donderdag 15 oktober 2015

Vertwijfeling...

Het is 00.23 donderdagavond 6 augustus en ik ben net terug van weer een mindere succesvolle trip, met karper en barbeel in gedachten, Het liedje van Blondie is op de radio met "One day or another I'm gonna find ya, I'm gonna get ya, get ya, get ya, get ya, get ya..." en dat zet wat in gang.

Fucko de karpers en wat een nare realiteit tegenwoordig als karpervisser. Wat heb ik -nu achteraf gezien- heerlijk 'geslapen' voor een aantal jaren, mezelf wentelend in het met genoegen bevissen van andere vissoorten. Het karpervisserslandschap - en niet slechts in Nederland- is veranderd en behoorlijk ook. Karpervissen 2015 lijkt een loopgravenoorlog te zijn geworden, niet alleen vanwege de aanwezige conculega's, maar ook vanwege het je letterlijk moeten ingraven wil je tot serieuze resultaten kunnen komen. De vissen zijn weliswaar groter geworden, de hoeveelheid karpervissers ook. Karperbestanden zijn in aantallen karpers beslist afgenomen, in Nederland ondanks alle SKP's, in het Franse door het vele jatwerk ten faveure van de betaalwateraquariums. Ik moet wel toegeven, zou ik een Haagse projectspiegel willen vangen dan liggen er in mijn directe omgeving zeker kansen, maar daar wil ik helemaal niet vissen, ik kan me er niet toe zetten, in zo'n stad met allerlei randverschijnselen die storend afleiden van de beleving.
Waar gaat het tegenwoordig eigenlijk om? Beleving of vangst? De serieuze visser zegt uiteraard beleving. Die kijkt wel uit voor ordinaire vanger uitgemaakt te worden. Ik heb er vaak aan moeten denken de laatste periode, de uren in relatieve ledigheid tellend. Wat heb je aan al die prachtig beleefde uren als je geen beet hebt, geen vis vangt? Is dat dan het geduld en doorzettingsvermogen dat je als visser geacht wordt te hebben? Het zal best wel, puristen verenigt U, maar voor mij moet beleving toch hand in hand gaan met zo nu en dan wat prettigs vangen; deze zomer eindelijk eens flink gas gegeven en eigenlijk nauwelijks wat kunnen vangen. Expres naar de stromende wateren gegaan, maar ook daar mocht het niet baten, geen vis. Zelfs nauwelijks bijvangsten.
En sorry, prachtig barbeeltjes van de Roer, jullie beiden deed er niet voldoende toe na teveel dagen geen leven, hoe tegenstrijdig ook. En een van jullie was nog een dubbelaartje ook... de ander kon slechts het haakje opzuigen, het blokje kaas was al te groot. En dat terwijl ik over op deze plek blanken wel eens de Olympische gedachte heb uitgesproken, iets over dat alleen meedoen al voldoende zou zijn...

Bourgondiër tussen de bourgondiërs

Een der Grote Stromen zonder stroming, dodelijk voor de visserij

Het lijkt zo wel een poldersloot

Alleen het haakje paste


Bovenstaande verdient toch wat nuancering. Bij het napluizen van de logboeken en vangstverslagen van de afgelopen 10 jaar blijkt dat vrijwel alle zomers behoorlijk visloos waren, op diegenen na waarin ik veel op graskarper viste; sterker nog, ik viste eigenlijk maar weinig hoogzomer, hield me meer met allerlei andere, wereldser dingen bezig. Deze zomer voor het eerst heb ik behoorlijk doorgevist, het kwam qua beschikbare tijd opeens goed uit, alles viel samen. Ik wist het dus eigenlijk al eerder, zonder het goed te beseffen, zomers vissen op de door mij geambieerde vissoorten en plekken, met de door mij gehanteerde methodieken kan een behoorlijke 'tijdverspilling' zijn. Althans als je uitgaat van de combi beleven èn vangen. Voor volgend jaar maar eens wat anders op gaan verzinnen.

Zelfs Het Paradijs bleef visloos


Aan beleving echter geen gebrek...

