| Alvast een der zeeltdames in close up, van een nog te bloggen supersessie |
dinsdag 17 mei 2016
maandag 9 mei 2016
Voorjaarsdilemma's
En toen was het opeens zomer? Ik wist niet wat me overkwam. Grote temperatuursverschillen in een paar dagen tijd. Sommige vissoorten kwam opeens in paaimodus en John en ik kregen haast, haast om toch alsnog een megabrasem te vangen, tussen het vissen op zeelt door. Iets wat we eerdere jaren met veel meer inzet (lees; tijdsinzet)gedaan hadden, grote delen van het vroege voorjaar benuttend, maar wat door uitblijven van steady resultaat toch wat weggeëbd was. En toen opeens tijdens een letterlijk oorverdovend concert van Steeler (hele goeie Led zeppelin cover band) met onze meisjes op zaterdag 30 april kwam het plan er 1 sessie aan te wagen, alles of niets, de dood of de gladiolen, en gelijk maar twee dagen later, in de avond. Waarvan akte. Een heerlijke zwoele avond. In een paar uur tijd kwamen voor John wat gewichtige brasems van 11,6 en 12,6 pond op de kant, en ik... ik stond erbij en keek er naar. Welverdiend John, je hebt meer dan geïnvesteerd de voorbije jaren, mag het dan ook eens een keer makkelijk gaan? Had zelf daarna solo nòg een visloze avondsessie èn een nachtsessie verderop in de week nodig om deze supervangsten wat te counteren. Die ochtend van de nachtsessie ging de vis inderdaad afpaaien en dan is het voor de brasem voorlopig eventjes afgelopen, mijn ervaring.
| Ik vond deze met 8,6 pond al een beste... |
| ... maar toen deze een uurtje later mijn net in kwam rollen, wist ik dat ik eindelijk weer eens een echte megabrasem had |
| Zowel aalscholvers als te ruwe karpervissers laten behoorlijke schade achter, veel bekken hebben onnodige beschadigingen |
| En allemaal mannetjes |
Waar ik tot nog toe de (mini)boilie een bij-aas vond en maden veeeele malen beter, lijkt er dit jaar een kentering te zijn. Het gros van de vissen komt op een miniboilie met methodkorf, en de made (consequent altijd aan elke hengel een andere aassoort) is uit de gratie. Kan ook toeval zijn, maar een mens zoekt nou eenmaal altijd patronen omdat ie wil begrijpen.
Wat gaat deze zomer ons nog meer brengen? Het kan alle kanten op, spannend! In elk geval komende periode nog wat aanpielen op zeelt op twee specifieke wateren. En half juni op graskarper in het Land van Marianne, met goede kans op bijvangst van grote karpers.
| Zijn ze er wel of zijn ze er niet? |
zaterdag 23 april 2016
Patatje Oorlog
![]() |
| Wat zijn we toch bevoorrecht in ons kikkerlandje; qua water en levenspeil |
Prachtige verstilde ochtend, onlangs in april. Samen met Arend Termorshuizen zeeltvissen. Arend is een novice in deze materie, maar hij leert verduveld snel. En als je al karpervisser bent dan is het keilen met een methodveertje geen hogere wiskunde, maar toch, het gaat hem niet slecht af, spelen met voer en miniboilies of maden. Voor hem een pre, kan hij beter zijn handel aan de man brengen. Voor mij een must, ik moet de ruimte hebben, en in het voorjaar zo vaak en veel mogelijk.
![]() |
| Doen we een Jomandaatje? |
We vissen op een klein putje dat volgens Arend afgesloten is van de rest van het systeem. En daarom een constante hoeveelheid aan zeelt zou bevatten (?). Een redelijke garantie voor succes in dit jaargetijde, als de vis samenschoolt. Dat doet zeelt veel sterker dan andere karperachtigen, en daarmee bedoel ik al geruime tijd voor de paai. Al een week of zes à acht voor de paai zijn ze gegroepeerd te vinden, ongeacht de weersomstandigheden lijkt wel, en dat in tegenstelling tot b.v. karpers, die blijven veel langer solitair of in kleinere groepjes zwemmen.
