weten.
Twee weken later - ondertussen 2014- weer de wind zodanig dat er lekker in de luwte te vissen is, dus dezelfde stek. Dan ligt de witvis mooi op het talud. Hetgeen bevestigd wordt door de vele signalen en piepen op de visvinder. Dit keer weer vier lopers, waarvan ik er twee vang (en al heeft dat specifieke verhaal op zich ook blogwaarde, ik wil me nu even tot de essentie beperken), de tweede een prachtige forse vis van 99 cm. Ook twee keer gemeten, ook geen twijfel. Zelfde meetlint, zelfde vlakke onthaakmat, zelfde ondergrond, zelfde meetmethode. Als altijd.
Ik zie het eigenlijk al met terugzetten, het moet Tilde zijn. Kon me dat niet voorstellen, want drie centimeter er naast gemeten of echt drie centimeter gekrompen, dan wel uitgezet? Bij het vergelijken thuis achter het beeldscherm heb ik maar 1 seconde nodig. Dezelfde vis. Bizar. En dat te weten dat zowel de bouw als de kreukelstaart wel heel dicht tegen de fysieke kenmerken van de vangst van de maat aan liggen, de voornoemde vis van 98 cm. Waarbij de waarheid al snel zou kunnen komen te liggen bij mijn 99 cm of daaromtrent, maar ik twijfel toch geen seconde aan mijn eigen meten van de eerdere 102 cm... Vismaat John zei het al eens "meten is niet weten".
Die ochtend vang ik in goed twee uur vissen drie snoeken en mis ik een vierde. Op zich niets bijzonders, maar prettig is het wel. Ik hou van actie, van beet, van een kromme hengel en van elke keer weer de verrassing van wat er aan de andere kant van de lijn hangt. De grootste van de drie mag op de kiek. Ik noem haar Tilde, nee niet Mathilde, het is geen typevout. (Degenen die weten wat een tilde is zien wel waarom.) Normaliter ben ik niet van de lengtematen op deze plek (van de vis), maar nu is het even van belang. Een van de vismaten had nog iets eerder in de tijd al een stevig gebouwde snoek met een kreukelstaart gevangen op 98 cm, zelfde stek, dus ik dacht eigenlijk die gevangen te hebben en was dus extra zorgvuldig met meten. Het meetlint kwam echter tot 102 cm. Twee keer zelfs, geen enkele twijfel aan. Een magische meter... Nee, het was een andere. Zeker weten.
Twee weken later - ondertussen 2014- weer de wind zodanig dat er lekker in de luwte te vissen is, dus dezelfde stek. Dan ligt de witvis mooi op het talud. Hetgeen bevestigd wordt door de vele signalen en piepen op de visvinder. Dit keer weer vier lopers, waarvan ik er twee vang (en al heeft dat specifieke verhaal op zich ook blogwaarde, ik wil me nu even tot de essentie beperken), de tweede een prachtige forse vis van 99 cm. Ook twee keer gemeten, ook geen twijfel. Zelfde meetlint, zelfde vlakke onthaakmat, zelfde ondergrond, zelfde meetmethode. Als altijd.
Ik zie het eigenlijk al met terugzetten, het moet Tilde zijn. Kon me dat niet voorstellen, want drie centimeter er naast gemeten of echt drie centimeter gekrompen, dan wel uitgezet? Bij het vergelijken thuis achter het beeldscherm heb ik maar 1 seconde nodig. Dezelfde vis. Bizar. En dat te weten dat zowel de bouw als de kreukelstaart wel heel dicht tegen de fysieke kenmerken van de vangst van de maat aan liggen, de voornoemde vis van 98 cm. Waarbij de waarheid al snel zou kunnen komen te liggen bij mijn 99 cm of daaromtrent, maar ik twijfel toch geen seconde aan mijn eigen meten van de eerdere 102 cm... Vismaat John zei het al eens "meten is niet weten".
![]() |
| Zoek de verschillen |
![]() |
| Riet, lucht en water, meer heb ik niet nodig. En vooruit, zo nu en dan een vis... |
maandag 23 december 2013
maandag 16 december 2013
Nieuwe horizonten
Eindelijk december... rust aan de waterkant
Met het verstrijken van de tijd in een visseizoen heb ik zeer regelmatig 'honger' naar nieuwe visgronden. In tegenstelling tot diverse vissers in mijn directe omgeving die juist heel kieskeurig maar naar een paar wateren gaan (omdat 'ze' daar zwemmen...) en deze dan ook als hun broekzak leren kennen, ondertussen wel de aanwezige vissen dubbelend en meer. Ik kan dat niet, naast het bevissen van mij bekende wateren heb ik heel vaak vers bloed nodig, nieuwe dromen en leegtes, voel me dan ook veel meer een nomade dan mijn vissende omgeving en dat zie ik in allerlei andere elementen van mijn leven ook terug. Dat zoiets betekend dat er telkens overnieuw begonnen moet worden met kennisvergaring van hoe het werkt neem ik op de koop toe, hoort er eigenlijk een beetje bij. En dat daarmee ook de vangsten soms uitblijven is evident, hoort er ook allemaal bij. Ik geef toe aan mijn rusteloosheid, maakt me gelukkiger. Eigenlijk ook een zoeken naar de Heilige Graal, zo'n water waar alles samenkomt, ze zijn er, maar het gebeurd maar heel sporadisch dat je er een vindt.