Ondertussen naderen we de vroege herfst en komen de grote zoetwaterkrokodillen weer in zicht. Ik heb er zin in, met een paar gelijkgestemden de dag doorbrengen aan een winters, verder verlaten, groot water. De plannen zijn gesmeed -het blijft toch een beetje Sjors en Sjimmie van de Rebellenclub, zeker deel van de gein, boys will be boys- met het groepje roofvisvrinden. Maar voor het echt los gaat met de croco's later in het jaar eerst nog een herfstbarbeel vangen. De behoefte is groot. Ben er jarenlang niet echt aan toegekomen, er is altijd wel wat in deze periode, maar nu moet het toch maar eens. Ben er zelfs boilies (12 mm) voor aan het draaien geslagen, nou ja boilies, de worstenvariant die ook Arjan Snoeij hanteert. Heeft veel voordelen. Helemaal volgepropt met allerlei wateroplosbare spulletjes uit de toko, plus een moderne variant van Aminol. Zul je net zien dat er voorlopig geen vrije dagen komen, en die heb ik juist nodig i.v.m het toch een flink aantal kilometers moeten rijden, dus geen enkele dag sessies. Sombermans troef? Welnee, luxeproblemen.

November 2006, op de Waal bij Tiel. Toen kon het wel in het najaar. 

N.B. Bovenstaande heb ik even na 6 augustus aan mijn blog toevertrouwd, en ook weer verwijderd, ik was niet tevreden, het was niet af, dekte de gevoelsmatige lading niet. Begin september nog eens een poging, en ook weer verwijderd. Nu had ik een Worddocument-bug in blogspot... kostte tijd om die op te heffen. Hoezo vertwijfeling? En dat terwijl die titel direct al ontstond zonder weet te hebben van de weken die zouden gaan volgen. Ben even zoekend geweest naar vissersbalans. Dat uitte zich ook in het bloggen.

Ondertussen is het snoekvissen volle bak vervroegd op stoom (we leven half oktober en ik heb er al vier weken op zitten) en heb ik al vijf 110plus vissen op mijn vangstenlijst mogen bijschrijven in een paar luttele weken tijd. Maar dat is voor de volgende blog.

maandag 27 juli 2015

(For) The Times They are A-Changin'...

Iedereen die van de eerste R in Rock'n Roll houdt is ergens een tikkie schatplichtig aan Good Old Bob (Dylan), of je er nou fan van bent of niet, en aan bovenstaand nummer moest ik onlangs denken toen de zon en daarmee de zomer zich werkelijk ging aandienen en ik het minderen van mijn zeeltvangsten niet langer kon negeren. Ging zelfs blanken, ook op avonden die zwanger waren van de belofte van een zeelt-aanbeet. Enig voordeel daarvan; tijd voor wat aanvullende fotografie, want dat was meer dan magertjes geweest de laatste tijd. Deels door minder fotogenieke locaties, maar zeker ook deels omdat 'op de vis zitten' hard werken betekend in al zijn vissersfacetten waarbij er geen tijd is om luimelend rond te schuieren en vrijblijvend links en rechts wat te fotograferen.






De meesten van de zeeltwateren zijn inmiddels dermate dichtgegroeid met wier (begin juli) dat vissen er niet meer zo zinvol is, en het dan maar schonen van wierrijke visplekken staat in mijn ervaring toch niet voldoende in verhouding tot de resultaten - tenzij je überhaubt moet, in april of mei al, die jaren komen ook voor - zo vlak na de paai. Ik had mijn zinnen gezet op 70 gevangen zeelten dit voorjaar en dacht dat doel werkelijk in de laatste minuut van de laatste sessie te kunnen gaan bereiken, want nummer 70 meldde zich nog, maar vlak voor het net dacht de (ook nog) behoorlijke zeelt "kom maar terug voor me, ooit" en draaide zich van het haakje.
Voor de liefhebbers de laatste zeelten in beeld, met de belofte in september weer een poging te gaan wagen als het wier weg is. Ik ken vanuit eerste hand de verhalen van aardige zeeltvangsten in het najaar.

Afgepaaide dames inmiddels




Komt bij dat er verschillende vissoorten op het lijstje staan die nu prima te vangen zijn. Graskarpers, in mindere mate karpers, en de vissen van de stroom, de barbelen. Ook zie ik een zomerse snoekbaars steeds meer zitten, als voorschot op het doodaas-vissen in het diepe najaar en de winter.

Tijdens de laatste zeeltsessies overkwam mij datgene dat ikzelf slechts weinig meemaak, regelmatige bijvangsten van karper. Een van die vissen was er al een jaar of wat niet uitgekomen -naar zeggen- en bij mij toch twee keer in een maand, wellicht te wijten aan het frommelbekkie waar geen echte bol meer in paste, maar wel een trosje maden? Of was het het relatief attractieve grondvoer vol met wateroplosbare boosters? In elk geval had ik zo'n oude strijder, die naast een deel van zijn lippen ook een deel van zijn staart moest missen. Het markeerde de nieuwe tijd.