Vandaag was het een off-dag voor de zeelt, samen drie zeelten, waarbij de eerste en de laatste ook nog eens dezelfde bleek. En omdat we allebei aan een kant van het plasje zaten te vissen is deze vis dus de plas overgestoken, want we vingen hem allebei. Dacht wellicht na het miniboilietje als diner af te kunnen sluiten met een dotje maden als toetje?
| Dat is één! |
| En dat is twee... |
En de titel, Patatje Oorlog? Ach, daar had ik zin in... see ya!
woensdag 13 april 2016
Van de nul af
Mijn mooie voornemens om in maart tijdens de laatste maand van het mogen dood aas vissen wat meer te rommelen op ondiepere zones heb ik kunnen houden. Maar het heeft me naast een aantal heerlijke vroege voorjaarsmomenten 's ochtends -want vissend, en dan maakt een beetje ijs of storm niks uit- niks meer aan snoek opgeleverd, de wakers bleven op dezelfde plek hangen... het water leek uitgestorven. Zelfs in de buurt van steigers en obstakels vissen bleef een snoekloze ervaring. Maar ze waren in de buurt, dat voelde ik. See ya next season!
Wel had ik 'last' van bekende medevissers die ook graag dezelfde stek bevisten en nèt wat eerder waren opgestaan op de dag van mijn laatste serieuze, als afscheid bedoelde, diepwatersessie. Waar ik verplicht moest uitwijken naar een ondiepere zone verderop de plas, hetgeen ik toen niet erg vond omdat het in het kader van het ondieper vissen en het leren daarover in functie van het seizoen niet zo slecht uitkwam maar toch niks opleverde, toverden zij mijn 'naseizoentarget' boven water. En niet één keer, maar drie keer dezelfde sessie, ongelogen. En ik voelde al dat ik er moest zijn... truth or dare... maar goed, in het najaar weer nieuwe ronden, nieuwe kansen.
Inmiddels weer zeeltvissend, en ook hier doen medevissers hun duit in het het-gaat-niet-zoals-ik-wil-zakje. Twee keer al een bemande stek aangetroffen en de derde keer waren de collega's net vertrokken na een succesvolle sessie. De mannen van de bezette stekken hadden hun net ook al vol gevangen en gingen daar vrolijk mee verder tijdens mijn visserij, terwijl ik maar 1 beet wist af te dwingen. Hoezo alles gecentreerd in één zone? Dat wist ik al. En als die zeelten eenmaal in zo'n zone liggen en zich tegoed doen aan een voerstek krijg je ze er nauwelijks nog vanaf... De al vertrokken collega's hadden ook niet veel achtergelaten, behalve een verdwaalde zeeltdame. Ontevreden? Nee, helemaal niet. De twee zeelten die ik ving waren weer prachtig om te zien en zeker de tweede was qua lengte in de betere cijfers. Nog wel wat magertjes, maar dat gaat bijtrekken komende periode. Let the sun shine in.
Toch realiseer ik me dat naar (inmiddels) bekende zeeltwateren afreizen vragen om dit soort problemen is, het wordt mooi weer en iedereen wil zijn deel van de vangsten. Het wordt tijd voor andere, rustiger wateren. en dat zal dan weer consessies betekenen in het formaat en de hoeveelheid van de vissen. So be it.
| Bewegingsloos gebleven |
Inmiddels weer zeeltvissend, en ook hier doen medevissers hun duit in het het-gaat-niet-zoals-ik-wil-zakje. Twee keer al een bemande stek aangetroffen en de derde keer waren de collega's net vertrokken na een succesvolle sessie. De mannen van de bezette stekken hadden hun net ook al vol gevangen en gingen daar vrolijk mee verder tijdens mijn visserij, terwijl ik maar 1 beet wist af te dwingen. Hoezo alles gecentreerd in één zone? Dat wist ik al. En als die zeelten eenmaal in zo'n zone liggen en zich tegoed doen aan een voerstek krijg je ze er nauwelijks nog vanaf... De al vertrokken collega's hadden ook niet veel achtergelaten, behalve een verdwaalde zeeltdame. Ontevreden? Nee, helemaal niet. De twee zeelten die ik ving waren weer prachtig om te zien en zeker de tweede was qua lengte in de betere cijfers. Nog wel wat magertjes, maar dat gaat bijtrekken komende periode. Let the sun shine in.