Zo ook dit najaar. Nieuwe horizonten. Diverse wateren zijn al bezocht voor een keer. Onder andere voor de tweede keer (vorig jaar ook) naar een recreatieput geweest waar wat geruchtenmonsters zouden moeten zwemmen, met John, maar al wat we er (vingen en) vangen is relatief klein en tegelijk toch ook al zo gehavend, zo getekend door de tijd. Ik zeg, "er zwemmen geen grote krokodillen hier". Staat de make-up van het water ook niet toe. Een forse uitspraak, want hoe kun je dat nou echt weten? Maar zo voel ik dat. De gevangen vissen kunnen natuurlijk de mannetjes zijn, en zijn de dames de dans ontsprongen, maar het enige grotere vrouwtje kwam er vorig jaar uit en deze sessie opnieuw, en geen centimeter langer dan vorig jaar, wel weer wat verkreukelder. Ik zeg, "een teken aan de wand". Met doodaas-vissen lijkt het een beetje hetzelfde als op een voerplek op karper vissen, de grootsten komen er al vrij snel uit. Betekend bij doodaas-vissen dus uiteraard wel dat je in die zones moet vissen waar je die grotere dames verwacht. Wat ons rest deze dag is sfeer. Ook wat waard.
En heel regelmatig ga ik alleen de boer op, lekker proberen hier en daar. Zo ook op zondag 8 december j.l.. En wat denk je; bij zonsopgang al in de file, gewoon even de weg geblokkeerd voor onbepaalde tijd en nee geen ongeluk, gewoon maar "iets"... tja zo kan het ook, laat ons maar wachten... iedereen die op zondag op dit uur al op de snelweg zit is sowieso niet wijs... toch?
Eindelijk bij de stek aangekomen had ik de lieslaarzen al aangetrokken omdat ik dacht al mijn zooi door het water te moeten gaan lopen. De laatste grote storm in november had een boom zodanig doen vallen dat het pad verspert was, dat was me van de vorige keer een paar weken geleden tijdens een voorverkenning al opgevallen en dat had ik onthouden, maar wat schetst mijn verbazing als anderen er keurig een poortje in uitgezaagd hebben. Dank u heren, het wordt gewaardeerd. Vermoed dat het karpervissers zijn geweest, sinds het vrijgeven van het nachtvissen is het veel drukker aan de meeste wateren geworden; waar je eerder in de winter niemand zag mag je nu een lootje trekken voor een stek en ook hier op dit specifieke water wordt fanatiek 's nachts gevist. Mede te zien aan de overdaad aan kaalgemaakte stekken in het riet en de bossages, plus het vele achtergelaten vuil. Ik ben voor een Nederlandse Prüfung!
Ik heb er een groot deel van het licht heerlijk zitten vissen vanaf een punt waar vrijwel nooit met doodaas gevist is omdat de locals denken dat je hier alleen maar vast zou zitten wegens het vele puin op de steile taluds. En dat klopt als een zwerende vinger als je je aasvis langs het eerste talud naar beneden laat zakken tot een metertje of zeven diep, maar omdat ik weet dat deze schiereilandjes pas in een later stadium zijn aangelegd toen de diepe plas allang bestond ben ik er vanuit gegaan dat verderop in het water ook wel mooie taluds en dieptes te vinden zouden moeten zijn waarbij ik ver over de gestorte ellende vlak onder de kant vandaan zou kunnen blijven. Waarvan akte.
Niet dat het uitmaakt, geen beet, of het moet de afgekloven spiering geweest zijn... de krabben hebben zich hier tegoed aan gedaan, en wel op 10 meter diepte... phoe. De enige andere medevissers die ik vandaag gezien passeerden in een bootje, lusteloos wat jerkbaits achter zich aan slepend en ook zij hadden nog niks gevangen. En naar ik mocht aannemen was dat voor de eerste keer dit jaar (?).
De zonsondergang maakte veel goed, zo niet alles, Uiteraard ga ik hier terugkomen. Smaakt naar meer!