De oude strijder

En een jongere vis, paar jaar geleden uitgezet. 

Op een 0,75 lbs stokkie heb je aan deze jongens behoorlijke sport, al blijven het stilstaand-water-karpers, die hooguit een metertje of twintig van je vandaan zwemmen, maar het daarna wel genoeg vinden. Nee, dan de karpers van de (Franse) stromen... maar daarover later.
Met excuus voor de foto's, heb getwijfeld of ik ze zou plaatsen. Vooral de eerste is wat uit proportie mijns insziens, komt door de 'zeeltstand' waarbij ik zo close mogelijk op het onderwerp inzoom (op 50 mm bij een 1,5 sensor, wat uiteindelijk een brandpunt van 75 mm geeft, voor kleinere vissen een mooie weergave). Ik heb even een draai aan de zoomring gegeven richting grookhoekiger, omdat mijn vaste opstelling voor zeelten niet voorzag in het passend krijgen van die bijna twee keer zo lange karper. Daarmee waarschijnlijk op iets van 24 mm uitkomend (hetgeen met de 1,5 sensor 35 mm wordt), het gaat nèt maar mooi is anders. Voor wie het niet ziet, ik heb het over de verhouding man-vis.

O ja, graskarpers! De pest is, het worden er steeds minder (in de polders) en de moeite om ze te vinden en ook nog eens te vangen steeds groter. In armoede (toch wel) maar eens teruggegaan naar een poldersysteem waarvan ik inmiddels wist dat ik er eigenlijk te laat was, en ook nu een grasser gevangen, maar geen gehoopt onbekend monster. In tegendeel, deze vis was al drie keer gevangen. De eerste keer een jaar of vier geleden gevangen door vismaat John. Diens vismaat van de dag schatte de vis op 'tegen de meter en hoog in de 20 pond'. Ach ja, laten we maar zeggen 'enthousiast'...  Ik had graag gewild dat het zo was, maar dat haalde deze niet. Vismaat Daav had het al beter voor elkaar bij de 2de vangst met 94 cm en laag in de twintig pond en dat bleek nog steeds te kloppen. Niet dat ik niet tevreden was, maar ik besefte eens te meer dat de monsters van weleer er niet meer waren... een gevoel. En nee hij of zij komt niet uit het slootje op de achtergrond:-). En dat alles tegen beter weten in qua toch gaan vissen, want de dag ervoor was de temperatuur drastisch gedaald, voor alle vissen in de zomer wel positief, maar niet voor onze grassers.



Ik vind ze hartstikke fotogeniek

Ik loop al jaren te verkondigen dat ik 'terug' naar Frankrijk wil. Ben er al sinds 1993 actief geweest en los van de fantastische sfeer heb ik er nooit veel glazen kunnen breken qua gewichten. Al met al een aardig stapeltje aan prachtige karpers gevangen, maar het waren vrijwel nooit uitschieters. Ondanks dat ik 40 of 50 sessies daarheen geweest ben. Nederland was beter eigenlijk voor me. Twintigers een op vijf, dertigers een op tien. Gemiddeld genomen. Voor vismaat Luc ligt dat anders, die heeft de sterren van de hemel gevangen, en was er eigenlijk al zo'n beetje klaar (mee) in de periode dat ik er begon, maar wat ons -toch- bind is de hernieuwde drang naar verse avonturen. Waarvan akte!
Hetgeen om de dooie dood nog niet makkelijk is, als je het 'controleerbaar' wil houden moet je toch niet meer dan vijf à zes uur hoeven te rijden. In mijn geval is dat tot aan de virtuele bovenrand van waar Midden Frankrijk begint. Voldoende water hoor, daar niet van, maar al twintig jaar volop in de belangstelling van Nederlanders en Belgen, en de laatste 10 jaar ook nog van de Fransen zelf! Los van het vele visroven om de ontelbare betaalputjes van hun monsters te voorzien. Frankrijk, het land van de helaas inmiddels beperkte mogelijkheden. Als een God in Frankrijk kent inmiddels zijn eigen grenzen, eeuwig jammer.