Toch realiseer ik me dat naar (inmiddels) bekende zeeltwateren afreizen vragen om dit soort problemen is, het wordt mooi weer en iedereen wil zijn deel van de vangsten. Het wordt tijd voor andere, rustiger wateren. en dat zal dan weer consessies betekenen in het formaat en de hoeveelheid van de vissen. So be it.
| Bij eerste licht; het mocht toch niet baten |
| Mijn favoriete voorjaarsbloeier, het Fluitekruid |
| Prachtzeelt toch? |
| En elk jaar vragen ze weer hetzelfde; "eet U hem op?' |
| De lengte is er |
dinsdag 22 maart 2016
Ode aan Jan Veenhuijsen; de kunst van het kijken
Jan Veenhuijsen, c'est quoi? Voor de niet-vijfigers onder ons een volstrekt onbekende naam en voor de meeste van de vijftigplussers eveneens. Zo schat ik in. Jan Veenhuijsen was in de jaren vijftig, zestig en zeventig in Nederland een niet geheel onbekende schrijver, filmer en fotograaf. Daarbij viste hij veel, liefst met de vliegenlat. Van Ton van der Spiegel (ex OVB bestuurder) weet ik dat hij ook bij of voor de toenmalige OVB werkte.
De liefde van Dhr. Veenhuijsen voor fotograferen, vissen en schrijven kwam bij hem samen in leuke publicaties/boekjes, tegenwoordig zou het wellicht (ook) een blogger zijn. Ik voel me wel verwant met hem, in het kijken, observeren, vastleggen en genieten van vissen en de omgeving. Tijd voor een ode.
Een van die voornoemde leuke boekjes heet "De Camera Erbij" en daarin staan allerlei verhalen van belevenissen gecombineerd met goeie foto's. Een aanzienlijk deel over vissen. Duidelijk in alles de Jan Schreiner tijd, zowel in woord als beeld. Smullen van sfeer en ambiance. Een van de verhaaltjes plus de bijgevoegde foto geeft mij elke keer als ik er naar kijk en/of het verhaal lees een brok in de keel. Het grijpt me aan. Simpelweg omdat ik het kind op de foto zou kunnen zijn. Genomen ergens in de zestiger jaren in het Hollands Rivierenlandschap, het Land van Heusden en Altena, daar waar mijn grootouders een boerderij hadden en ik elke seconde dat het kon ontsnapte naar het water. Het zou echt zomaar kunnen. Ik voel ook dat dit mijn plek is, mijn roots liggen in het rivieren- en polderlandschap. Ik voel me er in balans, gelukkig. En dat sluit weer naadloos aan bij de tekst van Jan.
Ik zal de tekst hieronder weergeven. Al doet 'ie inmiddels wel wat gedateerd aan, het blijft mooi geschreven, fijntjes en met het juiste gevoel voor klein drama.
"Dit fijne vissen
Daar kom je in de late namiddag met je beste vriend van vele goede dagen terug van een reportage-zwerftocht door het Land van Heusden en Altena, ten behoeve van een onzer grote geïllustreerde weekbladen, en daar rij je met een stevig gangetje langs de hoge rivierdijk om het veer te halen, en daar weet je van die wijn in het avonduur in Rinke's rijkbegroeide tuin en daar roep je dan allebei tegelijk 'Stop!'. Daar staat dat jongetje diep beneden je prinsheerlijk te vissen op een open plekje tussen de rietkragen aan de kant van die brede rivier - Marsman, Nijholt, Roland Holst! O, Nederlandse dichters - en daar herkennen oude Rinke en jonge Jan allebei eensklaps zichzelf als kleine jongen. Zo stond eens Rinke in Weitgaard en zo stond Jan in Spaarnwoude: het hengeltje in de hand in de grote, grote ruimte en laat de hele wereld barsten als ik maar een visje vang! Daar kun je jezelf wel om de kop slaan omdat je kleurenfilm op is, terwijl dat binkie zich niets aantrekt van een stoppende auto op de dijk, dat binkie in zijn rood-wit geblokte hempie en met zijn rood-wit geblokte petje op, in die goddelijke omgeving van het zachtgroene riet waar de zon laag overheen strijkt. De rietpluimen zijn van het puurste goud, en daarachter de grote stroom en daar weer achter het pastorale land aan de overkant, gebed in zachte kleuren. Breughel, Rembrandt, Ruysdael!