Met het verstrijken van de tijd in een visseizoen heb ik zeer regelmatig 'honger' naar nieuwe visgronden. In tegenstelling tot diverse vissers in mijn directe omgeving die juist heel kieskeurig maar naar een paar wateren gaan (omdat 'ze' daar zwemmen...) en deze dan ook als hun broekzak leren kennen, ondertussen wel de aanwezige vissen dubbelend en meer. Ik kan dat niet, naast het bevissen van mij bekende wateren heb ik heel vaak vers bloed nodig, nieuwe dromen en leegtes, voel me dan ook veel meer een nomade dan mijn vissende omgeving en dat zie ik in allerlei andere elementen van mijn leven ook terug. Dat zoiets betekend dat er telkens overnieuw begonnen moet worden met kennisvergaring van hoe het werkt neem ik op de koop toe, hoort er eigenlijk een beetje bij. En dat daarmee ook de vangsten soms uitblijven is evident, hoort er ook allemaal bij. Ik geef toe aan mijn rusteloosheid, maakt me gelukkiger. Eigenlijk ook een zoeken naar de Heilige Graal, zo'n water waar alles samenkomt, ze zijn er, maar het gebeurd maar heel sporadisch dat je er een vindt.
Zo ook dit najaar. Nieuwe horizonten. Diverse wateren zijn al bezocht voor een keer. Onder andere voor de tweede keer (vorig jaar ook) naar een recreatieput geweest waar wat geruchtenmonsters zouden moeten zwemmen, met John, maar al wat we er (vingen en) vangen is relatief klein en tegelijk toch ook al zo gehavend, zo getekend door de tijd. Ik zeg, "er zwemmen geen grote krokodillen hier". Staat de make-up van het water ook niet toe. Een forse uitspraak, want hoe kun je dat nou echt weten? Maar zo voel ik dat. De gevangen vissen kunnen natuurlijk de mannetjes zijn, en zijn de dames de dans ontsprongen, maar het enige grotere vrouwtje kwam er vorig jaar uit en deze sessie opnieuw, en geen centimeter langer dan vorig jaar, wel weer wat verkreukelder. Ik zeg, "een teken aan de wand". Met doodaas-vissen lijkt het een beetje hetzelfde als op een voerplek op karper vissen, de grootsten komen er al vrij snel uit. Betekend bij doodaas-vissen dus uiteraard wel dat je in die zones moet vissen waar je die grotere dames verwacht. Wat ons rest deze dag is sfeer. Ook wat waard.
| Nog zonder honden zo vroeg... |
| Oude krijgertje |
En heel regelmatig ga ik alleen de boer op, lekker proberen hier en daar. Zo ook op zondag 8 december j.l.. En wat denk je; bij zonsopgang al in de file, gewoon even de weg geblokkeerd voor onbepaalde tijd en nee geen ongeluk, gewoon maar "iets"... tja zo kan het ook, laat ons maar wachten... iedereen die op zondag op dit uur al op de snelweg zit is sowieso niet wijs... toch?
Eindelijk bij de stek aangekomen had ik de lieslaarzen al aangetrokken omdat ik dacht al mijn zooi door het water te moeten gaan lopen. De laatste grote storm in november had een boom zodanig doen vallen dat het pad verspert was, dat was me van de vorige keer een paar weken geleden tijdens een voorverkenning al opgevallen en dat had ik onthouden, maar wat schetst mijn verbazing als anderen er keurig een poortje in uitgezaagd hebben. Dank u heren, het wordt gewaardeerd. Vermoed dat het karpervissers zijn geweest, sinds het vrijgeven van het nachtvissen is het veel drukker aan de meeste wateren geworden; waar je eerder in de winter niemand zag mag je nu een lootje trekken voor een stek en ook hier op dit specifieke water wordt fanatiek 's nachts gevist. Mede te zien aan de overdaad aan kaalgemaakte stekken in het riet en de bossages, plus het vele achtergelaten vuil. Ik ben voor een Nederlandse Prüfung!
| "Rijen, rijen, rijen in een wagentje..." |
| Prachtig poortje |
Ik heb er een groot deel van het licht heerlijk zitten vissen vanaf een punt waar vrijwel nooit met doodaas gevist is omdat de locals denken dat je hier alleen maar vast zou zitten wegens het vele puin op de steile taluds. En dat klopt als een zwerende vinger als je je aasvis langs het eerste talud naar beneden laat zakken tot een metertje of zeven diep, maar omdat ik weet dat deze schiereilandjes pas in een later stadium zijn aangelegd toen de diepe plas allang bestond ben ik er vanuit gegaan dat verderop in het water ook wel mooie taluds en dieptes te vinden zouden moeten zijn waarbij ik ver over de gestorte ellende vlak onder de kant vandaan zou kunnen blijven. Waarvan akte.
Niet dat het uitmaakt, geen beet, of het moet de afgekloven spiering geweest zijn... de krabben hebben zich hier tegoed aan gedaan, en wel op 10 meter diepte... phoe. De enige andere medevissers die ik vandaag gezien passeerden in een bootje, lusteloos wat jerkbaits achter zich aan slepend en ook zij hadden nog niks gevangen. En naar ik mocht aannemen was dat voor de eerste keer dit jaar (?).
De zonsondergang maakte veel goed, zo niet alles, Uiteraard ga ik hier terugkomen. Smaakt naar meer!
| Heerlijk dagje zo met een zuidenwind recht op de kop |
| Waren ze allemaal maar zo, minimaal... |
Abonneren op:
Posts (Atom)