Anyway, twee jaar geleden al eens bepaalde stukken van de Grote Stromen verkend (zelf voor de barbeel) en dat niet losgelaten. Dit jaar zou het dan moeten gebeuren in juli. Half juli wordt na wat vijfen en zessen over waar en waarom de gezamenlijke start-ontmoetingplaats vastgesteld, een van mijn oude kanaaltjes. In the middle of f*cking nowhere. Nog steeds, op internet niets van te vinden, althans niet binnen het Nederlandse taalgebied. Echt niets. De Fransen weten inmiddels wel beter en een locale kennis van Luc herhaalt exact datgene wat ik twintig jaar geleden al wist; stuk A herbergt wat minder karper, maar daar zijn ze groter en stuk B herbergt er wat meer, waaruit vrijwel automatisch volgt dat het er minder zijn. Maar voor vijf aanbeten per weekend doen ze het er voor.  En wij ook.
De hernieuwde kennismaking is meer dan prettig, wat een rust en wat een schoonheid. Une rivière completement sauvage et son canal lateral pareillement. Alsof de tijd er stil gestaan heeft. Letterlijk en figuurlijk.

Even een anecdote; in 2001 moest ik van een 'scheiding' bijkomen en was de broodnodige pleister op mijn wonde weer verschenen in de vorm van B. die ook een kampeervakantie in Frankrijk wel zag zitten. Op de een of andere manier kwamen we vanuit Normandië in dit gebied terecht en gingen we langs het kanaal wandelen. Puur toeval; behoorlijk dorstig belden we aan bij de grote herenboerderij aan het begin van het weggetje richting kanaal dat ik sinds 1996 al minimaal 15 maal genomen had, daarbij telkens deze boerderij passerend zonder te weten wie er woonde, en doet er een meer dan adembenemende Franse boerendochter - Isabelle Hupert in het kwadraat - open die de Pleister op de Wonde volkomen negeert en mij gelijk een Sirene naar binnen lokt om water te komen tappen. Het is dat er iemand aan de poort stond waar ik me enigszins verantwoordelijk voor voelde, anders was ik waarschijnlijk gelijk Lion Hoegendiek in La France gebleven... Tja, het kan verkeren... enfin.

Ik vang wat witvis gedurende de eerste avond, en de opvolgende nacht en ochtend. Geen karpers echter. Luc heeft zelfs niks, geen beet, nada. En als dan de karpers besluiten om nog maar weer eens te gaan paaien beseffen we dit weekend verkeerd te zitten, tijd voor een van de grotere stromen.

Het Paradijs...

... mijn Paradijs


Giebels, zelfs hier, brrrrrr....
Na een voor Franse begrippen korte tijd rijden komen we aan bij een der grote stromen. Het ziet er echt anders uit dan twee jaar geleden. Stonden die grote steigers hier al? We kijken elkaar aan... maar later blijkt dat we destijds behoorlijke selectief gekeken moeten hebben. Het was er echt allemaal al, achteraf bevestigd door een local met de prachtige naam Vivian, die we destijds ook al waren tegengekomen, toen vissend met een een ami, joint in de aanslag. Vivian lijkt een aanwinst, hij blijkt ook nu behoorlijk stoned 'all night long', en daarmee wat lang aanwezig, maar weet bijzonder goed waar te vissen, eigenlijk tot op de meter nauwkeurig. Het zal ons hogerop brengen, letterlijk en en figuurlijk.
Maar goed, zover zijn we nog niet, eerst hier maar vissen. Omdat ik eigenlijk op barbeel uit ben - die k*tkarpers ook, waarom zou ik nog? - heb ik een derde hengel uitliggen met wat partikelshit niet al te ver uit de kant, net achter de lelies. Met in gedachte het lokken van witvis zoals kopvoorn en brasem en daarmee uiteindelijk barbeel, maar naast eerder genoemde soorten wist ik op die plek de eerste ochtend 'slechts' een karper te haken èn te vangen. Geen barbeel. Hij was echter meer dan welkom, een halve rijen vang te niet zo heel vaak.