Het hele bestaan waarnaar je streeft ligt daar voor je. En je kleine medemens en medebroeder in Petrus staat in meest unieke positie centraal, zoals hij als mens ook hóórt te staan, de hele almachtige natuur ten spijt. Daar besef je hoe de mens in al zijn kleinheid en grootheid tegelijk onafscheidelijk deel uitmaakt van die natuur, erin hóórt gewoonweg. Daar ontdek je tot je vreugde dat één rolfilm in één camera nog niet helemaal volgeschoten is, dat je nog drie plaatjes tot je beschikking hebt. Daar draait Rinke het raam open en kijkt en kijkt en kijkt en drinkt in. Daar sluipt Jan als een muis uit de auto, stelt de camera in, wacht tot zijn jonge evenbeeld zijn hengel heft... en knipt. Dát staat erop. De tweede en de derde plaat worden op dezelfde manier genomen, want hier is maar één compositie - de bestaande - en maar één houding: de hengel hoog. Dan ga je weer de auto in en je kijkt samen nog wel een kwartier lang en je laat het veer het veer en de Graves blijft toch wel koud. Want de foto in zwart en wit is slechts een kleine afbeelding van een schouwspel dat je leven lang in je herinnering zal blijven.
Ten einde ga je dan maar weer, op naar het veer, op naar de tuin in Soest met de fijne conversatie over al wat je zag en over je kleine evenbeeld niet in het minst. Deze afbeelding is maar tien bij vijftien centimeter. Hij zou tien bij vijftien decimeter moeten zijn en dan in kleur. De fotografie kent zijn beperkingen helaas. De beste herinneringen niet, gelukkig. Juist door zo'n plaatje kun je je weer alles glashelder voor de geest halen. Die beperkte fotografie. Die mooie fotografie...! Aart Klein, Martien Coppens, Meinard Woldringh!"
De liefde van Dhr. Veenhuijsen voor fotograferen, vissen en schrijven kwam bij hem samen in leuke publicaties/boekjes, tegenwoordig zou het wellicht (ook) een blogger zijn. Ik voel me wel verwant met hem, in het kijken, observeren, vastleggen en genieten van vissen en de omgeving. Tijd voor een ode.
Een van die voornoemde leuke boekjes heet "De Camera Erbij" en daarin staan allerlei verhalen van belevenissen gecombineerd met goeie foto's. Een aanzienlijk deel over vissen. Duidelijk in alles de Jan Schreiner tijd, zowel in woord als beeld. Smullen van sfeer en ambiance. Een van de verhaaltjes plus de bijgevoegde foto geeft mij elke keer als ik er naar kijk en/of het verhaal lees een brok in de keel. Het grijpt me aan. Simpelweg omdat ik het kind op de foto zou kunnen zijn. Genomen ergens in de zestiger jaren in het Hollands Rivierenlandschap, het Land van Heusden en Altena, daar waar mijn grootouders een boerderij hadden en ik elke seconde dat het kon ontsnapte naar het water. Het zou echt zomaar kunnen. Ik voel ook dat dit mijn plek is, mijn roots liggen in het rivieren- en polderlandschap. Ik voel me er in balans, gelukkig. En dat sluit weer naadloos aan bij de tekst van Jan.
Ik zal de tekst hieronder weergeven. Al doet 'ie inmiddels wel wat gedateerd aan, het blijft mooi geschreven, fijntjes en met het juiste gevoel voor klein drama.
"Dit fijne vissen
Daar kom je in de late namiddag met je beste vriend van vele goede dagen terug van een reportage-zwerftocht door het Land van Heusden en Altena, ten behoeve van een onzer grote geïllustreerde weekbladen, en daar rij je met een stevig gangetje langs de hoge rivierdijk om het veer te halen, en daar weet je van die wijn in het avonduur in Rinke's rijkbegroeide tuin en daar roep je dan allebei tegelijk 'Stop!'. Daar staat dat jongetje diep beneden je prinsheerlijk te vissen op een open plekje tussen de rietkragen aan de kant van die brede rivier - Marsman, Nijholt, Roland Holst! O, Nederlandse dichters - en daar herkennen oude Rinke en jonge Jan allebei eensklaps zichzelf als kleine jongen. Zo stond eens Rinke in Weitgaard en zo stond Jan in Spaarnwoude: het hengeltje in de hand in de grote, grote ruimte en laat de hele wereld barsten als ik maar een visje vang! Daar kun je jezelf wel om de kop slaan omdat je kleurenfilm op is, terwijl dat binkie zich niets aantrekt van een stoppende auto op de dijk, dat binkie in zijn rood-wit geblokte hempie en met zijn rood-wit geblokte petje op, in die goddelijke omgeving van het zachtgroene riet waar de zon laag overheen strijkt. De rietpluimen zijn van het puurste goud, en daarachter de grote stroom en daar weer achter het pastorale land aan de overkant, gebed in zachte kleuren. Breughel, Rembrandt, Ruysdael!