De bewuste halve rijen

 Daarnaast hadden we beiden stekken in het midden en aan de overkant aangevoerd in de hoop op karper. Voor mij zou dat opgaan. Midden in nacht twee hier een luidruchtige streep... die doorzette nadat ik de haak gezet had, stroomopwaarts mind you. Op een x-moment komt de trein tot stilstand (ik denk dan nog steeds aan zo'n stinkmeerval, waarvan de rivieren naar zeggen tegenwoordig vol zouden moeten zitten?) en gaat het gevaarte afbuigen naar de kant, mijn eigen kant.  Ik kan niets anders dan de zaak rustig naar me toe pompen, wetend waar dat moet eindigen, in de kop van het lelieveld langs de oever aan mijn kant. Hetgeen exact zo geschied. Nog geen man overboord. Als de vis verankerd in de lelies ligt zeker ik de hengel op lichte spanning met de baitrunner aan en maak ik dat ik in mijn waadpak kom. Dan naar de vis toe, in de nacht verlicht door de sterren van de Melkweg, alleen die aanblik al is adembenemend, en de ervaring en reis waard. Ter plekke probeer ik voorzichtig de karper, want dat is het toch, met wat lijnbeweging vrij te maken uit de lelies. Die ervaring heb ik al begin 80-er jaren opgedaan in het Haagse, met name in wat nu de Oude Buizerdlaan heet. Doorgaans een appeltje, eitje. Op een x-moment komt de vis zoals bedoeld los en dirigeer ik haar zachtjes naar mijn wachtende net (meegenomen natuurlijk). Op ècht 10 cm voor het net, net nadat ik GOTCHA schreeuw, schiet de haak los en zie ik de vis in mijn hoofdlamp langzaam in de diepte zakken, heel langzaam, maar toch onherroepelijk. K*t!!
Dat doet even zeer. Niet dat het een monster was, ik schat ergens mid 20 pond, maar deze vis wilde ik serieus vangen. Het heeft niet zo moeten zijn. Luc heeft niks. Time for a change.

De volgende dag wordt besteedt aan zo zinvol mogelijk verstrekte informatie checken en aansluitend afspraken maken m.b.t. onze gezamenlijke voortgang in het Franse. To be continued.


"And I never saw him again..."

Pure luxe, zo'n eigen Skudplatform

The old man and his river

Aan kopvoorns geen gebrek


woensdag 10 juni 2015

Je weet het niet, je weet het eigenlijk nooit

Dit jaar had ik mijn zinnen o.a. gezet op een voor mij nieuw zeeltwater, ondanks dat er zich wel een aantal nieuwe zeeltwateren hadden aangediend de laatste jaren, niet al te ver uit de omgeving. Maar die hebben allemaal wel wat; of te druk met vissers en/of omstanders, of te veel in of nabij een woonwijk i.p.v in de natuur, of teveel brasem, te veel kleinere zeelt, een te monotoom bovenverloop, of... vul maar in. De magie ontbrak nog. Bij het eerstgenoemde nieuwe water zijn voorgaande zaken in veel mindere mate aanwezig. De karpers zijn inmiddels grotendeels doodgegaan of verplaatst, en omdat er ooit een 50ponder zwom is de witvis populatie van destijds bijzonder goed verwend, m.a.w. die zijn aan de maat. De onvermijdelijke brasems zijn mede verdwenen; de kleintjes krijgen de kans niet vanwege de aalscholvers en de grote zijn bijna allemaal gestorven van ouderdom. De bodem is voor wie secuur zoekt een ware hemel met mooie taluds en kleine plateautjes, en zelfs een wierrijke ondiepte ligt binnen bereik, ontstaan na verontdieping van de plas, al zijn dieptes tot een metertje of zeven nog steeds vindbaar. Kortom, de juiste uitdaging.
Tja, die aanpalende woonwijk... gelukkig heb je daar overdag doordeweeks niet zo'n last van als iedereen toch vooral met zichzelf bezig is, en het is een wijk van gegoede burgers, heel anders dan Mongolcity verderop in het land... Ik weet al 10 jaar dat hier wat te halen valt, maar telkens waren er andere wateren die interessanter leken, was het niet door mij dan wel door een van de vismaten.
Nachtvissen en drie hengels inzetten zou ook nog kunnen hier, maar door mij in dit geval geen van beiden geambieërd. Ik heb er al twee keer eerder gevist dit voorjaar en de zeelten waren vlot vindbaar en vervolgens vangbaar. Ik heb nog geen water gevonden waar ze zoveel kletsen (zeg maar springen) als hier. En natuurlijk direct de eerste sessie al de plaatselijke goegemeente op bezoek. Herkenbaar, op zo'n plaatselijk watertje zonder highlights vissen alleen maar locals en die kennen elkaar allemaal. Zo'n nu en dan komt er wel eens een vreemde karpervisser aanwaaien, maar die taaien al snel af, want geen karpers van formaat meer te bekennen... Dus zo'n idioot die speciaal op zeelt komt vissen krijgt de volle laag qua aandacht. Vond ik niet zo erg, zo kon ik al snel de stemming peilen t.o.v vreemden en werden mij al snel alle interessante zaken onthult. Kom daar maar eens om als je karpervisser bent. "Ja meneer, zeelten tot 60 cm". Vooral dat 'tot 60 cm' sterkte mijn gevoel dat ik eindelijk weer eens 'beet' kon hebben, want wat een onzin over lengtes ik in de loop der jaren al over me geen gekregen heb... in leke boerensloot zwemmen recordvissen. Hier waren ingewijden aan het woord. Wat mij erg beviel is dat één hoek niet was 'herontwikkeld' en nog in oude staat was. Ik zeg oever, maar ik bedoel tevens de bodem en het talud. Voor het desbetreffende water behoorlijk ondiep over een grotere zone èn ook nog eens vol in de wind als er een zuidwester zou waaien. En dat deed het van de week. Tot zover de inleiding.

Ik kon niet slapen. Heb ik altijd als ik nieuwe avonturen tegemoet ga, "waiting in anticipation", hebben wij eigenlijk geen goede term voor die de lading op dezelfde wijze dekt. Voel gewoon dat ik hier moet zijn. Het zal rond 12.00 uur geweest zijn dat ik twee hengels heb uitliggen. Eén op het talud, op een meter of drie diepte, de linkerhengel. En één op de zandplaat, en ook nog eens op een bultje. Wanneer ze niet zijn platgevist, en daarmee vermeden door de vis, zijn zulke bultjes superplekken. De sessie vandaag zal uitwijzen of dat hier ook op gaat.
In tegenstelling tot beide eerdere keren geen springen, rollen en staartslaan, helemaal niks. Maar wel in goed vier uur 14 aanbeten. 11 zeelten op de kant. Verder twee losschieters en een mooie grote brasem. En het gin maar door, het is dat ik op tijd weer terug moest zijn, anders had ik er nog veel meer gevangen. Alles op maden. De twee losschieters kwamen al vroeg in de sessie bij aanbeet 2 en 4 (van voornoemde 14) en voelden goed aan. Stel je voor dat je direct al de topvissen haakt en verspeeld? Dat spookt dan wel door mijn hoofd. Achteraf denk ik van niet, ook de rest van de vissen voelt goed sterk aan en wat opvalt (11 van de 14 aanbeten komen van het zandbultje) is dat de vis direct terugspeert naar me toe naar links naar het diepere deel ipv zich in de rietkraag te verbergen, zoals karper dat zou doen. En dan gaat het in de diepte onder mijn kant gelijk los, dus prima drils op mijn 2 lbs barbeelstokken. It is supposed to be fun, and it is!
Het losschieten los ik op door hier dit keer wat langere onderlijnen te gebruiken, geen 10 cm, maar gewoon 20. En het helpt, ik ben van de losschieters af.
Wat jammer is, is dat de omgeving wel oke is, maar fotografisch gezien dermate oninteressant dat ik er geen enkele foto van hoef te schieten, daarmee mijn blog ook veroordelend tot enkel de weergave van manvis-foto's...

Inmiddels zijn we een week verder, en waar ik al bang voor was gebeurde ook. Twee dagen later - met voor zover waar te nemen dezelfde weersomstandigheden - wilde ik het trucje nog een keer herhalen. Dacht het niet... kwam in zes uur vissen (zelfde periode van de dag) niet verder dan twee grote brasems. Al na drie uur ben ik de diepere taludhengel gaan verleggen en heb ik andere gebieden afgevist. Zonder enig resultaat. Nergens een zeeltbeet te forceren. Nog geen lijnzwemmer... dus òf de vis heeft ergens 'vast' gelegen òf de vis lag massaal in de oeverzone tussen het wier bij te komen van overmatige vissensex. Ik neig naar het eerste. Zeelt heeft meestal een periode van een week of wat nodig om helemaal af te paaien (anders dan karper en brasem, die zijn in een paar dagen klaar, bij normale weersomstandigheden) en in die periode kun je er nog genoeg vangen. Nu niet één!
En een latere sessie naar een ander water eindigt ook in een blank. De standaard zomerperiode waarin niets te vangen valt qua zeelt, alsof er een knop onder water wordt omgezet, aangebroken? Nu al? De tijd zal het leren,  ik heb nog een grote emmer met grondvoer en die wil ik leeg hebben. Dus nog een sessie of wat. Ondertussen kriebelt het graskarper vissen al behoorlijk, eerlijk is eerlijk.