Het hele bestaan waarnaar je streeft ligt daar voor je. En je kleine medemens en medebroeder in Petrus staat in meest unieke positie centraal, zoals hij als mens ook hóórt te staan, de hele almachtige natuur ten spijt. Daar besef je hoe de mens in al zijn kleinheid en grootheid tegelijk onafscheidelijk deel uitmaakt van die natuur, erin hóórt gewoonweg. Daar ontdek je tot je vreugde dat één rolfilm in één camera nog niet helemaal volgeschoten is, dat je nog drie plaatjes tot je beschikking hebt. Daar draait Rinke het raam open en kijkt en kijkt en kijkt en drinkt in. Daar sluipt Jan als een muis uit de auto, stelt de camera in, wacht tot zijn jonge evenbeeld zijn hengel heft... en knipt. Dát staat erop. De tweede en de derde plaat worden op dezelfde manier genomen, want hier is maar één compositie - de bestaande - en maar één houding: de hengel hoog. Dan ga je weer de auto in en je kijkt samen nog wel een kwartier lang en je laat het veer het veer en de Graves blijft toch wel koud. Want de foto in zwart en wit is slechts een kleine afbeelding van een schouwspel dat je leven lang in je herinnering zal blijven.
Ten einde ga je dan maar weer, op naar het veer, op naar de tuin in Soest met de fijne conversatie over al wat je zag en over je kleine evenbeeld niet in het minst. Deze afbeelding is maar tien bij vijftien centimeter. Hij zou tien bij vijftien decimeter moeten zijn en dan in kleur. De fotografie kent zijn beperkingen helaas. De beste herinneringen niet, gelukkig. Juist door zo'n plaatje kun je je weer alles glashelder voor de geest halen. Die beperkte fotografie. Die mooie fotografie...! Aart Klein, Martien Coppens, Meinard Woldringh!"
dinsdag 15 maart 2016
donderdag 25 februari 2016
Geile Baasjes en Grand Ladies
Vandaag 25 februari, het schiet al weer op, nog een paar dagen tot de meteorologische lente, en daarmee komt het einde van het snoekseizoen in zicht. Niet alleen omdat het niet meer mag vanaf 1 april, ik heb het hier over mijn methodiek, met dood aas vissen. Staat los van de kwestie of je nog op zware zwangere dames wìl vissen. Dat zou niet ethisch zijn? Ik zeg "ja", voor mezelf dan, want dat doen we op alle andere vissoorten ook, dus niet hypocriet zijn, en mits goed behandeld breng je ook een zwangere snoek geen schade toe. Ethiek en vissen verhouden zich sowieso slecht, de marges zijn flinterdun. Ook daarin heb ik voor mezelf een keuze gemaakt, ik MOET vissen, dierenbeul of niet, dan maar naar de hel. Nee, het seizoen eindigt ook langzaamaan omdat de snoek met een statische dood aas aanbieding veel minder makkelijk te vangen is dan in herfst en begin winter.
Volgens sommigen omdat ze zouden stoppen met eten, of in elk geval fors minderen. Zelf denk ik dat de snoek ook trekgedrag gaat vertonen, naar ondiepere zones. In een paar dagen tijd weggetrokken van eerder maanden bewoonde zones, foetsjie. Waar ze dan niet te vangen zijn, in de ondieptes, dus wellicht hebben de maten dan toch gelijk? Wat je steevast wel gaat vangen in deze periode, als je doorvist op het diepe, is een veelvoud aan kleine mannetjes, van die geile ADHD baasjes die opeens opduiken in de diepere delen van het water, en die je verder de rest van de periode niet ziet. Onder de 85 cm is doorgaans toch een redelijke zeldzaamheid, tot deze periode dan. Kan twee zaken betekenen; òf de grote dames zijn inderdaad verdwenen naar elders, en we weten allemaal dat dat kannibalen zijn, dus onze rakkertjes durven nu pas af te dalen. Of ze worden gewoon te opgewonden door de naderende paaitijd en gaan op zoek naar wat te wippen, gevaarlijk of niet.