Wat opvalt is dat de betere, grotere vissen hier allemaal mannetjes zijn. En de twee eerdere keren net zo. Nu weet ik dat er hier vissterfte geweest is een jaar of wat geleden. En ik kan het niet aantonen, maar ik denk dat er een verband is. Ik ken nog twee wateren met een vissterfte in het verleden en ook daar zijn de grotere vissen èn mannetjes èn in de meerderheid (of in te ruime mate aanwezig). Alsof de grotere vrouwtjes verdwenen zijn. Hetgeen zeer spijtig zou zijn omdat met mannetjes van dit formaat, met hoogtes van 17 en 19 cm... echt ongelofelijk, de vrouwtjes recordafmetingen kunnen hebben. Die wijven zijn altijd nèt wat groter. De vrouwtjes die je dan wel vangt - zo ook hier- zijn beduidend kleiner en jonger. Van een andere jaarklasse. Natuurlijk zijn er wel een paar grotere vrouwtjes te vangen, maar dat zijn er dan toch maar een paar en dat moet je treffen, daar komt de factor geluk bij kijken, want te selecteren valt er niks, niet, niemandal. Ik heb er in elk geval niet één getroffen tot nog toe.

dinsdag 2 juni 2015

Endgame?

Het zeelten heeft me in de greep, nog steeds en wat ik ook doe, er komt vis op de kant. Ondanks de relatief koude periode en de niet optimale winden. Zuid zit er maar nauwelijks in, en west te weinig voor het mooie. Alle wateren leveren hun vissen op, en alle stekken ook, al moet ik er wel eerlijkheidshalve bij vermelden dat niet alle stekken altijd maar vis opleveren, blanken hoort er net zo goed bij. Bijvangsten behoren tot een meer dan aanvaardbaar niveau; karpers nul en brasems hooguit een handjevol, en niet omdat ze er niet zouden zitten. Soms, echt soms, komen er een of twee tussen de zeelten door. Ik heb ook al een keer of wat 'gekarperd', als eerder aangekondigd, maar die beesten moeten me niet meer, ben een beetje te hautain geweest vrees ik, en daar natuurlijk wel bijvangsten van brasem, wat dacht jij?!
En die rare voedselvoorkeur bij de zeelt blijft maar intact; het is òf maden òf miniboilies. Ondanks dat alle wateren stoer bevist worden door karpervissers, en dat al jaren lang. Waarmee ik bedoel dat het met boilies net zo hard zou (moeten) kunnen lopen op alle wateren als met maden (of zoete mais). Het is een fenomeen wat in mijn omgeving opvalt. Vismaat John heeft er zelfs al een column aan gewijd in de GHV-Nieuwslijn, maar hij kwam er niet uit en vismaat Luc heb ik er ook nog niets zinnigs over horen zeggen, hetgeen zeer opmerkelijk is.

Als voorbeeld; een week of wat geleden kwam ik 's avonds aan bij mijn thuis(zeelt)water. Al lopend met de kar naar mijn stek zag ik aan de overkant op het eiland dat ik passeerde een kale kop tussen het opkomende riet glinsteren. Kon er maar één zijn (ondanks dat al die karpervissers een kale kop hebben heden ten dagen...). "Hé Frankie!? Wat zit je verstopt?" "Ja, de karper zit hier vlak voor de kant, dus ik blijf een beetje verdekt", hoor ik vanachter het riet. "Ik heb er al twee, en een zeelt". Dat laatste lachend, hij kent mijn voorkeur. "Succes, Frank". "Ja, jij ook". Ik installeer me aan de andere kopse kant van het eiland, en vang... helemaal niks, nog geen lijnzwemmer. Frank vangt die avond instant vissend die avond in totaal vijf karpers (en die zeelt) en waar vist en voert hij mee? Met 8mm miniboilies... en die worden er bij mij hier steevast uitgevist door de maden, dus ik probeer het ook niet meer. Vismaat John daarentegen is nog steeds eigenwijs, en ook hij vangt geen karpers. Daarbij, hemelsbreed vissen Frankie en ik op 200 meter afstand van elkaar en ik vang hier geen karper, nooit niet. Heb er zeggen en schrijven in dik 10 jaar twee gevangen hier. En dat komt niet omdat ze er niet zijn; ik schat de verhouding zeelt versus karper 1: 3 of 4, maar niet veel hoger of lager. Zeelten heb ik er honderden van gevangen hier. Uiteraard inclusief dubbele. Goed beschouwd beschrijf ik nu twee fenomenen; voedselvoorkeur bij zeelt die per water anders is en het al dan niet vermijdend gedrag van karper van voerplekken met grondvoer en vele kleine voedseldelen. Teruglezend naar de eerste alinea ben ik ook zo begonnen, met beide thema's... een kleine verstrengeling van thema's.