Hoe dan ook, dit is een periode van doorbijten en je door de kleinere vis heen vissen, in de hoop op een achtergebleven Grand Lady. Ik stel dat mede omdat er in deze periode ook veel meer halve oplopers of missers na een goed doorlopende aanbeet voorkomen, normaliter is dat niet zo. Beet is vangen. Zo simpel. Die kleinere snoek kan niet zoveel met een aasvis van 25 cm, althans niet direct en omdat vrij snel aanslaan het adagium is, hak je er nog wel eens naast. Mijn theorie.
Ook een leuke, een forse terugzakker krijgen op een steil talud. Het kan dan niet anders of de vis sprint terug omhoog richting -veilige- ondiepte. Heeft een dode aasvis geroken, gaat 'm halen met de moed der wanhoop en weet niet hoe snel hij weer terug moet komen, het talud op. Ik zie het al helemaal voor me. En juist nu gebeurd dat regelmatig. Vismaat David had het twee keer in een sessie op dezelfde plek, en een week later nog eens drie keer, en telkens misslaan. Ik ben er van overtuigd dat het dezelfde babysnoek was.
Even terug naar de niet te vangen dikke dames. Natuurlijk probeer ik het nu ook op de ondiepere zones waarvan je kunt verwachten dat ze er naar toe trekken, maar regelmatig vangen is er niet bij. Het zijn ook teveel zones, veel minder eenduidig dan de diepere delen van het water. Als zoeken naar een naald in de overbekende hooiberg. Wellicht dan nu dan toch kunstaas een voordeel heeft. Maar ja, dat is mijn ding niet... ondanks vier kunstaashengels en een paar dozen met meuk.
Zag onlangs een posting van Martin Bowler en Steve Rowley (4 feb, Chew the lake of Dreams) op de Drennan site. En was er van onder de indruk, van de vangsten, maar ook van de redenering, heeft me ook aan het denken gezet. Zij zochten half februari plekken op van 3 meter diep, en dat terwijl Chew veel dieper is. Laat ik het zo zeggen, ik zou er dieper vissen. Ben ik ook gewend, komt door de baitboot met visvinder, daarmee kun je tot op de vierkante meter vissen. Met lichte hengels, want je hoeft geen zware aasvis meer te smijten. Maar als je ziet wat de heren vangen op een voor hen verder onorthodoxe manier (decided to risk it all and use his bait boat, which would hopefully allow them to get their hook baits into 10ft of water), dan weet je dat ze hun huiswerk gemaakt hebben, die relatief ondiepe drie meter (10 feet) is een hele goeie daar. Maar wat doet die snoek daar? Die verwacht je daar nog helemaal niet. That's the question. Ik heb een aantal wateren waar ik verder niet vis speciaal geselecteerd voor deze laatste taaiewekenvisserij. Let you know.
Teveel alweer, het gaat opnieuw op een volwaardig artikel lijken. Herkenbaar? Bloggen leek me destijds juist leuk om in mijn tijd mijn interesses en vangsten te kunnen beschrijven en delen. Korte krachtige stukken die niet veel tijd zouden moeten kosten, maar de werkelijkheid is weerbarstiger; van voornoemde korte stukken naar lange lijvige epistels in krap 50 postings. Uitweider pur sang!
Al sinds 1979 houd ik een vangstenlijst bij, destijds alleen voor karper, maar gaandeweg de jaren ook voor andere vissoorten. Plus een logboek, waarmee ik in één oogopslag alle sessies kan zien qua waar en hoe, windrichting, geviste tijd etc., de voorloper van ons excelsheet. Plus een echt uitgeschreven verslag, in detail. Daarnaast alle foto's goed gearchiveerd, op jaar, sessie en vangst. Elk jaar een jaarboek, ooit met prints, tegenwoordig digitaal. Inmiddels een kast vol, en dan heb ik het over alleen de jaarboeken, laat staan de foto's, dia's en ordners met verslagen. Vooral in deze periode als ik net een jaarboek heb vervaardigd (foto's en verhaaltjes), mijn verslagen als vanouds gedisciplineerd bijhoud èn dan ook nog een blog wil schrijven denk ik wel eens "Pffffff....". Dat is geen klacht, want het bloggen heeft me veel gebracht: leuke contacten met medevissers en -bloggers; het formuleren van gedachten door ze zo op te schrijven dat een ander het ook begrijpen kan, wat innerlijke rust geeft omdat ze daarmee weer uit mijn hoofd verdwijnen in plaats van als door de zon verblinde vleermuizen tegen de binnenkant van mijn schedel aan te blijven fladderen; het gevoel dat ik het vissen nog 'ergens' voor doe (zo nu en dan), want laten we eerlijk zijn verder is het een bezigheid die de mensheid niet vooruit helpt. Ik heb behoefte aan zelfexpressie (met dat motief ben ik als fotograaf ook ooit begonnen) en het bloggen is een der bouwstenen van die hut, door Maslov genoemd zelfverwezenlijking.
Kwam in dat opzicht een meer dan lezenswaardig stuk bij collegablogger Hugh Miles tegen (de Passion for Angling cineast). Zijn blog heet Wildlife Adventures. September 2015, titel: "So much to do , So little time" en gaat over: "Why wasting my time, writing a blog? Says it all.
| Vissen bij bijna nacht... |
| ... en bijna ontij |
Volgens sommigen omdat ze zouden stoppen met eten, of in elk geval fors minderen. Zelf denk ik dat de snoek ook trekgedrag gaat vertonen, naar ondiepere zones. In een paar dagen tijd weggetrokken van eerder maanden bewoonde zones, foetsjie. Waar ze dan niet te vangen zijn, in de ondieptes, dus wellicht hebben de maten dan toch gelijk? Wat je steevast wel gaat vangen in deze periode, als je doorvist op het diepe, is een veelvoud aan kleine mannetjes, van die geile ADHD baasjes die opeens opduiken in de diepere delen van het water, en die je verder de rest van de periode niet ziet. Onder de 85 cm is doorgaans toch een redelijke zeldzaamheid, tot deze periode dan. Kan twee zaken betekenen; òf de grote dames zijn inderdaad verdwenen naar elders, en we weten allemaal dat dat kannibalen zijn, dus onze rakkertjes durven nu pas af te dalen. Of ze worden gewoon te opgewonden door de naderende paaitijd en gaan op zoek naar wat te wippen, gevaarlijk of niet.
Hoe dan ook, dit is een periode van doorbijten en je door de kleinere vis heen vissen, in de hoop op een achtergebleven Grand Lady. Ik stel dat mede omdat er in deze periode ook veel meer halve oplopers of missers na een goed doorlopende aanbeet voorkomen, normaliter is dat niet zo. Beet is vangen. Zo simpel. Die kleinere snoek kan niet zoveel met een aasvis van 25 cm, althans niet direct en omdat vrij snel aanslaan het adagium is, hak je er nog wel eens naast. Mijn theorie.
Ook een leuke, een forse terugzakker krijgen op een steil talud. Het kan dan niet anders of de vis sprint terug omhoog richting -veilige- ondiepte. Heeft een dode aasvis geroken, gaat 'm halen met de moed der wanhoop en weet niet hoe snel hij weer terug moet komen, het talud op. Ik zie het al helemaal voor me. En juist nu gebeurd dat regelmatig. Vismaat David had het twee keer in een sessie op dezelfde plek, en een week later nog eens drie keer, en telkens misslaan. Ik ben er van overtuigd dat het dezelfde babysnoek was.
| De laatste Grand Lady? |
Even terug naar de niet te vangen dikke dames. Natuurlijk probeer ik het nu ook op de ondiepere zones waarvan je kunt verwachten dat ze er naar toe trekken, maar regelmatig vangen is er niet bij. Het zijn ook teveel zones, veel minder eenduidig dan de diepere delen van het water. Als zoeken naar een naald in de overbekende hooiberg. Wellicht dan nu dan toch kunstaas een voordeel heeft. Maar ja, dat is mijn ding niet... ondanks vier kunstaashengels en een paar dozen met meuk.