Had eigenlijk een sfeerimpressie willen schrijven, maar dat gaat me even niet lukken. Is een echelon hoger qua schrijven. Laat ik me maar bij het theoretiseren en beschrijven houden. Wat rest zijn nog wat mooie plaatjes van de laatste vangsten. Langzaamaan gaat de magerte er wat uit en komen de dames wat op gewicht, staat wel veel mooier. Hoe lang nog voor ze aan het paaien slaan en het zeeltvissen normaliter als een nachtkaars uitgaat? Alsof het water ineens geen zeelt bevat.
In elk geval heb ik plannen tot half of driekwart juni, zou net moeten lukken, ondanks dat volgens de voorspelling vrijdag aanstaande de zomer losbarst. Jihaaaa!!!

Perfect mannetje, vlak onder de top gevangen in een dieper wiervrij gaatje

Crispy!

Oude getekende krijger uit diep water. Leverde een spectaculaire dril op, op mijn zeeltrapiertje. 

Mijn theorie is dat de oudste (en daarmee langste?) vrouwtjes geen kuit meer aanmaken

De zeelt waar ik voor kwam, want een onbekende, en met een prettig formaat

In dit desbetreffende water komt een variant met spitse koppen voort, zeg een op de 10 heeft dat verschijnsel

Van deze zeelt was ik onder de indruk, heel hoog in vergelijking met de lengte. Helaas niet te zien op de foto.

zondag 10 mei 2015

Meer van hetzelfde

En het is met vissen hetzelfde als met een nieuw album van je favoriete band, het gaat niet vervelen. Althans mij niet. Toch uitkijken, want als de zeelten met grote regelmaat en met gemiddeld een paar per sessie in het net verdwijnen kan de 'sleur' toeslaan, een klein beetje ingebakken uitdaging is wel belangrijk. Althans bij mij. Gelukkig heb ik dat in het verschiet, nog een keer of wat naar een veel moeilijker water, waar elke zeelt een bekroning is. Of zoals geopperd is, weer eens wat zeelt met de pen bevissen? Wellicht, de tijd zal het leren, de suggestie was welkom, dank.
Tot die tijd meer van hetzelfde en omdat de reacties op de vorige blog niet uitblijven maar gewoon wat plaatjes kijken, het blijven wonderschone vissen, en allemaal anders.

Als ik naar de foto's terugkijk valt me de 'kouwe kleding' op en daarmee realiseer ik me ook dat het weliswaar droog is geweest voor een langere periode, maar ook behoorlijk fris. In elk geval heb ik nog maar heel weinig zonderjasdagen mee gemaakt, in april èn mei niet. Voor het zeeltvissen niet zo erg, dan groeit het (bodem)wier ook wat minder snel, valt er daardoor effectiever te vissen èn is de paai relatief later, dus er is meer tijd beschikbaar om de dikkere dames te schaken.
Het blijft bijzonder verdeelt in de natuur; de brasem heeft al gepaaid in deze meiperiode, de karper staat op punt van (en op sommige ondiepere wateren dit weekend begonnen), maar de zeeltdames hebben zelfs nog nauwelijks kuitaanzet. Dat kan verklaard worden door de herkomst van de zeelt. Ik heb ooit eens in een visgids gelezen dat de zeelt oorspronkelijk uit Rusland of Siberië zou zijn komen zwemmen, en wetend dat de natuur hier pas laat start verklaard dat mede denk ik de late paai.
Als ik dat koppel aan de grote populaties die in het relatief koudere Scandinavie rondzwemmen en in de hoger gelegen meren van de Frans-Zwitserse Jura, lijkt de zeelt mij gemaakt voor koudere klimaten met een korte maar hevige zomer.