Zag onlangs een posting van Martin Bowler en Steve Rowley (4 feb, Chew the lake of Dreams) op de Drennan site. En was er van onder de indruk, van de vangsten, maar ook van de redenering, heeft me ook aan het denken gezet. Zij zochten half februari plekken op van 3 meter diep, en dat terwijl Chew veel dieper is. Laat ik het zo zeggen, ik zou er dieper vissen. Ben ik ook gewend, komt door de baitboot met visvinder, daarmee kun je tot op de vierkante meter vissen. Met lichte hengels, want je hoeft geen zware aasvis meer te smijten. Maar als je ziet wat de heren vangen op een voor hen verder onorthodoxe manier (decided to risk it all and use his bait boat, which would hopefully allow them to get their hook baits into 10ft of water), dan weet je dat ze hun huiswerk gemaakt hebben, die relatief ondiepe drie meter (10 feet) is een hele goeie daar. Maar wat doet die snoek daar? Die verwacht je daar nog helemaal niet. That's the question. Ik heb een aantal wateren waar ik verder niet vis speciaal geselecteerd voor deze laatste taaiewekenvisserij. Let you know.
| Niet groot genoeg voor een tropheeshot |
| Idem, maar in het detail kan ook veel schoonheid verborgen liggen |
| Ik was op jacht naar een '30-er", deze haalde het zelfs 2 maal, in centimeters... |
| Alsnog te mooi om te negeren |
Teveel alweer, het gaat opnieuw op een volwaardig artikel lijken. Herkenbaar? Bloggen leek me destijds juist leuk om in mijn tijd mijn interesses en vangsten te kunnen beschrijven en delen. Korte krachtige stukken die niet veel tijd zouden moeten kosten, maar de werkelijkheid is weerbarstiger; van voornoemde korte stukken naar lange lijvige epistels in krap 50 postings. Uitweider pur sang!
Al sinds 1979 houd ik een vangstenlijst bij, destijds alleen voor karper, maar gaandeweg de jaren ook voor andere vissoorten. Plus een logboek, waarmee ik in één oogopslag alle sessies kan zien qua waar en hoe, windrichting, geviste tijd etc., de voorloper van ons excelsheet. Plus een echt uitgeschreven verslag, in detail. Daarnaast alle foto's goed gearchiveerd, op jaar, sessie en vangst. Elk jaar een jaarboek, ooit met prints, tegenwoordig digitaal. Inmiddels een kast vol, en dan heb ik het over alleen de jaarboeken, laat staan de foto's, dia's en ordners met verslagen. Vooral in deze periode als ik net een jaarboek heb vervaardigd (foto's en verhaaltjes), mijn verslagen als vanouds gedisciplineerd bijhoud èn dan ook nog een blog wil schrijven denk ik wel eens "Pffffff....". Dat is geen klacht, want het bloggen heeft me veel gebracht: leuke contacten met medevissers en -bloggers; het formuleren van gedachten door ze zo op te schrijven dat een ander het ook begrijpen kan, wat innerlijke rust geeft omdat ze daarmee weer uit mijn hoofd verdwijnen in plaats van als door de zon verblinde vleermuizen tegen de binnenkant van mijn schedel aan te blijven fladderen; het gevoel dat ik het vissen nog 'ergens' voor doe (zo nu en dan), want laten we eerlijk zijn verder is het een bezigheid die de mensheid niet vooruit helpt. Ik heb behoefte aan zelfexpressie (met dat motief ben ik als fotograaf ook ooit begonnen) en het bloggen is een der bouwstenen van die hut, door Maslov genoemd zelfverwezenlijking.
Kwam in dat opzicht een meer dan lezenswaardig stuk bij collegablogger Hugh Miles tegen (de Passion for Angling cineast). Zijn blog heet Wildlife Adventures. September 2015, titel: "So much to do , So little time" en gaat over: "Why wasting my time, writing a blog? Says it all.
| Het laatste fotoboek van 2015, zomaar een pagina. Ook mijn vismaten hebben een rol in het verhaal. |
| Ik ben tijdens het fotograferen al bezig met het verzamelen van beeld, in een vaste stijlvorm |
![]() |
| Ad random een ouder album, in de tijd voor de telefooncamera, voor details op afstand toch beter |
![]() |
| Elke memorabele vangst op een eigen pagina van 40/30, in spread dus 80 cm breed, indrukwekkend |
Abonneren op:
Posts (Atom)








